PSYCHODIAGNOSTIEK IN DE
HULPVERLENING AAN V&O
INFORMATIE OVER HET VAK
• Lessen worden opgenomen
• Handboek: psychodiagnostiek in de hulpverlening aan volwassenen en ouderen
o Niet alle hoofdstukken zijn te kennen
o Boek zal je nog in verdere studie nodig hebben om info in op te zoeken
o In colleges wordt de theorie omgezet naar de praktijk, dus in boek vooral de theorie
EXAMEN
• Meeste vragen zijn open
o Soms maar een kort antwoord nodig
• Kennisvragen (vb. aan welke criteria dient iemand te doen om te kunnen spreken van een borderline PH
stoornis)
• Inzichtsvragen (vb. casus van iemand met alcoholverslaving en vragen om een functie analyse te maken
van het alcoholgebruik -> in termen van klassieke en operante conditionering uitleggen hoe gedrag is
ontstaan en tot stand wordt gehouden)
• Casuïstiek = je krijgt casus en bepaalde deelaspecten van diagnostische cyclus gebruiken om vragen die
cliënt heeft te kunnen beantwoorden
• Voorbeeldvragen worden doorheen het jaar gegeven
INLEIDING
OVERZICHT CURSUS
Centrale deel in cursus is psychodiagnostische
proces/cyclus waar we de stappen doorlopen om alle
vraagstellingen van de aanvrager en cliënt te beantwoorden
(onder andere adhv observatie, klinisch interview,
vragenlijsten, gedragstaken, …)
Stappen van dit proces dienen neergeschreven te worden
in het psychodiagnostisch verslag
Daarnaast groepen stoornissen
o Ontwikkelingsstoornissen: ASS en ADHD
o Eetstoornissen of klinische stoornissen:
psychosen, stemmingsstoornissen en verslaving
o Persoonlijkheidsstoornissen
o Neurodegeneratieve stoornissen (neuropsychologie die op deze stoornissen focust)
KLINISCHE PSYCHODIAGNOSTIEK – DEFINITIE
Goede diagnostiek is de voorloper van een goede behandeling: je kan pas goed behandelen indien je ook weet
wat je dient te behandelen -> uitzoeken wat er op dit moment met de cliënt aan de hand is en hoe we die het
beste kunnen helpen
1
, • “Psychodiagnostiek is de oordeelsvorming aangaande psychische disfuncties of gedragsmoeilijkheden
en sterktes (toevoeging door auteurs)
o Wat loopt er fout ifv gedrag?
o Gedrag = zeer ruim -> zowel emoties, cognities als observeerbaar en niet-observeerbaar gedrag
o Niet enkel focussen op wat fout loopt, maar ook kijken naar welke domeinen het goed loopt ->
deze sterktes hebben we nodig om de dingen die fout lopen weer on rail te krijgen
• waarbij de benadering van het probleem op de wetenschappelijke psychologie gebaseerd is en
o Heel belangrijk -> werk is gebaseerd op wetenschap, dus kennis in ons vak is essentieel
o Kennis van diagnostische ziektebeelden, psychopathologie, processen, verloop van
psychopathologie en welke behandelingen aanwezig zijn en evidence-based zijn om de
pathologie te behandelen
• waarbij het essentieel is de persoon (of het systeem) zodanig te begrijpen dat uit de structurering van
diens probleem (case formulation) relevante aanwijzingen voor de therapie voortvloeien.
