Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 9 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Zekerheden Schematisch Overzicht | Insolventie & Executierecht | Universiteit Gent | 2026/27

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 9 pagina's

Dit schematisch overzicht behandelt het onderwerp Zekerheden voor de mastercursus Insolventie, Zekerheden en Executierecht aan de Universiteit Gent. Het document biedt een gestructureerde indeling van zakelijke zekerheden (voorrechten, pand, hypotheek) en persoonlijke zekerheden (borgtocht, patronaatsverklaringen, covenants), inclusief de rangorde en onderlinge verhoudingen. Perfect voor examenvoorbereiding omdat alle kernconcepten logisch zijn georganiseerd met duidelijke categorieën en relevante artikelverwijzingen.

Voorbeeld van de inhoud

Deel Zekerheden — Schematisch overzicht


ZEKERHEDEN
Schematisch overzicht — Insolventie, Zekerheden en Executierecht


1. Grote lijnen: twee categorieën zekerheden
Persoonlijke zekerheden vloeien voort uit bijzondere aanspraken op het vermogen van een (derde) persoon; zakelijke zekerheden geven
een recht op een specifiek goed.

Zakelijke zekerheid Persoonlijke zekerheid
Eén of meerdere specifieke goederen uit een Het volledige vermogen van een (bijkomende)
Voorwerp
vermogen derde persoon

Niemand wordt bijkomend schuldenaar — enkel Een derde verbindt zich zelf als (bijkomende)
Wie is gebonden?
een goed wordt bezwaard schuldenaar / garant

Art. 3.3 BW: pand, hypotheek, bijzondere Boek 9, Titel 1 BW: borgtocht, autonome garantie,
Wettelijke basis
voorrechten patronaatsverklaring

Pand, hypotheek, voorrechten (algemeen en Borgtocht, autonome garantie,
Voorbeelden
bijzonder) patronaatsverklaring, covenants

Wet (voorrechten) of overeenkomst (pand, Wet, rechterlijke beslissing of overeenkomst
Grondslag
hypotheek) (meestal conventioneel)




2. Zakelijke zekerheidsmechanismen

2.1 Krachtens de wet — Voorrechten
2.1.1 Wat is een voorrecht? — algemene kenmerken
Kenmerk Betekenis
Recht van voorrang t.o.v. alle andere schuldeisers, toegekend uit hoofde van de
Grondslag (art. 12 Hyp.W.)
bijzondere aard van de schuldvordering

Geen voorrecht zonder wet — opsommingen in art. 19 en 20 Hyp.W. (+ verspreide
Wettelijke oorsprong
bijzondere wetgeving, bv. Wb. Invordering, Verz.W.)

Gekoppeld aan een schuldvordering én slaat op bepaalde goederen — levert pas iets op
Voorwerp
als er effectief te gelde wordt gemaakt

Accessoir karakter Volgt de schuldvordering als hoofdrecht: gaat de vordering teniet, dan ook het voorrecht

Enkel recht van voorrang op de prijs — geen volgrecht op het goed zelf zodra het uit het
Draagwijdte
vermogen van de schuldenaar verdwijnt

Voorrecht gaat over op een vervangend goed (bv. verzekeringsvergoeding) — vervalt wél
Zakelijke subrogatie
bij vermenging van geldsommen

Publiciteit In beginsel geen publiciteitsregeling vereist (uitzonderingen bij onroerende goederen)

In beginsel enkel de hoofdsom is bevoorrecht, niet de subsidiaire vorderingen
Omvang
(interesten, schadebedingen)




1

, Deel Zekerheden — Schematisch overzicht
2.1.2 Indeling van de voorrechten
Type Slaat op Voorbeeld
Gerechtskosten (art. 17+19,1°
Algemeen voorrecht — alle goederen Roerend + onroerend, zonder enige beperking
Hyp.W.)

Art. 19 Hyp.W.: loon, sociale
Algemeen voorrecht — alle roerende Alle roerende goederen; subsidiair ook
zekerheid, fiscus,
goederen onroerend indien roerend onvoldoende
onderhoudsschulden...

Bijzonder voorrecht — bepaalde Eén specifiek roerend goed — beschouwd als Art. 20 Hyp.W.: verhuurder,
roerende goederen zakelijke zekerheid (art. 3.3 BW) onbetaalde verkoper, vervoerder...

Bijzonder voorrecht — bepaalde Onbetaalde verkoper onroerend
Eén specifiek onroerend goed
onroerende goederen goed, voorrecht VME

Regel: een bijzonder voorrecht gaat vóór een algemeen voorrecht (art. 26 Hyp.W.), behalve de nuances hierna (zie 2.3).



2.1.3 Voorrechten op alle goederen (roerend + onroerend)
Voorrecht Grondslag Kern
Ruim begrip (alle soorten gerechtskosten); enkel kosten
gemaakt onder gezag van een rechterlijke instantie tot
behoud/verdeling van het vermogen; geen publiciteit vereist,
1) Gerechtskosten Art. 17 + 19, 1° Hyp.W.
ook niet op onroerend; slaat enkel op goederen die door de
procedure behouden/verzilverd werden, t.a.v. schuldeisers in
wier belang gemaakt

2) Schatkist — gerechtskosten Op alle roerende en onroerende goederen; op onroerende
W. 5-15/09/1807
strafzaken slechts subsidiair; mits inschrijving; betreft niet de boetes zelf

In de praktijk weinig gebruikt: advocaten laten zich meestal op
3) Advocaat in strafzaken —
voorhand betalen



2.1.4 Voorrechten op alle roerende goederen — algemeen voorrecht (art. 19 Hyp.W.)
Zonder publiciteit; subsidiair ook op onroerende goederen (art. 19 in fine Hyp.W.) voor zover niet uitgeput door andere rechthebbenden.
Bij gelijke rang: pondspondsgewijze verdeling.

# Voorrecht Kern
1 Gerechtskosten Zie hierboven (2.1.3)

Kosten n.a.v. begrafenis, in evenredigheid; humanitaire grondslag; stijgt sterk in de
2 Begrafeniskosten
rangorde (zie 2.3)

Kosten o.g.v. medisch voorschrift, in praktijk ruim geïnterpreteerd tot alle medische
3 Kosten laatste ziekte
facturen in de periode vóór de samenloop

Humanitaire grondslag; DAVO betaalt en treedt in de rechten van de
4 Onderhoudsschulden
onderhoudsgerechtigde (subrogatie); max. € 15.000

Art. 19, 3°ter–4°octies Hyp.W.: loon werknemer (max. € 7.500 bruto, opzegvergoedingen
onbeperkt; Sluitingsfonds treedt in de rechten); RIZIV; vakantiegeld; Fonds
5 Voorrechten sociaal recht
Arbeidsongevallen; RSZ/RSVZ (enkel bijdrage + opslag + boetes, geen interesten);
kinderbijslagfonds

Lichamelijke Art. 19, 3°ter W.Hyp. — enkel indien voortvloeiend uit een strafbaar feit (niet loutere
6
schadevergoeding onrechtmatige daad)

Art. 19, 5° W.Hyp. — enkel t.a.v. natuurlijke personen (SA + familie), beperkt tot laatste 6
7 Leverancier levensmiddelen
maanden

8 Fiscale voorrechten Buiten Hyp.W. — art. 27-28 Wb. Invordering: algemeen voorrecht op roerende goederen,

2

, Deel Zekerheden — Schematisch overzicht
# Voorrecht Kern
subsidiair onroerend; geldt niet voor Vlaamse belastingen (VLABEL); rang net na 19,5°;
bedrijfsvoorheffing/RV/BTW genieten een betere rang; zelfde rang als RSZ (19,4°ter)



2.1.5 Voorrechten op bepaalde roerende goederen — bijzonder voorrecht (art. 20 Hyp.W.)
Bijzondere voorrechten worden sinds art. 3.3 BW als volwaardige zakelijke zekerheid beschouwd (naast pand en hypotheek); zij hebben
voorrang op algemene voorrechten. Bezit van de zaak speelt soms een rol, soms niet.

