GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
AN VAN EECKHOUTTE
INLEIDING
1. BEGRIP & BELANG
Gerechtelijk (privaat)recht = regels die bepalen hoe :
- Geschillen(betwistingen) tussen rechtssubjecten
- Over de toepassing/naleving van het materieel (privaat)recht
- Worden beslecht (beëindigd door een bindende beslissing te nemen)
- Door een rechter
Materieel recht = regels die inhoudelijk rechten en plichten toekennen aan rechtssubjecten
Gelijk hebben
Vb. welke materiele rechten heb je in de gegeven situatie?
Vb. consumentenrecht geef aan de consument het recht op gratis herstel, vervanging of terugbetaling binnen de garantie
Gerechtelijk recht (/formeel recht/procesrecht) = regels die de naleving (handhaving) van het materieel recht helpen verzekeren
Gelijk krijgen
Vb. hoe moet je tewerk gaan zodat je materiele rechten worden gerespecteerd?
(Rechts)geschil = meningsverschil tussen rechtssubjecten over de toepassing van het materieel (privaat)recht
O.a. verbod op eigenrichting = eigenmachtig handhaven door een persoon van zijn rechten mag niet!
Geschillenbeslechting = taak van de RM
2. SITUERING
Materieel recht Gerechtelijk recht
= regels die inhoudelijk rechten & plichten = regels die de naleving (handhaving) v/h
toekennen aan rechtssubjecten materieel recht helpen verzekeren
Gelijk hebben Gelijk krijgen
Gerechtelijk Strafprocesre Publiek
Privaatrecht cht Procesrecht
(burgerlijk (strafvorderin
procesrecht) g)
= Ger. W.
3. THEMA’S
1. Start & verloop van de burgerlijke procedure
- Hoe start je een proces?
- Hoe verloopt een proces?
- Welke formaliteiten (spelregels) moeten worden nageleefd en wat is de sanctie als dit niet
gebeurt?
- Wat na de uitspraak van de rechter?
2. Beginselen van behoorlijke procesvoering
1
, - Fundamentele vereisten waaraan de procedure moet voldoen vb. onpartijdigheid van de
rechter, recht van verdediging, partijautonomie (beschikkingsbeginsel)
3. Gerechtelijke organisatie & bevoegdheidsregels
- Structuur & organisatie van de rechtscolleges
- Materiële en territoriale bevoegdheid van de verschillende rechtscolleges
- Rol verschillende actoren van justitie : rechters, griffiers, gerechtspersoneel, advocaten,
gerechtsdeurwaarders,…
4. Bewijs(voering)
- Hoe kan een partij zijn vorderingen en aanspraken bewijzen?
- Welke onderzoeksmaatregelen kan de rechter bevelen?
4. BELANG
Gerechtelijk (privaat)recht = géén doel op zich
- Hulpfunctie i/e rechtsstaat -> rechtsbescherming
- Dienaar v/h materieel recht -> waarborgt effectieve naleving v/h materiële recht
MAAR daarom géén randverhaal of bijkomstigheid
- Gelijk hebben ≠ gelijk krijgen
- Gerechtelijk privaatrecht bepaalt of rechten ook werkelijk afdwingbaar zijn
LEERSTUK 1 : SITUERING VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
1. VINDPLAATS VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
- Internationale verdragen vb. art. 6 EVRM
- De grondwet
- Specifieke wetten vb. Taalwet
- Algemene rechtsbeginselen vb. beschikkingsbeginsel
- Gebruiken vb. akkoordprotocollen
- Rechtspraak en rechtsleer = geen bindende, maar wel gezaghebbende rechtsbronnen
2. KENMERKEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
Materieel recht = de inhoudelijke rechten en plichten van (rechts)personen
Formeel recht = regelt hoe materiële rechten worden afgedwongen via de rechter
Het recht in eigen handen nemen (eigenrichting) is verboden in een rechtsstaat
Hoe je als rechtssubject een materieelrechtelijke aanspraak (= eis of vordering) kan realiseren, wordt geregeld door het
gerechtelijk (privaat)recht, MAAR veel ruimer dan dat!
