Bronnen en beginselen
Objectief recht;
Ubi societas, ibi ius :
waar er een samenleving is recht
Ius id quod iustum est :
alleen dat wat rechtvaardig is is recht
ius est ars aequi et boni :
het recht is de kunst van het goede en het billijke
cuique suum tribuere :
ieder het zijne toedelen (aan een ieder het zijne geven)
nemo judex in causa sua :
niemand mag rechter zijn in eigen zaak
nemo praecise cogi potest ad factum :
niemand kan rechtstreeks tot een daad worden gedwongen
ubi remedium ibi ius :
no writ no right (remedies precede right)
stare decisis (et quieta non movere) :
volharden in datgene wat is besloten, en datgene wat tot rust gekomen is
niet meer bewegen
de lege lata :
, het geldende recht
de lege ferenda :
het toekomstige recht
nemo censetur ignorare legem :
niemand wordt geacht de wet niet te kennen
error communis facit ius :
een algemene dwaling maakt recht (als een grote groep mensen zich
vergist)
nullum crimen nulla poena sine lege :
geen misdrijf en geen straf zonder voorafgaande wet (legaliteitsbeginsel,
een mens mag alleen worden gestraft als de wet de daad op dat moment
als strafbaar stelde)
dies a quo :
de begindag (telt niet mee voor de berekening van de termijn)
dies ad quem :
de einddag (telt wel mee)
lex superior derogat legi inferiori :
de hogere wet stelt de lagere wet buiten werking (de hogere rechtsnorm
gaat voor op een latere rechtsnorm)
malum in se malum prohibitum :
het is slecht omdat het verboden is (illegaal door een wet maar niet per se
immoreel)
ultra vires :
buiten de bevoegdheid (onbevoegd)