Colleges – Motivational interviewing
Intro- en basisvaardigheden – 06.04.2020:
Wat is de taak van de fysiotherapeut inzake adviseren van patiënten?:
Advies geven en patiënt begeleiden bij het advies opvolgen.
Wat is jullie mening?
Oefeningen: The instructor – coach – observer continuum
Welk deel van jullie adviestaak staat centraal in deze cursus?
Niet wat je zou kunnen adviseren (= informatietaak). Maar:
Hoe je de patiënt kunt begeleiden bij ‘compliance’ (=toepassingstaak) met behulp van technieken
van motivational interviewing.
Rol hulpverlener:
Diagnose-recept-model:
o ‘Dokter’(=hulpverlener) gericht
Hulpverlener is verantwoordelijk, gesloten vragen.
Hulpverlener weet de oplossing, neem beslissingen.
Biomedisch model, compliance.
Actief-participatie-model:
o Patiënt gericht (MI):
Hulpverlener en patiënt zijn beide verantwoordelijk, open vragen.
Shared decision making.
Bio psychosociaalmodel, adherence.
Gedragsverandering:
The stages of change model:
, MI en the stages of change model – a ‘natural fit’:
In elk stadium van verandering kunnen motivational interviewing technieken worden gebruikt.
Wat is motivational interviewing:
Definitie = cliëntgerichte, directieve methode om te bevorderen dat de patiënt intrinsiek
gemotiveerd wordt tot verandering, door ambivalente te verkennen en op te lossen.
Definitie MI:
Intrinsieke motivatie = persoonlijke behoefte, waarden
(motieven/overtuigingen) en interessen.
Extrinsieke motivatie = druk van buitenaf.
Onder de waterlijn: niet zichtbare elementen, waaronder
vooral de persoonskenmerken, die moeilijker aan te leren
zijn
Boven de waterlijn: zichtbare elementen waaronder
vakkennis en (intermediaire) vaardigheden, die gemakkelijk
aan te leren zijn
Drie basisbehoeften voor interne motivatie:
o Verbondenheid = patiënt moet zich veilig en gerespecteerd
voelen.
o Competentie (bekwaamheid) = uitdagende omgeving
leren belangrijker dan presteren.
o Autonomie = patiënt vrij laten in wat hij wil bereiken.
o Selfdetermination theory.
Bestandsdelen MI:
o Wel:
Coöperatie (samenwerking):
Partnerachtige betrokkenheid i.p.v. autoritaire competitieve houding
Zelfonderzoek i.p.v. aansporing
Ondersteuning i.p.v. overtuiging/discussie
Evocatie (uitlokken):
Niet onderwijzen, maar oproepen innerlijke motivatie voor verandering
Autonomie:
De patiënt is verantwoordelijk voor zijn eigen verandering
o Niet:
Confrontatie
Educatie
Autoriteit
Ambivalentie:
o Ik wil wel en ik wil niet veranderen.
Algemeen menselijke ervaring in normal veranderingsproces.
Dubbelconflict:
Twee alternatieven (aantrekking-vermijding) met voor- en nadelen.
o Beide overtuigingen en attitudes ter sprake brengen om cognitieve dissonantie te
bewerkstelligen, welke kan worden opgeheven door één groep opvattingen te verwerpen
ten gunste van de andere
Intro- en basisvaardigheden – 06.04.2020:
Wat is de taak van de fysiotherapeut inzake adviseren van patiënten?:
Advies geven en patiënt begeleiden bij het advies opvolgen.
Wat is jullie mening?
Oefeningen: The instructor – coach – observer continuum
Welk deel van jullie adviestaak staat centraal in deze cursus?
Niet wat je zou kunnen adviseren (= informatietaak). Maar:
Hoe je de patiënt kunt begeleiden bij ‘compliance’ (=toepassingstaak) met behulp van technieken
van motivational interviewing.
Rol hulpverlener:
Diagnose-recept-model:
o ‘Dokter’(=hulpverlener) gericht
Hulpverlener is verantwoordelijk, gesloten vragen.
Hulpverlener weet de oplossing, neem beslissingen.
Biomedisch model, compliance.
Actief-participatie-model:
o Patiënt gericht (MI):
Hulpverlener en patiënt zijn beide verantwoordelijk, open vragen.
Shared decision making.
Bio psychosociaalmodel, adherence.
Gedragsverandering:
The stages of change model:
, MI en the stages of change model – a ‘natural fit’:
In elk stadium van verandering kunnen motivational interviewing technieken worden gebruikt.
Wat is motivational interviewing:
Definitie = cliëntgerichte, directieve methode om te bevorderen dat de patiënt intrinsiek
gemotiveerd wordt tot verandering, door ambivalente te verkennen en op te lossen.
Definitie MI:
Intrinsieke motivatie = persoonlijke behoefte, waarden
(motieven/overtuigingen) en interessen.
Extrinsieke motivatie = druk van buitenaf.
Onder de waterlijn: niet zichtbare elementen, waaronder
vooral de persoonskenmerken, die moeilijker aan te leren
zijn
Boven de waterlijn: zichtbare elementen waaronder
vakkennis en (intermediaire) vaardigheden, die gemakkelijk
aan te leren zijn
Drie basisbehoeften voor interne motivatie:
o Verbondenheid = patiënt moet zich veilig en gerespecteerd
voelen.
o Competentie (bekwaamheid) = uitdagende omgeving
leren belangrijker dan presteren.
o Autonomie = patiënt vrij laten in wat hij wil bereiken.
o Selfdetermination theory.
Bestandsdelen MI:
o Wel:
Coöperatie (samenwerking):
Partnerachtige betrokkenheid i.p.v. autoritaire competitieve houding
Zelfonderzoek i.p.v. aansporing
Ondersteuning i.p.v. overtuiging/discussie
Evocatie (uitlokken):
Niet onderwijzen, maar oproepen innerlijke motivatie voor verandering
Autonomie:
De patiënt is verantwoordelijk voor zijn eigen verandering
o Niet:
Confrontatie
Educatie
Autoriteit
Ambivalentie:
o Ik wil wel en ik wil niet veranderen.
Algemeen menselijke ervaring in normal veranderingsproces.
Dubbelconflict:
Twee alternatieven (aantrekking-vermijding) met voor- en nadelen.
o Beide overtuigingen en attitudes ter sprake brengen om cognitieve dissonantie te
bewerkstelligen, welke kan worden opgeheven door één groep opvattingen te verwerpen
ten gunste van de andere