Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 25 pages
Summary

Samenvatting voor Kennistoets Onderwijskunde & Pedagogiek Ontwikkelingspsychologie Feldman Pabo HU

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 25 pages

Samenvatting van alle begrippen en termen die je moet weten voor de Kennistoets Onderwijs & Pedagogiek Feldman Pabo HU leerjaar 1. Feldman, R. S. (2019). Ontwikkelingspsychologie 8e editie. Amsterdam: Pearson BeneluxB.V. Hoofdstuk 2.1, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 6.1, 6.2, 7, 8, 9.1, 9.3, 10, 11, 12, 13, 14, 15.1, 15.2, 15.3, 16.1 en 16.2

Content preview

Feldman, R. S. (2019). Ontwikkelingspsychologie 8e editie.
Amsterdam: Pearson BeneluxB.V.

Hoofdstuk 2.1, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 6.1, 6.2, 7, 8, 9.1,
9.3, 10, 11, 12, 13, 14, 15.1, 15.2, 15.3, 16.1 en 16.2

2.1 Perspectieven bij het kijken naar kinderen
Psychodynamisch perspectief: benadering binnen de psychologie die
ervan uitgaat dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten,
herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich nauwelijks bewust
is en waarover hij weinig controle heeft.

Psychoanalytische theorie: theorie die ervan uitgaat dat onbewuste
krachten bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag.

Id: het primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de
persoonlijkheid dat opereert vanuit het genotsprincipe.

Ego: het rationele en redelijke deel van de persoonlijkheid, dat opereert
vanuit het genotsprincipe.

Superego: het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten
vertegenwoordigt en het onderscheid maakt tussen goed en kwaad.

Psychoseksuele ontwikkeling: vijf fasen die kinderen volgens Freud
doorlopen, waarin genot, of bevrediging, telkens gericht is op een andere
biologische functie en een ander deel van het lichaam.

Fixatie: gedrag dat in een eerdere ontwikkelingsfase is blijven steken als
gevolg van een onopgelost conflict.

Psychosociale ontwikkeling: de veranderingen in onze interacties met
anderen en in hoe we aankijken tegen het gedrag van anderen en tegen
onszelf als leden van de maatschappij.

De theorieën van Freud en Erikson

Behavioristisch perspectief: benadering binnen de psychologie die ervan
uitgaat dat je moet kijken naar waarneembaar gedrag en externe stimuli
in de omgeving om de ontwikkeling van het individu te begrijpen.

Stimulus-respons-leren: vormen van leren die we kunnen beschrijven in
termen van stimuli en responsen, zoals klassieke en operante
conditionering.

Klassieke conditionering: een vorm van leren waarbij een organisme op
een bepaalde manier leert reageren op een neutrale stimulus die dat type
respons normaal gesproken niet uitlokt.

,Sociaal-cognitieve leertheorie: benadering binnen de psychologie waarbij
de nadruk ligt op leren door het gedrag van een andere persoon (een
model) te observeren en na te doen.

Cognitief perspectief: benadering binnen de psychologie die zich richt op
de processen die mensen in staat stellen de wereld te leren kennen,
begrijpen en overdenken.

Assimilatie: het proces waarbij mensen een nieuwe ervaring interpreteren
aan de hand van hun huidige cognitieve ontwikkelingsstadium en
denkwijze.

Accommodatie: het proces waarbij bestaande manieren van denken of
doen veranderen in reactie op nieuwe stimuli of gebeurtenissen.

Informatieverwerkingstheorie: benadering van cognitieve ontwikkeling die
probeert te achterhalen op welke manieren mensen informatie coderen,
opslaan en terughalen.

Cognitieve neurowetenschap: benadering van cognitieve ontwikkeling die
zich richt op de invloed van hersenprocessen op cognitieve activiteit.

Systemisch perspectief: perspectief waarbij men kijkt naar de relatie
tussen individuen en hun fysieke wereld, cognitieve wereld,
persoonlijkheidswereld en sociale wereld.

Bio-ecologisch model: model dat uitgaat van vijf omgevingsniveaus die
elke organisme gelijktijdig beïnvloeden.

Sociaal-culturele theorie: benadering binnen de psychologie die het
verloop van de cognitieve ontwikkeling ziet als het resultaat van sociale
interacties tussen de leden van een cultuur.

Vygotsky
Volgens Vygotsky leren kinderen de wereld beter begrijpen en leren ze
wat in hun samenleving belangrijk is door met anderen te spelen en
samen te werken.

Evolutionair perspectief: benadering binnen de psychologie die gedrag
probeert te identificeren dat het resultaat is van de genetische erfenis van
onze grootouders.

Zelfdeterminatietheorie (ZDT): theorie over menselijke motivatie
uitgaande van de kerngedachte dat er drie natuurlijke basisbehoeften zijn
die het functioneren, het welbevinden en de groei van mensen
beïnvloeden: autonomie, verbondenheid en competentie.

3.1 Erfelijkheid
Gameten: de geslachtscellen van de moeder en de vader, die samen een
nieuwe cel vormen tijdens de bevruchting.

, Zygote: de nieuwe cel die wordt gevormd door het bevruchtingsproces.

Gen: de basiseenheid van genetische informatie.

DNA: de substantie waaruit genen bestaan, die bepalend is voor de aard
en de functie van elke cel in het lichaam.

Chromosoom: staafvormige stukjes DNA, die georganiseerd zijn in 23
paren.

Monozygotische tweeling: tweeling afkomstig van dezelfde oorspronkelijk
zygote, die dus genetisch identiek is.

Dizygotische tweeling: tweeing verwerkt vanuit twee afzonderlijke eicellen
die ongeveer tegelijkertijd bevrucht worden door twee afzonderlijke
zaadcellen.

Dominante eigenschap: de eigenschap die tot uiting komt wanneer er
twee concurrerende eigenschappen aanwezig zijn.

Recessieve eigenschap: de eigenschap die enkel tot uiting komt als er
twee recessieve eigenschappen aanwezig zijn. Zo niet, dan blijft deze
eigenschap onzichtbaar.

Genotype: de onderliggen combinatie van genetisch materiaal dat in een
organisme aanwezig is.

Fenotype: het geheel van uiterlijk waarneembare kenmerken van een
organisme, het resultaat van genotype en omgeving.

Homozygoot: gelijke vormen van het gen ervend voor een bepaalde
eigenschap.

Heterozygoot: verschillende vormen van het gen ervend voor een
bepaalde eigenschap.

Polygenische overerving: overerving waarbij een combinatie van meerdere
genenparen verantwoordelijk is voor de productie van een specifieke
eigenschap.

X-gebonden gen: gen dat zich alleen op het X-chromosoom bevindt.

Gedragsgenetica: vakgebied dat onderzoek verricht naar de effecten van
erfelijkheid op gedrag.

Epigenetica: studie naar de invloed van omgevingsfactoren op de uiting
van genen en de ontwikkeling van een organisme over generaties heen.

Connected book
 image
Robert S. Feldman Ontwikkelingspsychologie
Publisher: maart 2020 ISBN: 9789043036955 Edition: 8

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 2.1, 3.1, 3.2, 3.3, 4.1, 4.2, 4.3, 5.1, 5.2, 5.3, 6.1, 6.2, 7, 8, 9.1, 9.3, 10, 11, 12, 1
Uploaded on
August 12, 2026
File latest updated on
August 12, 2026
Number of pages
25
Written in
2026/2027
Type
Summary
$9.51

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
3
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions