PSYCHOMETRIE EN CONSTRUCTIE VAN
PSYCHODIAGNOSTISCHE INSTRUMENTEN
LES 0: INLEIDING
OPLEIDINGSONDERDELEN
Een 2-bij-2 design
INHOUDELIJKE VOORSTELLING
wat is psychometrie?
• Niet woordenboek (bv. Van Dale) → in het woordenboek vind je de definitie van psychometrie NIET
o synoniem van psychoscopie
o onderdeel van de helderziendheid, te weten, het zien van gebeurtenissen uit het verleden door
het betasten van een portret of voorwerp → eerder obscuur, is iets wat we niet willen
• Wel (cf. wikipedia)
o Psychometrie houdt zich bezig met de theorie en de techniek van pedagogische en
psychologische meting, met name het meten van kennis, vaardigheden, houdingen en
persoonlijkheidskenmerken
o Of kortweg: de methodologie van/achter de psychodiagnostiek
o Zie ook ‘psychologie van individuele verschillen’ (inleiding van factoranalyse gezien)
BASISSCHEMA PSYCHOMETRIE
• Psychometrie wil adhv een antwoorden op een reeks van vragen (items genoemd)
o Obv de antwoorden op die items proberen we van het geobserveerde naar het achterliggende te
gaan en zo een persoonseigenschap te meten
o In PID nagedacht over welke persoonseigenschappen er nu bestaan in de psychologie → dit vak:
nagaan hoe we van die datamatrix (antwoorden van personen op items) kan overgaan tot een
meting van die individuele verschilvariabelen/persoonseigenschappen
▪ Dus echt over de methodologie: toegepaste statistiek → statistische/psychometrische
modellen gebruikt (KTT, IRT, factoranalyse)
1
,PROCES VAN CONSTRUCTIE PSYCHODIAGNO STISCHE INSTRUMENTEN
• Deel 1 focust op psychometrische modellen
o Hoe kunnen we objectiviteit garanderen?
o …
CONSTRUCTIE PSYCHODIAGNOSTISCHE INSTRUMENTEN
• Vandaag eerste les van deel 2
o Validiteit = wat is de betekenis die we kunnen hechten aan gemeten scores? → verschillende
soorten validiteit
o Gebruik van tests (wil je in een selectie studenten selecteren die al dan niet arts mogen volgen,
wat zijn belangrijke elementen die we in rekening moeten nemen)
o In deel 2 volgen we de logica van constructie van psychodiagnostische instrumenten
o Voorafgaand aan deel 1 (psychometrische modellering) heb je itemconstructie (welke vragen
gaan we voorleggen) + welke data gaan we verzamelen en welke steekproef gaan we trekken?
Dus vandaag een inleidende les over Deel 2 (betreffende item-constructie en dataverzameling), dan gaan
we verder met Deel 1 in de volgende lessen, en dan pas de rest van Deel 2 later zien
2
,inhoud practica
• oefeningen
• statistische analyses met computerpractica
• Illustraties en toepassingen
PRAKTISCH
• Zie studiewijzer
• Planning
o Elke maandag hoorcollege
o Elke dinsdag practicum van 13-14u (maar niet elke dinsdag!)
• Hoor-col-lege en collectieve sessies
o Samen lezen en spreken
o Collectieve studie, samen denken
o ‘Kom uit uw kot!’
• Voor bijzondere omstandigheden → voor alle lessen worden opnames voorzien
o Individueel scherm
o Lesopnames beschikbaar (tenzij technische problemen), ook bij collectieve practicumsessies
EXAMEN
evaluatie examen
• Geslotenboekexamen
• Formularium beschikbaar (zie studiegids) → mag je (zonder er iets aan te wijzigen of toevoegen)
gebruiken bij het examen, moet je zelf meenemen!