# Voorrecht Kern
Kosten
1 Idem gerechtskosten (supra) — 'schijnelement': gaat over alles
uitwinning/vereffening

Zeer sterk voorrecht op de goederen die het gehuurde pand 'stofferen' — bij vaste datum: alle
Verhuurder/verpachter vorderingen; anders: 2 vervallen jaren + lopend + 1 toekomstig jaar; aanvullend pandbeslag (art.
2
onroerend goed 1461 Ger.W.) of beslag tot terugvordering (15 dagen); geldt ook voor goederen van derden
tenzij verhuurder werd geïnformeerd; geldt niet voor verhuurder van roerende goederen

3 Pandhouder Zie 2.2.1 (Pand)

'Nodige' kosten (niet verbetering) tegen verval/ongeschiktheid van een roerend goed; materieel
Kosten tot behoud van de
4 én juridisch behoud; geen algemene kosten; slaat op het behouden goed; bezit irrelevant; gaat
zaak
verloren bij onroerendwording behalve voor bedrijfsuitrustingsmaterieel

Voor de prijs (niet interesten/schadebedingen); enkel zolang het goed nog in natura roerend
5 Onbetaalde verkoper aanwezig is (behoudens zakelijke subrogatie); bedrijfsuitrustingsmaterieel: tot 5 jaar na
levering; geen publiciteit vereist — zie ook §2.1.5.1 (overige technieken)

Vrachtkosten + bijkomende kosten, op de vervoerde zaken, tot 24u na afgifte indien nog in bezit
6 Vervoerder
van de bestemmeling

Vordering op de aannemer, hoofdsom + accessoria, uitgeoefend op de schuldvordering van de
7 Onderaannemer aannemer t.o.v. de bouwheer (dus op een onlichamelijk goed); geldt 5 jaar; + rechtstreekse
vordering (art. 1798 BW), maar niet meer na samenloop

Art. 114 Verz.W. (buiten Hyp.W.) — premie max. 2 jaar, op de verzekerde zaak (enkel zinvol bij
8 Verzekeraar
schadeverzekeringen); rang onmiddellijk na gerechtskosten


2.1.5.1 Onbetaalde verkoper — overige beschermingstechnieken
Naast het voorrecht (supra) heeft de wetgever nog vier andere technieken voorzien om de onbetaalde verkoper te beschermen:

Techniek Grondslag Voorwaarden Gevolg
Vroeger: ENAC; sinds 'Afgedwongen zakelijke zekerheid' —
Feitelijke macht, tegenwerpelijk indien
Retentierecht 1/1/2018 art. 73 gelijkgesteld met pand (art. 76 PW),
te goeder trouw
Pandwet dus volwaardige zakelijke zekerheid

Recht van Contante verkoop + binnen 8 dagen na Reeds geleverd goed kan (desnoods
Art. 20, 5° Hyp.W.
terugvordering levering gerechtelijk) worden teruggevorderd

Vóór levering: steeds mogelijk. Ná
levering: kan, maar geen zakelijke Bij zakelijke werking keert het goed
Ontbinding Gemeen recht
werking meer na samenloop (tenzij terug naar de verkoper
contante verkoop binnen 8 dagen)

Schriftelijk beding, uiterlijk bij levering; Eigendom blijft (juridisch) bij
Eigendomsvoorbeho verrijkingsverbod; bij onroerendmaking: verkoper tot volledige betaling —
Art. 69-72 Pandwet
ud registratie in pandregister vereist vóór sterkste positie bij samenloop;
incorporatie zakelijke subrogatie mogelijk