o Als we structuur hebben gevonden in de problemen en de sterktes bij de cliënt en/of het
cliëntensysteem (cliënt maakt altijd deel uit van een gezin en heeft een ontwikkelingshistoriek,
dit moet ook meegenomen worden in de diagnostiek) -> dan gaan we alle elementen
samenbrengen in een case formulation (probleemsamenhang)= op een A4 hokjes en pijltjes
tekenen om te vertellen aan de cliënt wat de problemen en sterktes zijn en hoe deze elementen
zich tot elkaar verhouden, zijn ook de handvaten om een goede therapie op te starten
• Deze oordeelsvorming is een procesmatig gebeuren dat plaatsvindt en evolueert in de interactie tussen
cliënt en clinicus.” (Houben, 1986, p. 71)
o Procesmatig, betekent dat het perfecte antwoord we nooit gaan kennen
o Een psychodiagnostisch proces blijft aanwezig tijdens de ganse behandeling, dus
psychodiagnostiek gebeurt zeker niet alleen bij aanvang van een psychodiagnostisch proces,
maar doorheen het hele behandeltraject om te kijken of cliënt evolueert zoals wordt verwacht
(indien dit niet het geval is moeten we kijken waarom)
o Altijd in interactie tussen cliënt en onszelf, zonder cliënt of cliëntensysteem kunnen we geen
diagnostiek doen -> het motiveren van de cliënt om goed mee te werken aan ons klinisch
diagnostisch onderzoek is essentieel
5 BASISVRAGEN IN DE KLINISCHE PSYCH ODIAGNOSTIEK
Deze vragen gaan we vaak horen omdat ze essentieel zijn
Onderkenning Wat is er aan de hand?
- Waarom verschijnt de cliënt nu bij mij met welke problemen en
sterktes?
- Bevat klinische diagnoses zoals in DSM en pathologische
ziektebeelden, maar ook klachten en symptomen (niet iedereen die
klachten heeft heeft daarom een stoornis), …
Verklaring Welke uitlokkende en onderhoudende factoren spelen een rol in het
probleem van de cliënt?
- Verleden
- Wat lokt deze problematiek uit? Wat onderhoudt deze problematiek?
- Voor elke cliënt hebben klachten functies en belangrijk om deze
functies in kaart te brengen -> waarom dienen die klachten en hoe
kunnen deze klachten vervangen worden door een meer adaptieve
copingsstijl om mee om te gaan?
Predictie Hoe gaat het probleem zich verder ontwikkelen?
- Toekomst
2
, - We baseren ons op info uit handboeken die ons vertellen hoe
bepaalde stoornissen verder zullen verlopen wanneer we al dan niet
ingrijpen
- Ook in forensische psychologie zien we vaak predictievragen vb. in
gevangenis een onderzoek: gevraagd om te voorspellen hoe groot de
kans is dat de forensische cliënt nog eens een misdrijf zal begaan
indien vrijgelaten? / hoe groot is kans dat iemand met majeure
depressieve stoornis een suïcide poging zal ondernemen? -> zijn zeer
moeilijke vragen omdat de theorie tekort schiet (vb. suïcide is enige
mogelijkheid tot voorspelling of er al een voorgaande suïcidepoging is
geweest)
- Onze wetenschap is nog niet zo goed ontwikkelt op vlak van goede
predictiemodellen, maar blijft belangrijk om over na te denken
Indicatie Is behandeling noodzakelijk, en zo ja, welke vorm van behandeling?
- Het is niet altijd nodig om te behandelen vb. verdrietige cliënt die ’s
ochtends niet uit bed geraakt, geen eetlust, gewicht kwijtgeraakt ->
kan ook zijn door rouw, dus dan geen behandeling nodig want meeste
van deze klachten zullen dan met de tijd minderen
- Er zijn ook normale reacties op stressvolle situaties waar we niet
meteen moeten behandelen
- Ook eerst medische oorzaken uitsluiten voordat we een
psychologische behandeling starten vb. depressieve cliënt vertelt dat
vroeger bij haar ouders een schildklier aanwezig was -> bij cliënt de
schildklierfuncties in kaart laten brengen want kan dat je anders mss
een depressie gaat behandelen die werd veroorzaakt door een traag
werkende schildklier, dus dan eerst medische behandeling nodig
Evaluatie Is het probleem voldoende verholpen door de uitgevoerde behandeling?
- Na behandeling evalueren of die een effect heeft gehad en op welke
symptomatologie
- Zijn er nog resterende problemen en gaan we deze verder
behandelen?
- Onderzoek toont aan dat we veel te lang doorgaan met het
behandelen van patiënten die het goed stellen + cliënt met moeilijker
gedrag te snel behandeling stoppen -> ook voor het stoppen van de
behandeling nadenken of nog verdere actie nodig is en op welke
probleemdomeinen
HOOFDSTUK 1: HEURISTIEKEN IN KLINISCH-DIAGNOSTISCH REDENEREN
Al gezien maar bekijken we nog eens omdat ieder van ons als clinicus gevoelig is aan oordeelsfouten en maar één
manier om deze te beperken en dat is er veel kennis over verwerven (over die fouten en wat we moeten doen om
deze biasen tegen te gaan)
• Klinische diagnostiek = een oordeelsvormingsproces dat bestaat uit verschillende stappen
o Een zeer complex oordeelsproces
o Doel van psychodiagnostisch onderzoek = begrijpen wat er aan de hand is met de cliënt ->
daarbij is de clinicus vanaf het eerste moment aan het oordelen en beslissen en daardoor heeft
men heel wat kennis van zaken nodig
o Cliënt komt uit bepaalde context, een temperament, hierdoor mss andere leerervaringen, deze
zullen bepalen hoe we zullen reageren bij confrontatie met stressoren en het al dan niet
ontwikkelen van klachten
o We krijgen heel veel info over cliënt die we op systematische wijze gaan moeten ordenen -> als
mensen zijn we slechte beslissingsmakers en redeneren we niet zo goed (niet handig want dit
3
, vak bestaat uit redeneren en info ordenen) -> belangrijk goed te weten waarop te letten en wat
we fout doen in het oordeelsproces
• Wanneer we oordelen laten we ons soms vangen door vooroordelen of ideeën die we hebben en zeker
niet altijd correct zijn
o Vb. Een jongen en zijn vader reden in de auto naar huis. De vader had al aardig wat biertjes op en
reed tegen een boom. De vader was in één klap dood, de zoon overleefde het ongeluk, maar
moest wel met hele ernstige verwondingen naar het ziekenhuis. Toen de zoon in de OK lag, kwam
de hoofdchirurg er aan. De chirurg keek naar de jongen en zei: "Deze patiënt opereer ik niet, het is
mijn zoon." -> Wie is de chirurg?
o Soms komt men hier moeilijk op het antwoord (de mama of een 2 de papa) omdat men vaak bij
een chirurg denk dat het een man is = een vooroordeel -> moeten we zeer voorzichtig mee zijn
Onze oordelen worden vaak gekleurd door vooroordelen of bias
In het klinische oordeel spelen deze heuristieken die leiden tot biases ook een rol
HEURISTIEKEN EN BIASES
• Als je beslissingen moet nemen in de klinische praktijk, waarbij de informatie die je ter beschikking hebt
onzeker en onvolledig is, dan zal je HEURISTIEKEN gebruiken
• HEURISTIEKEN zijn op eerdere ervaring gebaseerde verkorte beslisroutes die vaak wel maar niet altijd
tot correcte uitkomsten leiden
• Het gebruik van heuristieken kan leiden tot BIASES:
o Vertekeningen in de oordelen (oordeelsfouten)
o Vooroordelen
o Oordelen geveld voordat alle relevante info bekend is
o …
SATISFICEN EN MAXIMIZEN
Deze 2 begrippen staan tegenover elkaar
Satisficen Maximizen
= stoppen met zoeken naar info en met hun = zorgen voor de maximaal correcte beslissing, waar
beslisproces als ze tevreden zijn met hun uitkomst geen speld tussen te krijgen is
- Als mensen heuristieken gebruiken, satisficen - Vaak onmogelijk in de klinische setting
ze - Als je dan heuristieken gebruikt, negeer je een
