Hoorcollege 1 – Wat is recht?
1. Definitie van recht
Geen definitie, maar omschreven a.d.h.v. 4 elementen
o Rationeel opgebouwd geheel
o Begrippen en normen
o Doel = maatschappij ordenen
o Verband tussen recht – overheid
1.1. Rationeel opgebouwd geheel
Deeltjes zijn logisch met elkaar verbonden
o Organische groei, recht groeit naarmate maatschappij complexer wordt
o Gebaseerd op ratio (= reden)
o Maar ook plaats voor gevoel
Wanneer dit kan, is nauwkeurig en rationeel omschreven
Voorbeeld:
Art. 2.4 (3) Onderwijsregeling UHasselt
“Een student die tijdens zijn vorige inschrijving aan de UHasselt/tUL of een andere Vlaamse
universiteit minder dan 30% van de opgenomen studiepunten in dat academiejaar behaalt
(berekend over al zijn studiecontracten heen in dat academiejaar), kan zich niet (her)inschrijven
in dezelfde opleiding(en)/hetzelfde programma aan de UHasselt/tUL. […]
Heroverweging => PLAATS VOOR HET GEVOEL
In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld in geval van bewezen overmacht) kan een student
toegelaten worden tot (her)inschrijving in de opleiding op basis van een gemotiveerd verzoek
ingediend via de studieloopbaanbegeleider, gericht aan de voorzitter van de examencommissie.
De student dient dit heroverwegingsverzoek in binnen de 7 kalenderdagen. De termijn vangt aan
op de dag na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing. Vervolgens beslist de voorzitter van de
examencommissie over de al dan niet toelating.”
1.2. Begrippen en normen
o Juiste terminologie = essentieel
o Elke term heeft zijn eigen specifieke juridische betekenis
o Termen worden gebruikt in normen
Normen = wetten in materiele zin
rechtsregel is geformuleerd zodat het van toepassing is op
oneindig aantal situaties = algemeen abstract geformuleerd
Zijn dwingend , moeten nageleefd worden
wetten in de formele zin
= de vorm
,1.3. Doel = maatschappij ordenen
o Recht als middel om doel te bereiken , hoe de bevolking wil dat de samenleving zich
gedraagt = prescriptief (= voorschrijvend)
o Geldt in één samenleving, verschilt tussen samenlevingen
o MAAR elk rechtstelsel heeft doel om rechtszekerheid te bieden (= mate van
voorspelbaarheid) , brengt rust in samenleving
o Indien niet gehouden wordt aan juridisch systeem =onvoorspelbaarheid
o Binnen rechtsregels = beperkt beleid mogelijk, moeten geïnterpreteerd worden
o Ook andere niet juridische regels (vb: godsdienst)
Verschil = afdwingbaarheid, rechtsregels moeten gehoorzaamd worden
anders sanctionering
1.4. Verband tussen recht – overheid
o Uitvaardigen van recht dor rechtsvormende organen van een maatschappij =
overheid
o Positief recht =. Recht dat opgelegd is door overheid, maakt abstractie van
natuurrecht
o Naleving (= rechtshandhaving) wordt gegarandeerd door overheid via sanctionering ,
recht = afdwingbaar
Eigenrichting (= als burger zelf instaan voor afdwingbaarheid= verboden )
Geweldmonopolie ligt bij overheid ( mag elke vorm van dwang gebruiken)
o Circulariteit in argument , overheid dwingt recht af maar overheid heeft bevoegdheid
gekregen door een rechtsregel MAAR ergens nulpunt = groep mensen die systeem
bedachten om een bevoegde aan te stellen
Verschillende sancties, afhankelijk van het concrete rechtsprobleem:
o Gedwongen uitvoering (=het toch uitvoeren van contract, niet altijd beste
sanctie)
o Uitvoering bij equivalent = financiële sanctie
o Nietigheid (rechtshandeling wordt geacht nooit te hebben bestaan)
- absolute
- relatieve
o Straf = vorm van sanctie die wordt toegepast bij strafrechtelijke rechtsregels (=
behoren tot essentie van wat maatschappij vindt dat niet kan)
o Openbaar ministerie = verpersoonlijking van overheid bij strafrechtelijke
gedragingen
o Staf = altijd sanctie
Maar sanctie = niet altijd een straf
Sanctie = grote groep van manieren om juridische regels af te dwingen
Straf = maar een deeltje van die manieren
WETEN VOOR EXAMEN
,2. Werkdefinitie van recht
Recht is een rationeel opgebouwd geheel van begrippen en normen opgelegd en gesanctioneerd
door de overheid die als doel hebben de samenleving te ordenen.
3. Objectief en subjectief
o Objectief recht = geheel van abstracte normen, los van enige concrete toepassing,
gemaakt door de overheid
o Subjectief recht = een op het objectieve recht gesteunde, bevoegdheid of macht (van een
persoon) om iets te vragen, eisen, vorderen (concrete rechtstoepassing)
Voorbeeld:
Art. 3.50. BW
“Het eigendomsrecht verleent aan de eigenaar rechtstreeks het recht om het voorwerp ervan te
gebruiken, hiervan het genot te hebben en erover te beschikken.”
= regel van objectief recht
o Ik heb het subjectieve recht om markeringen aan te brengen in het wetboek dat ik gekocht
heb
4. Rechtsobjecten en rechtssubjecten
o Rechtssubject:
- drager van subjectieve rechten en plichten
- natuurlijke personen of rechtspersonen
- dieren, rivieren, meren, ?
o Rechtsobject:
- goederen, dingen, dieren
- lijdend voorwerp van een concrete toepassing
5. Positief recht en natuurrecht
o Positief recht = recht dat bestaat in een bepaalde samenleving, op een bepaald ogenblik,
opgelegd door de overheid
o Natuurrecht = idee dat er rechtsregels zijn die kunnen worden afgeleid uit de natuur (van
de mens) ,filosofisch
6. Materieel en formeel recht
Materieel recht = inhoudelijke rechtsregels, het inhoudelijk toepasselijke recht (substtive law)
Formeel recht = procedureregels, hulprecht dat materieel recht moet doen naleven/afdwingen
, 7. Gemeenrecht en uitzonderingsrecht
o Gemeenrecht = rechtsregels die gelden in normale omstandigheden = lex generalis
o Uitzonderingsrecht = recht dat geldt in bijzondere gevallen = lex specialis
Gemeenrecht is van toepassing als default, wanneer er geen uitzonderingsrecht is
Welke regel toepassen? De specifieke zet de algemene opzij, lex
specialis derogat legi gerali
o Burgerlijk recht = gemeenrecht voor alle situaties die niet door bijzondere rechtsregels
worden beheerst
Onderlinge verhouding tussen burgers van Rome
vertegenwoordigden de belangrijkste juridische activiteiten
Definitie van het recht
= geen definitie maar wordt omschreven a.d.h.v. vier elementen
- Relatie tussen recht en overhei
- Rationeel opgebouwd geheel
- Begrippen en normen
- Doel = samenleving ordenen
Rationeel opgebouwd geheel
- Organische groei, veranderd naarmate samenleving complexer wordt
- Gebaseerd op ratio (= reden)
- Maar ook plaats voor gevoel, wanneer dit kan staat nauwkeurig en rationeel omschreven
Begrippen en normen
- Normen = wetten in de materiele zin
o Rechtsregel is abstract geformuleerd zodat het van toepassing is op een oneindig
aantal situaties
o Zijn dwingend ,moeten nageleefd worden
- Juiste terminologie is essentieel, elke term heeft zijn eigen specifieke juridische betekenis
- Termen worden gebruikt in normen
Doel = maatschappij ordenen
- Recht = middel om doel te bereiken , hoe de maatschappij wil dat ze eruit ziet = prescriptief
- Verschilt tussen samenlevingen
- Maar allemaal zelfde doel: rechtszekerheid bieden = mate van voorspelbaardheid , brengt
rust binnen samenleving
- Ook niet juridische regels (vb: geloof)
o Verschil = afdwingbaarheid
1. Definitie van recht
Geen definitie, maar omschreven a.d.h.v. 4 elementen
o Rationeel opgebouwd geheel
o Begrippen en normen
o Doel = maatschappij ordenen
o Verband tussen recht – overheid
1.1. Rationeel opgebouwd geheel
Deeltjes zijn logisch met elkaar verbonden
o Organische groei, recht groeit naarmate maatschappij complexer wordt
o Gebaseerd op ratio (= reden)
o Maar ook plaats voor gevoel
Wanneer dit kan, is nauwkeurig en rationeel omschreven
Voorbeeld:
Art. 2.4 (3) Onderwijsregeling UHasselt
