Stofwisseling & hormonen:
⇒ hoofdstuk voeding zelfstandig
1. Hypothalamo-hypofysair systeem: fysiologie & fysiopathologie:
1.1. Anatomie en ontwikkeling hypofyse:
hypothalamus: in de buurt van derde ventrikel
⇒ bestaat uit verschillende kernen, begrensd door chiasma opticum, corpora mamillaria en
eminentia mediana* (hier lopen axonen met stimulerende en inhiberende hormonen)
hypofyse bestaat uit 2 delen:
- adenohypofyse: stelt veel hormonen vrij: opgesplitst in 3 delen ⇒ voorste
- neurohypofyse of pars nervosa ⇒ achterste
⇒ afgegrensd door diafragma sellae
⇒ bij hypofysetumor: druk op dit diafragma, druk op chiasma opticum (gezichtsvelduitval)
⇒ soms zitten er cysten (restanten van zakje van Rathke) tussen neuro- en adenohypofyse
⇒ gelegen in uitsparing van os sphenoidale in sella turcica
congenitale aanlegstoornissen waar 2 delen niet goed naar elkaar migreren
→ mensen kunnen niet ruiken en hypofysaire uitval (uitval van hormonale as)
,bevloeiing:
primaire en secundaire capillaire plexus plexus
arterieel: bovenste hypofysaire (voorkwab) en onderste hypofysaire arterie (achterkwab)
zwaar trauma: bloeding of trombose: hypopituïtarisme
sinus cavernosus: lopen zenuwen door : III (oculomotorius), IV (trochlearis), VI (abducens)
,hypothalamus, adeno- en neurohypofyse:
adenohypofysaire cellen:
→ meeste zijn groeihormoon-producerende cellen
→ ACTH centraal
→ niet 100% zo
, ⭐️
1.2.Hormonen v/d hypothalamus:
hypothalamische of hypofysiotrope hormonen:
- worden in pulsen gesecreteerd (sommige hebben bv dag-nacht ritme)
- hypothalamus ontvang signalen vanuit thalamus, cortex, ruggenmerg, visuele centra,
limbisch systeem via neurotransmitters:
- adrenaline, noradrenaline
- dopamine
- serotonine
- acetylcholine, …
- hypothalamische hormonen stimuleren of inhiberen hypofyse (via portaal systeem)
- CRH: corticotropine releasing hormone: ↑ ACTH
- GnRH: gonadotropine RH: ↑ LH en FSH
- GHRH: groeihormoon RH: ↑ GH en TSH (thyroid-stimulerend hormoon)
- TRH: thyrotropine RH: ↑ TSH en PRL
- SS: somatostatine: ↓ GH
- dopamine: ↓ PRL
somatostatine: sterk inhibitor hormoon, overtreft GH
dopamine gaat continue een rem vormen op je prolactine
1.3. Hormonen vd neurohypofyse:
ADH = arginine vasopressine (om urine te concentreren)
→ door supraoptische nucleus vrijgesteld (vrijstelling is Ca en Na afhankelijk)
→ gaat binden op VP2 in de niertubuli, vorming van aquaporines
→ resorptie van water (minder uitplassen)
→ werkt ook op VP1: gladde spiercellen van uterus en melkklieren (vasoconstrictie)
→ simulatie van CRH, maar vooral van ACTH
⇒ hoofdstuk voeding zelfstandig
1. Hypothalamo-hypofysair systeem: fysiologie & fysiopathologie:
1.1. Anatomie en ontwikkeling hypofyse:
hypothalamus: in de buurt van derde ventrikel
⇒ bestaat uit verschillende kernen, begrensd door chiasma opticum, corpora mamillaria en
eminentia mediana* (hier lopen axonen met stimulerende en inhiberende hormonen)
hypofyse bestaat uit 2 delen:
- adenohypofyse: stelt veel hormonen vrij: opgesplitst in 3 delen ⇒ voorste
- neurohypofyse of pars nervosa ⇒ achterste
⇒ afgegrensd door diafragma sellae
⇒ bij hypofysetumor: druk op dit diafragma, druk op chiasma opticum (gezichtsvelduitval)
⇒ soms zitten er cysten (restanten van zakje van Rathke) tussen neuro- en adenohypofyse
⇒ gelegen in uitsparing van os sphenoidale in sella turcica
congenitale aanlegstoornissen waar 2 delen niet goed naar elkaar migreren
→ mensen kunnen niet ruiken en hypofysaire uitval (uitval van hormonale as)
,bevloeiing:
primaire en secundaire capillaire plexus plexus
arterieel: bovenste hypofysaire (voorkwab) en onderste hypofysaire arterie (achterkwab)
zwaar trauma: bloeding of trombose: hypopituïtarisme
sinus cavernosus: lopen zenuwen door : III (oculomotorius), IV (trochlearis), VI (abducens)
,hypothalamus, adeno- en neurohypofyse:
adenohypofysaire cellen:
→ meeste zijn groeihormoon-producerende cellen
→ ACTH centraal
→ niet 100% zo
, ⭐️
1.2.Hormonen v/d hypothalamus:
hypothalamische of hypofysiotrope hormonen:
- worden in pulsen gesecreteerd (sommige hebben bv dag-nacht ritme)
- hypothalamus ontvang signalen vanuit thalamus, cortex, ruggenmerg, visuele centra,
limbisch systeem via neurotransmitters:
- adrenaline, noradrenaline
- dopamine
- serotonine
- acetylcholine, …
- hypothalamische hormonen stimuleren of inhiberen hypofyse (via portaal systeem)
- CRH: corticotropine releasing hormone: ↑ ACTH
- GnRH: gonadotropine RH: ↑ LH en FSH
- GHRH: groeihormoon RH: ↑ GH en TSH (thyroid-stimulerend hormoon)
- TRH: thyrotropine RH: ↑ TSH en PRL
- SS: somatostatine: ↓ GH
- dopamine: ↓ PRL
somatostatine: sterk inhibitor hormoon, overtreft GH
dopamine gaat continue een rem vormen op je prolactine
1.3. Hormonen vd neurohypofyse:
ADH = arginine vasopressine (om urine te concentreren)
→ door supraoptische nucleus vrijgesteld (vrijstelling is Ca en Na afhankelijk)
→ gaat binden op VP2 in de niertubuli, vorming van aquaporines
→ resorptie van water (minder uitplassen)
→ werkt ook op VP1: gladde spiercellen van uterus en melkklieren (vasoconstrictie)
→ simulatie van CRH, maar vooral van ACTH