- Ze vinden hun uitkomst goed genoeg, hoewel deel van de info
het daarom niet de beste is
TYPEN HEURISTIEKEN
Er zijn 2 typen heuristieken
GEHEUGENHEURISTIEKEN
= beslisroutes die gebruik maken van wat je je herinnert
Er zijn verschillende soorten geheugenheuristieken
Beschikbaarheidsheuristiek = hoe makkelijker iets in het geheugen beschikbaar is, hoe makkelijker je het
meeneemt in je verdere beslissingsproces
4
HULPVERLENING AAN V&O
INFORMATIE OVER HET VAK
• Lessen worden opgenomen
• Handboek: psychodiagnostiek in de hulpverlening aan volwassenen en ouderen
o Niet alle hoofdstukken zijn te kennen
o Boek zal je nog in verdere studie nodig hebben om info in op te zoeken
o In colleges wordt de theorie omgezet naar de praktijk, dus in boek vooral de theorie
EXAMEN
• Meeste vragen zijn open
o Soms maar een kort antwoord nodig
• Kennisvragen (vb. aan welke criteria dient iemand te doen om te kunnen spreken van een borderline PH
stoornis)
• Inzichtsvragen (vb. casus van iemand met alcoholverslaving en vragen om een functie analyse te maken
van het alcoholgebruik -> in termen van klassieke en operante conditionering uitleggen hoe gedrag is
ontstaan en tot stand wordt gehouden)
• Casuïstiek = je krijgt casus en bepaalde deelaspecten van diagnostische cyclus gebruiken om vragen die
cliënt heeft te kunnen beantwoorden
• Voorbeeldvragen worden doorheen het jaar gegeven
INLEIDING
OVERZICHT CURSUS
Centrale deel in cursus is psychodiagnostische
proces/cyclus waar we de stappen doorlopen om alle
vraagstellingen van de aanvrager en cliënt te beantwoorden
(onder andere adhv observatie, klinisch interview,
vragenlijsten, gedragstaken, …)
Stappen van dit proces dienen neergeschreven te worden
in het psychodiagnostisch verslag
Daarnaast groepen stoornissen
o Ontwikkelingsstoornissen: ASS en ADHD
o Eetstoornissen of klinische stoornissen:
psychosen, stemmingsstoornissen en verslaving
o Persoonlijkheidsstoornissen
o Neurodegeneratieve stoornissen (neuropsychologie die op deze stoornissen focust)
KLINISCHE PSYCHODIAGNOSTIEK – DEFINITIE
Goede diagnostiek is de voorloper van een goede behandeling: je kan pas goed behandelen indien je ook weet
wat je dient te behandelen -> uitzoeken wat er op dit moment met de cliënt aan de hand is en hoe we die het
beste kunnen helpen
1
, • “Psychodiagnostiek is de oordeelsvorming aangaande psychische disfuncties of gedragsmoeilijkheden
en sterktes (toevoeging door auteurs)
o Wat loopt er fout ifv gedrag?
o Gedrag = zeer ruim -> zowel emoties, cognities als observeerbaar en niet-observeerbaar gedrag
o Niet enkel focussen op wat fout loopt, maar ook kijken naar welke domeinen het goed loopt ->
deze sterktes hebben we nodig om de dingen die fout lopen weer on rail te krijgen
• waarbij de benadering van het probleem op de wetenschappelijke psychologie gebaseerd is en
o Heel belangrijk -> werk is gebaseerd op wetenschap, dus kennis in ons vak is essentieel
o Kennis van diagnostische ziektebeelden, psychopathologie, processen, verloop van
psychopathologie en welke behandelingen aanwezig zijn en evidence-based zijn om de
pathologie te behandelen
• waarbij het essentieel is de persoon (of het systeem) zodanig te begrijpen dat uit de structurering van
diens probleem (case formulation) relevante aanwijzingen voor de therapie voortvloeien.