“Een student die tijdens zijn vorige inschrijving aan de UHasselt/tUL of een andere Vlaamse
universiteit minder dan 30% van de opgenomen studiepunten in dat academiejaar behaalt
(berekend over al zijn studiecontracten heen in dat academiejaar), kan zich niet (her)inschrijven
in dezelfde opleiding(en)/hetzelfde programma aan de UHasselt/tUL. […]
Heroverweging => PLAATS VOOR HET GEVOEL
In uitzonderlijke gevallen (bijvoorbeeld in geval van bewezen overmacht) kan een student
toegelaten worden tot (her)inschrijving in de opleiding op basis van een gemotiveerd verzoek
ingediend via de studieloopbaanbegeleider, gericht aan de voorzitter van de examencommissie.
De student dient dit heroverwegingsverzoek in binnen de 7 kalenderdagen. De termijn vangt aan
op de dag na de kennisgeving van de weigeringsbeslissing. Vervolgens beslist de voorzitter van de
examencommissie over de al dan niet toelating.”
1.2. Begrippen en normen
o Juiste terminologie = essentieel
o Elke term heeft zijn eigen specifieke juridische betekenis
o Termen worden gebruikt in normen
Normen = wetten in materiele zin
rechtsregel is geformuleerd zodat het van toepassing is op
oneindig aantal situaties = algemeen abstract geformuleerd
Zijn dwingend , moeten nageleefd worden
wetten in de formele zin
= de vorm
,1.3. Doel = maatschappij ordenen
o Recht als middel om doel te bereiken , hoe de bevolking wil dat de samenleving zich
gedraagt = prescriptief (= voorschrijvend)
o Geldt in één samenleving, verschilt tussen samenlevingen
o MAAR elk rechtstelsel heeft doel om rechtszekerheid te bieden (= mate van
voorspelbaarheid) , brengt rust in samenleving
o Indien niet gehouden wordt aan juridisch systeem =onvoorspelbaarheid
o Binnen rechtsregels = beperkt beleid mogelijk, moeten geïnterpreteerd worden
o Ook andere niet juridische regels (vb: godsdienst)
Verschil = afdwingbaarheid, rechtsregels moeten gehoorzaamd worden
anders sanctionering
1.4. Verband tussen recht – overheid
o Uitvaardigen van recht dor rechtsvormende organen van een maatschappij =
overheid
o Positief recht =. Recht dat opgelegd is door overheid, maakt abstractie van
natuurrecht
o Naleving (= rechtshandhaving) wordt gegarandeerd door overheid via sanctionering ,
recht = afdwingbaar
Eigenrichting (= als burger zelf instaan voor afdwingbaarheid= verboden )
Geweldmonopolie ligt bij overheid ( mag elke vorm van dwang gebruiken)
o Circulariteit in argument , overheid dwingt recht af maar overheid heeft bevoegdheid
gekregen door een rechtsregel MAAR ergens nulpunt = groep mensen die systeem
bedachten om een bevoegde aan te stellen
Verschillende sancties, afhankelijk van het concrete rechtsprobleem:
o Gedwongen uitvoering (=het toch uitvoeren van contract, niet altijd beste
sanctie)
o Uitvoering bij equivalent = financiële sanctie
o Nietigheid (rechtshandeling wordt geacht nooit te hebben bestaan)
- absolute
- relatieve
o Straf = vorm van sanctie die wordt toegepast bij strafrechtelijke rechtsregels (=
behoren tot essentie van wat maatschappij vindt dat niet kan)
o Openbaar ministerie = verpersoonlijking van overheid bij strafrechtelijke
gedragingen
o Staf = altijd sanctie
Maar sanctie = niet altijd een straf
Sanctie = grote groep van manieren om juridische regels af te dwingen
Straf = maar een deeltje van die manieren
WETEN VOOR EXAMEN
,2. Werkdefinitie van recht
Recht is een rationeel opgebouwd geheel van begrippen en normen opgelegd en gesanctioneerd
door de overheid die als doel hebben de samenleving te ordenen.
3. Objectief en subjectief
o Objectief recht = geheel van abstracte normen, los van enige concrete toepassing,
gemaakt door de overheid
o Subjectief recht = een op het objectieve recht gesteunde, bevoegdheid of macht (van een
persoon) om iets te vragen, eisen, vorderen (concrete rechtstoepassing)
Voorbeeld:
Art. 3.50. BW
“Het eigendomsrecht verleent aan de eigenaar rechtstreeks het recht om het voorwerp ervan te
gebruiken, hiervan het genot te hebben en erover te beschikken.”
= regel van objectief recht
o Ik heb het subjectieve recht om markeringen aan te brengen in het wetboek dat ik gekocht
heb
4. Rechtsobjecten en rechtssubjecten
o Rechtssubject:
- drager van subjectieve rechten en plichten
- natuurlijke personen of rechtspersonen
- dieren, rivieren, meren, ?
o Rechtsobject:
- goederen, dingen, dieren
- lijdend voorwerp van een concrete toepassing
5. Positief recht en natuurrecht
o Positief recht = recht dat bestaat in een bepaalde samenleving, op een bepaald ogenblik,
opgelegd door de overheid
o Natuurrecht = idee dat er rechtsregels zijn die kunnen worden afgeleid uit de natuur (van
de mens) ,filosofisch
6. Materieel en formeel recht
Materieel recht = inhoudelijke rechtsregels, het inhoudelijk toepasselijke recht (substtive law)
Formeel recht = procedureregels, hulprecht dat materieel recht moet doen naleven/afdwingen
, 7. Gemeenrecht en uitzonderingsrecht
o Gemeenrecht = rechtsregels die gelden in normale omstandigheden = lex generalis
o Uitzonderingsrecht = recht dat geldt in bijzondere gevallen = lex specialis
Gemeenrecht is van toepassing als default, wanneer er geen uitzonderingsrecht is
Welke regel toepassen? De specifieke zet de algemene opzij, lex
specialis derogat legi gerali
o Burgerlijk recht = gemeenrecht voor alle situaties die niet door bijzondere rechtsregels
worden beheerst
Onderlinge verhouding tussen burgers van Rome
vertegenwoordigden de belangrijkste juridische activiteiten
Definitie van het recht
= geen definitie maar wordt omschreven a.d.h.v. vier elementen
- Relatie tussen recht en overhei
- Rationeel opgebouwd geheel
- Begrippen en normen
- Doel = samenleving ordenen
Rationeel opgebouwd geheel
- Organische groei, veranderd naarmate samenleving complexer wordt
- Gebaseerd op ratio (= reden)
- Maar ook plaats voor gevoel, wanneer dit kan staat nauwkeurig en rationeel omschreven
Begrippen en normen
- Normen = wetten in de materiele zin
o Rechtsregel is abstract geformuleerd zodat het van toepassing is op een oneindig
aantal situaties
o Zijn dwingend ,moeten nageleefd worden
- Juiste terminologie is essentieel, elke term heeft zijn eigen specifieke juridische betekenis
- Termen worden gebruikt in normen
Doel = maatschappij ordenen
- Recht = middel om doel te bereiken , hoe de maatschappij wil dat ze eruit ziet = prescriptief
- Verschilt tussen samenlevingen
- Maar allemaal zelfde doel: rechtszekerheid bieden = mate van voorspelbaardheid , brengt
rust binnen samenleving
- Ook niet juridische regels (vb: geloof)
o Verschil = afdwingbaarheid