- Rechtsregels over het proces en de procedure
- Regels over rechtsvorderingen
- Regels over de rechterlijke organisatie
- Regels over de bevoegdheden van de hoven en de RB
Kenmerken?
- Dienende functie = ondersteunt materieel, inhoudelijk recht
- Autonome rechtstak = bevat eigen principes & regelgeving
- Dynamisch karakter = evolueert mee met de maatschappij
2
, - Nationaal karakter = geldt enkel voor procedures gebracht voor Belgische rechtscolleges
Verschillende rechtsregels :
- Openbare orde = dienen ter bescherming van het algemeen belang
Vb. regels over de rechterlijke organisatie en de materiele bevoegdheid
- Dwingend recht= dienen ter bescherming van specifieke private belangen
- Aanvullend recht = hiervan kunnen partijen afwijken
Het burgerlijk proces = van accusatoire aard (= het initiatief ligt bij de partijen, zij bepalen waarover het geding zal gaan en
zorgen voor het bewijs)
<-> het strafproces is inquisitoir (= actieve rol van de rechter, hij zoekt zelf naar bewijsmateriaal, stelt vragen en bepaalt het
verloop van de procedure)
3. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
- Geschil = een betwisting/onenigheid tussen personen over subjectieve rechten, ook zonder procedure voor de RB.
- Geding = het proces of de procedure voor de RB, die loopt vanaf de dagvaarding tot het vonnis of arrest.
- Procedure (rechtspleging) = het geheel van regels en stappen binnen een geding.
- Hangend/aanhangig = status van een geding tijdens de procedure.
- Geding inleidende akte = (proces)akte (document) waarmee een geding wordt opgestart of ‘ingeleid’ (vb. dagvaarding,
verzoekschrift).
- Einde van het geding = de rechter beslecht het geschil met een uitspraak.
3.1 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE PERSONAE
= persoonlijk toepassingsgebied
Principe? V.t.p. op elk rechtsbekwaam rechtssubject (= NP/RP die kan genieten van rechten en plichten)
3.2 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE MATERIAE
= materieel toepassingsgebied
Gerechtelijke PRIVAATrecht is een misleidende term, waarom? De regels van het Ger. W. zijn niet uitsluitend v.t.p. op
procedures voor de burgerlijke RB. Zij gelden ook als het gemeen recht inzake strafprocedures, tuchtprocedures en
administratief en fiscaalrechtelijke procedures indien er voor die procedures geen specifieke, afwijkende regels gelden.
Contentieux van geschillen :
1. Subjectief contentieux = geschillen over subjectieve rechten, de concrete geschillen die een persoon kan inroepen
Vb. burgerlijk procesrecht (= burgerlijke geschillen)
Taak van de hoven en RB om te onderzoeken of jouw persoonlijk recht geschonden is, ook recht om een
schadevergoeding te eisen van de overheid is hun taak
Art 2 Ger. W. -> Ger. W. is van toepassing op alle rechtsplegingen maar als zou blijken dat er andere/specifiekere wetgeving
afwijkt daarover dan krijgt deze voorrang
Focus = het individu en zijn rechten
2. Objectief contentieux = wettelijkheid van handelingen die door de overheid zijn gesteld
Wanneer men vindt dat een handeling die door de overheid is gesteld niet wettelijk is, willen ze die handeling
vernietigen
Focus = de rechtsmatigheid van de beslissing zelf
3
, 3.3 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE TEMPORIS
= op welk moment van toepassing, de werking in de tijd
1. Het principe van de onmiddellijke toepassing van nieuwe wetgeving
Dynamisch recht = de wetgeving evolueert mee met de maatschappij
Vanaf wanneer moeten we de nieuwe regel gaan toepassen?
Art 3 Ger. W. : de nieuwe wetten over de rechterlijke organisatie/bevoegdheid/rechtspleging
- Nieuwe wetgeving is onmiddellijk van toepassing op het hangend rechtsgeding
- Geen invloed op eerdere RH die op een geldige manier werden gesteld
TENZIJ overgangsbepalingen zouden vastgesteld zijn!
2. Wat is een hangend rechtsgeding?
Hangend = vanaf de geding inleidende akte (vb. dagvaarding, verzoekschrift) tot de uitspraak van de rechter (vonnis of arrest) is
een geding hangend
Rechtsgeding = procedure die voor de RB wordt gevoerd en waarover nog uitspraak moet worden gedaan door de rechter
Procedureverloop (in 1e aanleg)?
- (1) Geschil
- (2) Betekening van de dagvaarding aan de verweerder
- (3) Zaak wordt ingeschreven op de rol van de RB (de zaak is vanaf nu aanhangig)
Rol = openbare lijst met zaken die aanhangig zijn bij een bepaald rechtscollege
- (4) Inleidende zitting bij de RB
= conclusies worden uitgewisseld (verweerder moet starten en eindigen)
- (5) Rechtsdag = zaak wordt gepleit
- (6) Eindvonnis
Zaak is hangend vanaf de betekening tot dat het eindvonnis is uitgesproken!
‘Hangend’ komt van de middeleeuwen, tijdens een proces werd er een zak opgehangen en zolang die zak daar ging was
het proces bezig
3.4 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE LOCI
= plaats van toepassing
Nationaal karakter = binnen de landsgrenzen
MAAR grensoverschrijdende rechtsprocedures zijn soms mogelijk!
4. BASISBEGINSELEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
De volgende rechten zijn subjectieve rechten die essentieel zijn, als ze geschonden worden moeten ze gesanctioneerd worden (=
fundamentele grondrechten)
4.1 DE RECHTEN VAN VERDEDIGING
= fundamenteel grondrecht en algemeen rechtsbeginsel in het gerechtelijk recht.
In principe ongeschreven
MAAR wel uitzonderingen! Vb. art. 6 EVRM.
4
AN VAN EECKHOUTTE
INLEIDING
1. BEGRIP & BELANG
Gerechtelijk (privaat)recht = regels die bepalen hoe :
- Geschillen(betwistingen) tussen rechtssubjecten
- Over de toepassing/naleving van het materieel (privaat)recht
- Worden beslecht (beëindigd door een bindende beslissing te nemen)
- Door een rechter
Materieel recht = regels die inhoudelijk rechten en plichten toekennen aan rechtssubjecten
Gelijk hebben
Vb. welke materiele rechten heb je in de gegeven situatie?
Vb. consumentenrecht geef aan de consument het recht op gratis herstel, vervanging of terugbetaling binnen de garantie
Gerechtelijk recht (/formeel recht/procesrecht) = regels die de naleving (handhaving) van het materieel recht helpen verzekeren
Gelijk krijgen
Vb. hoe moet je tewerk gaan zodat je materiele rechten worden gerespecteerd?
(Rechts)geschil = meningsverschil tussen rechtssubjecten over de toepassing van het materieel (privaat)recht
O.a. verbod op eigenrichting = eigenmachtig handhaven door een persoon van zijn rechten mag niet!
Geschillenbeslechting = taak van de RM
2. SITUERING
Materieel recht Gerechtelijk recht
= regels die inhoudelijk rechten & plichten = regels die de naleving (handhaving) v/h
toekennen aan rechtssubjecten materieel recht helpen verzekeren
Gelijk hebben Gelijk krijgen
Gerechtelijk Strafprocesre Publiek
Privaatrecht cht Procesrecht
(burgerlijk (strafvorderin
procesrecht) g)
= Ger. W.
3. THEMA’S
1. Start & verloop van de burgerlijke procedure
- Hoe start je een proces?
- Hoe verloopt een proces?
- Welke formaliteiten (spelregels) moeten worden nageleefd en wat is de sanctie als dit niet
gebeurt?
- Wat na de uitspraak van de rechter?
2. Beginselen van behoorlijke procesvoering
1
, - Fundamentele vereisten waaraan de procedure moet voldoen vb. onpartijdigheid van de
rechter, recht van verdediging, partijautonomie (beschikkingsbeginsel)
3. Gerechtelijke organisatie & bevoegdheidsregels
- Structuur & organisatie van de rechtscolleges
- Materiële en territoriale bevoegdheid van de verschillende rechtscolleges
- Rol verschillende actoren van justitie : rechters, griffiers, gerechtspersoneel, advocaten,
gerechtsdeurwaarders,…
4. Bewijs(voering)
- Hoe kan een partij zijn vorderingen en aanspraken bewijzen?
- Welke onderzoeksmaatregelen kan de rechter bevelen?
4. BELANG
Gerechtelijk (privaat)recht = géén doel op zich
- Hulpfunctie i/e rechtsstaat -> rechtsbescherming
- Dienaar v/h materieel recht -> waarborgt effectieve naleving v/h materiële recht
MAAR daarom géén randverhaal of bijkomstigheid
- Gelijk hebben ≠ gelijk krijgen
- Gerechtelijk privaatrecht bepaalt of rechten ook werkelijk afdwingbaar zijn
LEERSTUK 1 : SITUERING VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
1. VINDPLAATS VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
- Internationale verdragen vb. art. 6 EVRM
- De grondwet
- Specifieke wetten vb. Taalwet
- Algemene rechtsbeginselen vb. beschikkingsbeginsel
- Gebruiken vb. akkoordprotocollen
- Rechtspraak en rechtsleer = geen bindende, maar wel gezaghebbende rechtsbronnen
2. KENMERKEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
Materieel recht = de inhoudelijke rechten en plichten van (rechts)personen
Formeel recht = regelt hoe materiële rechten worden afgedwongen via de rechter
Het recht in eigen handen nemen (eigenrichting) is verboden in een rechtsstaat
Hoe je als rechtssubject een materieelrechtelijke aanspraak (= eis of vordering) kan realiseren, wordt geregeld door het
gerechtelijk (privaat)recht, MAAR veel ruimer dan dat!
- Rechtsregels over het proces en de procedure
- Regels over rechtsvorderingen
- Regels over de rechterlijke organisatie
- Regels over de bevoegdheden van de hoven en de RB
Kenmerken?
- Dienende functie = ondersteunt materieel, inhoudelijk recht
- Autonome rechtstak = bevat eigen principes & regelgeving
- Dynamisch karakter = evolueert mee met de maatschappij
2
, - Nationaal karakter = geldt enkel voor procedures gebracht voor Belgische rechtscolleges
Verschillende rechtsregels :
- Openbare orde = dienen ter bescherming van het algemeen belang
Vb. regels over de rechterlijke organisatie en de materiele bevoegdheid
- Dwingend recht= dienen ter bescherming van specifieke private belangen
- Aanvullend recht = hiervan kunnen partijen afwijken
Het burgerlijk proces = van accusatoire aard (= het initiatief ligt bij de partijen, zij bepalen waarover het geding zal gaan en
zorgen voor het bewijs)
<-> het strafproces is inquisitoir (= actieve rol van de rechter, hij zoekt zelf naar bewijsmateriaal, stelt vragen en bepaalt het
verloop van de procedure)
3. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
- Geschil = een betwisting/onenigheid tussen personen over subjectieve rechten, ook zonder procedure voor de RB.
- Geding = het proces of de procedure voor de RB, die loopt vanaf de dagvaarding tot het vonnis of arrest.
- Procedure (rechtspleging) = het geheel van regels en stappen binnen een geding.
- Hangend/aanhangig = status van een geding tijdens de procedure.
- Geding inleidende akte = (proces)akte (document) waarmee een geding wordt opgestart of ‘ingeleid’ (vb. dagvaarding,
verzoekschrift).
- Einde van het geding = de rechter beslecht het geschil met een uitspraak.
3.1 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE PERSONAE
= persoonlijk toepassingsgebied
Principe? V.t.p. op elk rechtsbekwaam rechtssubject (= NP/RP die kan genieten van rechten en plichten)
3.2 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE MATERIAE
= materieel toepassingsgebied
Gerechtelijke PRIVAATrecht is een misleidende term, waarom? De regels van het Ger. W. zijn niet uitsluitend v.t.p. op
procedures voor de burgerlijke RB. Zij gelden ook als het gemeen recht inzake strafprocedures, tuchtprocedures en
administratief en fiscaalrechtelijke procedures indien er voor die procedures geen specifieke, afwijkende regels gelden.
Contentieux van geschillen :
1. Subjectief contentieux = geschillen over subjectieve rechten, de concrete geschillen die een persoon kan inroepen
Vb. burgerlijk procesrecht (= burgerlijke geschillen)
Taak van de hoven en RB om te onderzoeken of jouw persoonlijk recht geschonden is, ook recht om een
schadevergoeding te eisen van de overheid is hun taak
Art 2 Ger. W. -> Ger. W. is van toepassing op alle rechtsplegingen maar als zou blijken dat er andere/specifiekere wetgeving
afwijkt daarover dan krijgt deze voorrang
Focus = het individu en zijn rechten
2. Objectief contentieux = wettelijkheid van handelingen die door de overheid zijn gesteld
Wanneer men vindt dat een handeling die door de overheid is gesteld niet wettelijk is, willen ze die handeling
vernietigen
Focus = de rechtsmatigheid van de beslissing zelf
3
, 3.3 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE TEMPORIS
= op welk moment van toepassing, de werking in de tijd
1. Het principe van de onmiddellijke toepassing van nieuwe wetgeving
Dynamisch recht = de wetgeving evolueert mee met de maatschappij
Vanaf wanneer moeten we de nieuwe regel gaan toepassen?
Art 3 Ger. W. : de nieuwe wetten over de rechterlijke organisatie/bevoegdheid/rechtspleging
- Nieuwe wetgeving is onmiddellijk van toepassing op het hangend rechtsgeding
- Geen invloed op eerdere RH die op een geldige manier werden gesteld
TENZIJ overgangsbepalingen zouden vastgesteld zijn!
2. Wat is een hangend rechtsgeding?
Hangend = vanaf de geding inleidende akte (vb. dagvaarding, verzoekschrift) tot de uitspraak van de rechter (vonnis of arrest) is
een geding hangend
Rechtsgeding = procedure die voor de RB wordt gevoerd en waarover nog uitspraak moet worden gedaan door de rechter
Procedureverloop (in 1e aanleg)?
- (1) Geschil
- (2) Betekening van de dagvaarding aan de verweerder
- (3) Zaak wordt ingeschreven op de rol van de RB (de zaak is vanaf nu aanhangig)
Rol = openbare lijst met zaken die aanhangig zijn bij een bepaald rechtscollege
- (4) Inleidende zitting bij de RB
= conclusies worden uitgewisseld (verweerder moet starten en eindigen)
- (5) Rechtsdag = zaak wordt gepleit
- (6) Eindvonnis
Zaak is hangend vanaf de betekening tot dat het eindvonnis is uitgesproken!
‘Hangend’ komt van de middeleeuwen, tijdens een proces werd er een zak opgehangen en zolang die zak daar ging was
het proces bezig
3.4 TOEPASSINGSGEBIED RATIONE LOCI
= plaats van toepassing
Nationaal karakter = binnen de landsgrenzen
MAAR grensoverschrijdende rechtsprocedures zijn soms mogelijk!
4. BASISBEGINSELEN VAN HET GERECHTELIJK PRIVAATRECHT
De volgende rechten zijn subjectieve rechten die essentieel zijn, als ze geschonden worden moeten ze gesanctioneerd worden (=
fundamentele grondrechten)
4.1 DE RECHTEN VAN VERDEDIGING
= fundamenteel grondrecht en algemeen rechtsbeginsel in het gerechtelijk recht.
In principe ongeschreven
MAAR wel uitzonderingen! Vb. art. 6 EVRM.
4