o Als we structuur hebben gevonden in de problemen en de sterktes bij de cliënt en/of het
cliëntensysteem (cliënt maakt altijd deel uit van een gezin en heeft een ontwikkelingshistoriek,
dit moet ook meegenomen worden in de diagnostiek) -> dan gaan we alle elementen
samenbrengen in een case formulation (probleemsamenhang)= op een A4 hokjes en pijltjes
tekenen om te vertellen aan de cliënt wat de problemen en sterktes zijn en hoe deze elementen
zich tot elkaar verhouden, zijn ook de handvaten om een goede therapie op te starten
• Deze oordeelsvorming is een procesmatig gebeuren dat plaatsvindt en evolueert in de interactie tussen
cliënt en clinicus.” (Houben, 1986, p. 71)
o Procesmatig, betekent dat het perfecte antwoord we nooit gaan kennen
o Een psychodiagnostisch proces blijft aanwezig tijdens de ganse behandeling, dus
psychodiagnostiek gebeurt zeker niet alleen bij aanvang van een psychodiagnostisch proces,
maar doorheen het hele behandeltraject om te kijken of cliënt evolueert zoals wordt verwacht
(indien dit niet het geval is moeten we kijken waarom)
o Altijd in interactie tussen cliënt en onszelf, zonder cliënt of cliëntensysteem kunnen we geen
diagnostiek doen -> het motiveren van de cliënt om goed mee te werken aan ons klinisch
diagnostisch onderzoek is essentieel
5 BASISVRAGEN IN DE KLINISCHE PSYCH ODIAGNOSTIEK
Deze vragen gaan we vaak horen omdat ze essentieel zijn
Onderkenning Wat is er aan de hand?
- Waarom verschijnt de cliënt nu bij mij met welke problemen en
sterktes?
- Bevat klinische diagnoses zoals in DSM en pathologische
ziektebeelden, maar ook klachten en symptomen (niet iedereen die
klachten heeft heeft daarom een stoornis), …
Verklaring Welke uitlokkende en onderhoudende factoren spelen een rol in het
probleem van de cliënt?
- Verleden
- Wat lokt deze problematiek uit? Wat onderhoudt deze problematiek?
- Voor elke cliënt hebben klachten functies en belangrijk om deze
functies in kaart te brengen -> waarom dienen die klachten en hoe
kunnen deze klachten vervangen worden door een meer adaptieve
copingsstijl om mee om te gaan?
Predictie Hoe gaat het probleem zich verder ontwikkelen?
- Toekomst
2
, - We baseren ons op info uit handboeken die ons vertellen hoe
bepaalde stoornissen verder zullen verlopen wanneer we al dan niet
ingrijpen
- Ook in forensische psychologie zien we vaak predictievragen vb. in
gevangenis een onderzoek: gevraagd om te voorspellen hoe groot de
kans is dat de forensische cliënt nog eens een misdrijf zal begaan
indien vrijgelaten? / hoe groot is kans dat iemand met majeure
depressieve stoornis een suïcide poging zal ondernemen? -> zijn zeer
moeilijke vragen omdat de theorie tekort schiet (vb. suïcide is enige
mogelijkheid tot voorspelling of er al een voorgaande suïcidepoging is
geweest)
- Onze wetenschap is nog niet zo goed ontwikkelt op vlak van goede
predictiemodellen, maar blijft belangrijk om over na te denken
Indicatie Is behandeling noodzakelijk, en zo ja, welke vorm van behandeling?
- Het is niet altijd nodig om te behandelen vb. verdrietige cliënt die ’s
ochtends niet uit bed geraakt, geen eetlust, gewicht kwijtgeraakt ->
kan ook zijn door rouw, dus dan geen behandeling nodig want meeste
van deze klachten zullen dan met de tijd minderen
- Er zijn ook normale reacties op stressvolle situaties waar we niet
meteen moeten behandelen
- Ook eerst medische oorzaken uitsluiten voordat we een
psychologische behandeling starten vb. depressieve cliënt vertelt dat
vroeger bij haar ouders een schildklier aanwezig was -> bij cliënt de
schildklierfuncties in kaart laten brengen want kan dat je anders mss
een depressie gaat behandelen die werd veroorzaakt door een traag
werkende schildklier, dus dan eerst medische behandeling nodig
Evaluatie Is het probleem voldoende verholpen door de uitgevoerde behandeling?
- Na behandeling evalueren of die een effect heeft gehad en op welke
symptomatologie
- Zijn er nog resterende problemen en gaan we deze verder
behandelen?
- Onderzoek toont aan dat we veel te lang doorgaan met het
behandelen van patiënten die het goed stellen + cliënt met moeilijker
gedrag te snel behandeling stoppen -> ook voor het stoppen van de
behandeling nadenken of nog verdere actie nodig is en op welke
probleemdomeinen
HOOFDSTUK 1: HEURISTIEKEN IN KLINISCH-DIAGNOSTISCH REDENEREN
Al gezien maar bekijken we nog eens omdat ieder van ons als clinicus gevoelig is aan oordeelsfouten en maar één
manier om deze te beperken en dat is er veel kennis over verwerven (over die fouten en wat we moeten doen om
deze biasen tegen te gaan)
• Klinische diagnostiek = een oordeelsvormingsproces dat bestaat uit verschillende stappen
o Een zeer complex oordeelsproces
o Doel van psychodiagnostisch onderzoek = begrijpen wat er aan de hand is met de cliënt ->
daarbij is de clinicus vanaf het eerste moment aan het oordelen en beslissen en daardoor heeft
men heel wat kennis van zaken nodig
o Cliënt komt uit bepaalde context, een temperament, hierdoor mss andere leerervaringen, deze
zullen bepalen hoe we zullen reageren bij confrontatie met stressoren en het al dan niet
ontwikkelen van klachten
o We krijgen heel veel info over cliënt die we op systematische wijze gaan moeten ordenen -> als
mensen zijn we slechte beslissingsmakers en redeneren we niet zo goed (niet handig want dit
3
, vak bestaat uit redeneren en info ordenen) -> belangrijk goed te weten waarop te letten en wat
we fout doen in het oordeelsproces
• Wanneer we oordelen laten we ons soms vangen door vooroordelen of ideeën die we hebben en zeker
niet altijd correct zijn
o Vb. Een jongen en zijn vader reden in de auto naar huis. De vader had al aardig wat biertjes op en
reed tegen een boom. De vader was in één klap dood, de zoon overleefde het ongeluk, maar
moest wel met hele ernstige verwondingen naar het ziekenhuis. Toen de zoon in de OK lag, kwam
de hoofdchirurg er aan. De chirurg keek naar de jongen en zei: "Deze patiënt opereer ik niet, het is
mijn zoon." -> Wie is de chirurg?
o Soms komt men hier moeilijk op het antwoord (de mama of een 2 de papa) omdat men vaak bij
een chirurg denk dat het een man is = een vooroordeel -> moeten we zeer voorzichtig mee zijn
Onze oordelen worden vaak gekleurd door vooroordelen of bias
In het klinische oordeel spelen deze heuristieken die leiden tot biases ook een rol
HEURISTIEKEN EN BIASES
• Als je beslissingen moet nemen in de klinische praktijk, waarbij de informatie die je ter beschikking hebt
onzeker en onvolledig is, dan zal je HEURISTIEKEN gebruiken
• HEURISTIEKEN zijn op eerdere ervaring gebaseerde verkorte beslisroutes die vaak wel maar niet altijd
tot correcte uitkomsten leiden
• Het gebruik van heuristieken kan leiden tot BIASES:
o Vertekeningen in de oordelen (oordeelsfouten)
o Vooroordelen
o Oordelen geveld voordat alle relevante info bekend is
o …
SATISFICEN EN MAXIMIZEN
Deze 2 begrippen staan tegenover elkaar
Satisficen Maximizen
= stoppen met zoeken naar info en met hun = zorgen voor de maximaal correcte beslissing, waar
beslisproces als ze tevreden zijn met hun uitkomst geen speld tussen te krijgen is
- Als mensen heuristieken gebruiken, satisficen - Vaak onmogelijk in de klinische setting
ze - Als je dan heuristieken gebruikt, negeer je een
- Ze vinden hun uitkomst goed genoeg, hoewel deel van de info
het daarom niet de beste is
TYPEN HEURISTIEKEN
Er zijn 2 typen heuristieken
GEHEUGENHEURISTIEKEN
= beslisroutes die gebruik maken van wat je je herinnert
Er zijn verschillende soorten geheugenheuristieken
Beschikbaarheidsheuristiek = hoe makkelijker iets in het geheugen beschikbaar is, hoe makkelijker je het
meeneemt in je verdere beslissingsproces
4