• 40 meerkeuzevragen
o Deel I: 20
o Deel II: 20
o Ook over inhoud van practica kunnen vragen worden gesteld
• ‘correctie voor raden’ (bestraffing foute antwoorden)
evaluatie opdrachten
• voor Deel II zijn er ook twee verplichte opdrachten met een digitale toets→ hier kan je al 2/20 punten mee
verdienen!
o Respecteer de indiendata (zie studiewijzer)
o Let op! indien niet afgelegd: NA op practicum
puntenverdeling
• Hoorcollege:
o 18 van de 20 punten
• Practicum:
o 2 van de 20 punten
3
, • Totaalscore = som
o Deelresultaten worden niet afgerond bij berekenen van de som
o Afwijking op de somregel:
▪ NA op een onderdeel (examen of practicum) geeft NA op geheel
bij herexamen…
• Hoorcollege:
o Vergelijkbaar examen
• Practica:
o Er is geen herkansing mogelijk
o Punt van eerste examenkans wordt overgenomen
LES 1: ITEMCONSTRUCTIE
SITUERING IN DE CURSUS
Zie hoofdstuk 4 uit Testtheorie
Vandaag hebben we het over Deel 2: itemconstructie en dataverzameling
Dit hoorcollege bestaat uit 3 delen:
o Hoe kunnen mensen hun antwoord geven?
o De vorm (open of gesloten)
o Kwantificering van antwoorden + beoordeling van de kwaliteit van items
op het menu voor vandaag
• Hoe worden stellingen gescoord? En vragen?
• Hoe kan je het probleem van raden bij standaard meerkeuzevragen aanpakken? Speelt raden ook een rol
bij rangschikvragen?
• Wat is een belangrijke taak voor de onderzoeker bij een theoretische opdracht met open vraagvorm? Hoe
sluit dat aan bij een beoordeling van een praktische opdracht op gedragswijze?
• Wat is de statistische definitie van toevalsfout en hoe vertaalt zich dat bij itemformuleringen?
• Wat is het voordeel van een oneven aantal keuzemogelijkheden bij gesloten tests voor gedragswijzen? Is
dat voordeel soms ook een nadeel?
• Zijn items uit een vragenlijst voor depressie ook dichotoom te scoren?
• Wat is een spiegelitem?
• Moet je bij vooronderzoek naar de psychometrische kwaliteit van items representatieve steekproeven
gebruiken?
• Wat is de link tussen scoregroepanalyse en een IRT-model (pas na Deel I te beantwoorden)
toelichting vooraf + basiskader psychologie en psychometrie
4
PSYCHODIAGNOSTISCHE INSTRUMENTEN
LES 0: INLEIDING
OPLEIDINGSONDERDELEN
Een 2-bij-2 design
INHOUDELIJKE VOORSTELLING
wat is psychometrie?
• Niet woordenboek (bv. Van Dale) → in het woordenboek vind je de definitie van psychometrie NIET
o synoniem van psychoscopie
o onderdeel van de helderziendheid, te weten, het zien van gebeurtenissen uit het verleden door
het betasten van een portret of voorwerp → eerder obscuur, is iets wat we niet willen
• Wel (cf. wikipedia)
o Psychometrie houdt zich bezig met de theorie en de techniek van pedagogische en
psychologische meting, met name het meten van kennis, vaardigheden, houdingen en
persoonlijkheidskenmerken
o Of kortweg: de methodologie van/achter de psychodiagnostiek
o Zie ook ‘psychologie van individuele verschillen’ (inleiding van factoranalyse gezien)
BASISSCHEMA PSYCHOMETRIE
• Psychometrie wil adhv een antwoorden op een reeks van vragen (items genoemd)
o Obv de antwoorden op die items proberen we van het geobserveerde naar het achterliggende te
gaan en zo een persoonseigenschap te meten
o In PID nagedacht over welke persoonseigenschappen er nu bestaan in de psychologie → dit vak:
nagaan hoe we van die datamatrix (antwoorden van personen op items) kan overgaan tot een
meting van die individuele verschilvariabelen/persoonseigenschappen
▪ Dus echt over de methodologie: toegepaste statistiek → statistische/psychometrische
modellen gebruikt (KTT, IRT, factoranalyse)
1
,PROCES VAN CONSTRUCTIE PSYCHODIAGNO STISCHE INSTRUMENTEN
• Deel 1 focust op psychometrische modellen
o Hoe kunnen we objectiviteit garanderen?
o …
CONSTRUCTIE PSYCHODIAGNOSTISCHE INSTRUMENTEN
• Vandaag eerste les van deel 2
o Validiteit = wat is de betekenis die we kunnen hechten aan gemeten scores? → verschillende
soorten validiteit
o Gebruik van tests (wil je in een selectie studenten selecteren die al dan niet arts mogen volgen,
wat zijn belangrijke elementen die we in rekening moeten nemen)
o In deel 2 volgen we de logica van constructie van psychodiagnostische instrumenten
o Voorafgaand aan deel 1 (psychometrische modellering) heb je itemconstructie (welke vragen
gaan we voorleggen) + welke data gaan we verzamelen en welke steekproef gaan we trekken?
Dus vandaag een inleidende les over Deel 2 (betreffende item-constructie en dataverzameling), dan gaan
we verder met Deel 1 in de volgende lessen, en dan pas de rest van Deel 2 later zien
2
,inhoud practica
• oefeningen
• statistische analyses met computerpractica
• Illustraties en toepassingen
PRAKTISCH
• Zie studiewijzer
• Planning
o Elke maandag hoorcollege
o Elke dinsdag practicum van 13-14u (maar niet elke dinsdag!)
• Hoor-col-lege en collectieve sessies
o Samen lezen en spreken
o Collectieve studie, samen denken
o ‘Kom uit uw kot!’
• Voor bijzondere omstandigheden → voor alle lessen worden opnames voorzien
o Individueel scherm
o Lesopnames beschikbaar (tenzij technische problemen), ook bij collectieve practicumsessies
EXAMEN
evaluatie examen
• Geslotenboekexamen
• Formularium beschikbaar (zie studiegids) → mag je (zonder er iets aan te wijzigen of toevoegen)
gebruiken bij het examen, moet je zelf meenemen!
• 40 meerkeuzevragen
o Deel I: 20
o Deel II: 20
o Ook over inhoud van practica kunnen vragen worden gesteld
• ‘correctie voor raden’ (bestraffing foute antwoorden)
evaluatie opdrachten
• voor Deel II zijn er ook twee verplichte opdrachten met een digitale toets→ hier kan je al 2/20 punten mee
verdienen!
o Respecteer de indiendata (zie studiewijzer)
o Let op! indien niet afgelegd: NA op practicum
puntenverdeling
• Hoorcollege:
o 18 van de 20 punten
• Practicum:
o 2 van de 20 punten
3
, • Totaalscore = som
o Deelresultaten worden niet afgerond bij berekenen van de som
o Afwijking op de somregel:
▪ NA op een onderdeel (examen of practicum) geeft NA op geheel
bij herexamen…
• Hoorcollege:
o Vergelijkbaar examen
• Practica:
o Er is geen herkansing mogelijk
o Punt van eerste examenkans wordt overgenomen
LES 1: ITEMCONSTRUCTIE
SITUERING IN DE CURSUS
Zie hoofdstuk 4 uit Testtheorie
Vandaag hebben we het over Deel 2: itemconstructie en dataverzameling
Dit hoorcollege bestaat uit 3 delen:
o Hoe kunnen mensen hun antwoord geven?
o De vorm (open of gesloten)
o Kwantificering van antwoorden + beoordeling van de kwaliteit van items
op het menu voor vandaag
• Hoe worden stellingen gescoord? En vragen?
• Hoe kan je het probleem van raden bij standaard meerkeuzevragen aanpakken? Speelt raden ook een rol
bij rangschikvragen?
• Wat is een belangrijke taak voor de onderzoeker bij een theoretische opdracht met open vraagvorm? Hoe
sluit dat aan bij een beoordeling van een praktische opdracht op gedragswijze?
• Wat is de statistische definitie van toevalsfout en hoe vertaalt zich dat bij itemformuleringen?
• Wat is het voordeel van een oneven aantal keuzemogelijkheden bij gesloten tests voor gedragswijzen? Is
dat voordeel soms ook een nadeel?
• Zijn items uit een vragenlijst voor depressie ook dichotoom te scoren?
• Wat is een spiegelitem?
• Moet je bij vooronderzoek naar de psychometrische kwaliteit van items representatieve steekproeven
gebruiken?
• Wat is de link tussen scoregroepanalyse en een IRT-model (pas na Deel I te beantwoorden)
toelichting vooraf + basiskader psychologie en psychometrie
4