3

, Deel Zekerheden — Schematisch overzicht
2.1.6 Voorrechten op bepaalde onroerende goederen
Voorrecht Kern
Gerechtskosten / Verzekeraar Zoals hierboven (2.1.3 en 2.1.5, nr. 8) — gelden ook voor onroerende goederen

Art. 27, 1° Hyp.W. — verkoopprijs + 3 jaar interest (art. 87 Hyp.W.); op het verkocht
Onbetaalde verkoper onroerend goed onroerend goed + verbeteringen; vereist overschrijving van de titel zonder
terugwerkende kracht (in de praktijk zeldzaam, vooral tussen ondernemingen)

Art. 27, 7° Hyp.W. (nieuw sinds 1/1/2019) — op de kavel, voor bijdragen van het lopend +
Voorrecht VME voorafgaand boekjaar; geen publiciteit vereist; rang net na gerechtskosten, verzekeraar
en eerder ingeschreven voorrechten — dus vóór de hypothecaire schuldeiser




2.2 Krachtens overeenkomst
2.2.1 Pand — zakelijke zekerheid op roerend goed
"Oud" pandrecht (tot 1/1/2018) Nieuw pandrecht (Pandwet 2013, i.w. 1/1/2018)
BW Boek III, Titel XVIII — 'Zakelijke zekerheden op
Grondslag Art. 2071 (oud) BW
roerende goederen'

Aard overeenkomst Zakelijk contract (traditio — vereist afgifte) Consensuele overeenkomst

Tegenwerpelijkheid Door afgifte (buitenbezitstelling) Door registratie in het online pandregister

In beginsel rechterlijke tussenkomst vereist (in Buitengerechtelijk mogelijk (tenzij pandgever =
Uitwinning
praktijk niet steeds gevolgd) consument)

Grondslag recht Nog steeds een voorrecht (art. 1, lid 2 PW), géén
Voorrecht (art. 20, 3° Hyp.W. — nu geschrapt)
pandhouder eigendomsrecht


Levenscyclus van het (nieuwe) pandrecht
Voorwerp & Gevolgen tijdens Uitwinning
Totstandkoming → schuldvordering → Tegenwerpelijkheid → looptijd → (pandverzilvering)



Fase Inhoud
Wilsovereenstemming volstaat, maar bewijs vereist een geschrift (in de praktijk steeds vereist via
Totstandkoming (art. 2 PW) registratie); moet vermelden: het goed, de schuldvordering en het maximumbedrag. Indien
pandgever = consument: geschrift vereist volgens Boek 8 BW.

Elk (on)lichamelijk roerend goed vatbaar voor overdracht (ook toekomstige goederen en een
Voorwerp 'geheel van goederen', bv. de handelszaak — 'omnibuspand'); ook mogelijk door een derde
('zakelijke borg' — onderworpen aan zowel de regels van pand als van borgtocht).

Huidige én toekomstige schulden mogelijk, maar steeds beperkt tot het geregistreerde
Schuldvordering
maximumbedrag; dekt hoofdsom + bijhorigheden.

Registratie in het pandregister, geldig voor 10 jaar (hernieuwing nodig); vuistpand (traditio) blijft
Tegenwerpelijkheid
als alternatief mogelijk (art. 39 PW).

Pandgever blijft eigenaar; mag het goed redelijk gebruiken (art. 17 PW) en er zelfs over
beschikken binnen de normale bedrijfsuitoefening (art. 21 PW); pandhouder heeft een (beperkt)
Gevolgen tijdens looptijd
volgrecht (art. 24-25 PW), behalve bij art. 21 PW, akkoord van de pandhouder, of een verkrijger
te goeder trouw (niet indien professioneel).

Kan contractueel geregeld worden, in beginsel zonder rechterlijke tussenkomst; wél rechterlijke
Uitwinning ('pandverzilvering')
tussenkomst vereist als de pandgever een consument is.


Bijzondere regimes
4

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
15 augustus 2026
Aantal pagina's
9
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$7.77

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
2
Volgers
0
Items
14
Laatst verkocht
2 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen