MENSWETENSCHAPPEN
MODULE WIJSBEGEERTE
Volledige studiesamenvatting
Hoofdstukken 2 tot en met 6
Wetenschapsfilosofie · Economie en ethiek · Politieke filosofie
Sociale filosofie · Wijsgerige antropologie
Met examenvalkuilen, 55 oefenvragen en het volledig uitgewerkte voorbeeldexamen
, Menswetenschappen · Module Wijsbegeerte
Inhoud
Leeswijzer: hoe je dit document gebruikt
Wat het examen van je vraagt
Een werkbare studievolgorde
De rode draad door de vijf hoofdstukken
Hoofdstuk 2 — Wetenschapsfilosofie, economie en sociale wetenschappen
1. Inleiding: de thema’s van de wetenschapsfilosofie
2. Het doel van economie als wetenschap — Friedman, Solow, pragmatisme
3. Een gemeenschappelijk kenmerk van wetenschappelijke argumentatie
4. Het ontstaan van disciplines binnen de sociale wetenschappen
5. Gelijkenissen tussen de disciplines: Coleman’s Boat
6. Verschillen: economische sociologie volgens Richard Swedberg
Kernbegrippen hoofdstuk 2 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3 — Economie en ethiek
1. Inleiding: de vijf vormen van ethiek
2. Ethisch handelen — Dewey en al-partijdigheid
3. Ethisch redeneren: het utilisme
4. Economische ethiek — nudging en EAOD
5. Wetenschapsethiek
Kernbegrippen hoofdstuk 3 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4 — Politieke filosofie: democratie, vrijheid en de staat
1. Inleiding: politieke filosofie is normatief
2. Democratie: vormen en verantwoording
3. Vrijheid, tolerantie en liberale democratie
4. Structuur en functies van de staat
Kernbegrippen hoofdstuk 4 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5 — Sociale filosofie
1. Inleiding: het keerpunt van 1971 en het begrip "welvaart"
2. Distributieve rechtvaardigheid
3. De distributieve staat
4. Economische democratie
Kernbegrippen hoofdstuk 5 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 — Wijsgerige antropologie: mensbeeld, vrijheid en rationaliteit
1. Inleiding: van Aristoteles naar de 20ste eeuw
2. Het existentialistische mensbeeld van Jean-Paul Sartre
3. Persoon en vrijheid in het mensbeeld van Harry Frankfurt
4. Rationaliteit: Herbert Simon en "satisficing"
Kernbegrippen hoofdstuk 6 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 6
Bijlage A — Het voorbeeldexamen, volledig uitgewerkt
De tien vragen over de hoofdstukken 2 t.e.m. 6, met uitleg per optie
De twee vragen over hoofdstuk 1 (enkel het officiële antwoord)
2
, Menswetenschappen · Module Wijsbegeerte
De officiële antwoordsleutel in tabelvorm
Bijlage B — Antwoordsleutel bij de oefenvragen
Per vraag het juiste antwoord met uitleg (55 vragen)
3
, Menswetenschappen · Module Wijsbegeerte
Leeswijzer: hoe je dit document gebruikt
Deze samenvatting bevat alle inhoud van de hoofdstukken 2 tot en met 6 van je cursus: elk concept, elke auteur,
elk citaat en elk voorbeeld uit het boek. Er is niets weggelaten. Wel is de stof opnieuw geordend zodat de
structuur van de redenering zichtbaar wordt, en zijn er drie soorten hulpmiddelen toegevoegd.
KERNIDEE-KADERS (BLAUW)
Hierin staat telkens de zin die je moet kunnen opzeggen: een definitie, een mechanisme of een conclusie. Als je
enkel deze kaders van een hoofdstuk kent, ken je de ruggengraat ervan.
EXAMENVALKUIL · EXAMENVALKUIL-KADERS (ORANJE)
Hierin staat welke verwisseling het examen van je verwacht te maken. Bijna elke vraag op het voorbeeldexamen
berust op precies zo’n verwisseling. Lees deze kaders de dag voor het examen nog eens door.
VOORBEELD-KADERS (GROEN)
Hierin staan de voorbeelden uit de cursus zelf — de vuurtoren, de taart van Jan, de hooiberg, de twee verslaafden.
Neem deze voorbeelden letterlijk over in je antwoorden: ze zijn de snelste manier om te tonen dat je het concept
begrijpt.
Wat het examen van je vraagt
Uit het voorbeeldexamen blijkt een duidelijk patroon:
Kenmerk Wat dat voor je studeren betekent
Meerkeuze, vier opties, meestal "welke Je moet niet één juist antwoord kunnen produceren, maar drie juiste
uitspraak is NIET juist?" uitspraken kunnen herkennen. Passief herkennen volstaat dus niet: je moet
elke uitspraak kunnen toetsen.
Twee vragen per hoofdstuk Elk hoofdstuk weegt even zwaar. Geen enkel hoofdstuk kan je overslaan.
Fouten zitten in details, niet in grote "Schade aan zichzelf of aan anderen", "normatieve economie produceert
lijnen voorspellingen", "private goederen zijn niet-uitsluitbaar". Leer de definities
woordelijk.
Toepassingsvragen met een casus De taart van Jan (Frankfurt) en de expensive tastes (Rawls). Je moet een
nieuwe situatie onder de juiste theorie kunnen plaatsen.
Namen worden expliciet genoemd Marx, Rawls, Sen, Swedberg, Mill, Sartre, Frankfurt, Simon, Dahl, Duverger.
Koppel elke naam aan één kernidee.
Een werkbare studievolgorde
Ronde Wat je doet Tijd
1. Overzicht Lees per hoofdstuk enkel de inleiding, alle blauwe kaders en de tabel ± 1 uur
"Kernbegrippen in één oogopslag" achteraan het hoofdstuk. Je bouwt zo eerst
het skelet.
2. Doorwerken Lees het hoofdstuk volledig, inclusief de citaten. Van Engelse citaten hoef je de ± 1 dag
4
MODULE WIJSBEGEERTE
Volledige studiesamenvatting
Hoofdstukken 2 tot en met 6
Wetenschapsfilosofie · Economie en ethiek · Politieke filosofie
Sociale filosofie · Wijsgerige antropologie
Met examenvalkuilen, 55 oefenvragen en het volledig uitgewerkte voorbeeldexamen
, Menswetenschappen · Module Wijsbegeerte
Inhoud
Leeswijzer: hoe je dit document gebruikt
Wat het examen van je vraagt
Een werkbare studievolgorde
De rode draad door de vijf hoofdstukken
Hoofdstuk 2 — Wetenschapsfilosofie, economie en sociale wetenschappen
1. Inleiding: de thema’s van de wetenschapsfilosofie
2. Het doel van economie als wetenschap — Friedman, Solow, pragmatisme
3. Een gemeenschappelijk kenmerk van wetenschappelijke argumentatie
4. Het ontstaan van disciplines binnen de sociale wetenschappen
5. Gelijkenissen tussen de disciplines: Coleman’s Boat
6. Verschillen: economische sociologie volgens Richard Swedberg
Kernbegrippen hoofdstuk 2 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3 — Economie en ethiek
1. Inleiding: de vijf vormen van ethiek
2. Ethisch handelen — Dewey en al-partijdigheid
3. Ethisch redeneren: het utilisme
4. Economische ethiek — nudging en EAOD
5. Wetenschapsethiek
Kernbegrippen hoofdstuk 3 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4 — Politieke filosofie: democratie, vrijheid en de staat
1. Inleiding: politieke filosofie is normatief
2. Democratie: vormen en verantwoording
3. Vrijheid, tolerantie en liberale democratie
4. Structuur en functies van de staat
Kernbegrippen hoofdstuk 4 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5 — Sociale filosofie
1. Inleiding: het keerpunt van 1971 en het begrip "welvaart"
2. Distributieve rechtvaardigheid
3. De distributieve staat
4. Economische democratie
Kernbegrippen hoofdstuk 5 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6 — Wijsgerige antropologie: mensbeeld, vrijheid en rationaliteit
1. Inleiding: van Aristoteles naar de 20ste eeuw
2. Het existentialistische mensbeeld van Jean-Paul Sartre
3. Persoon en vrijheid in het mensbeeld van Harry Frankfurt
4. Rationaliteit: Herbert Simon en "satisficing"
Kernbegrippen hoofdstuk 6 in één oogopslag
Oefenvragen bij hoofdstuk 6
Bijlage A — Het voorbeeldexamen, volledig uitgewerkt
De tien vragen over de hoofdstukken 2 t.e.m. 6, met uitleg per optie
De twee vragen over hoofdstuk 1 (enkel het officiële antwoord)
2
, Menswetenschappen · Module Wijsbegeerte
De officiële antwoordsleutel in tabelvorm
Bijlage B — Antwoordsleutel bij de oefenvragen
Per vraag het juiste antwoord met uitleg (55 vragen)
3
, Menswetenschappen · Module Wijsbegeerte
Leeswijzer: hoe je dit document gebruikt
Deze samenvatting bevat alle inhoud van de hoofdstukken 2 tot en met 6 van je cursus: elk concept, elke auteur,
elk citaat en elk voorbeeld uit het boek. Er is niets weggelaten. Wel is de stof opnieuw geordend zodat de
structuur van de redenering zichtbaar wordt, en zijn er drie soorten hulpmiddelen toegevoegd.
KERNIDEE-KADERS (BLAUW)
Hierin staat telkens de zin die je moet kunnen opzeggen: een definitie, een mechanisme of een conclusie. Als je
enkel deze kaders van een hoofdstuk kent, ken je de ruggengraat ervan.
EXAMENVALKUIL · EXAMENVALKUIL-KADERS (ORANJE)
Hierin staat welke verwisseling het examen van je verwacht te maken. Bijna elke vraag op het voorbeeldexamen
berust op precies zo’n verwisseling. Lees deze kaders de dag voor het examen nog eens door.
VOORBEELD-KADERS (GROEN)
Hierin staan de voorbeelden uit de cursus zelf — de vuurtoren, de taart van Jan, de hooiberg, de twee verslaafden.
Neem deze voorbeelden letterlijk over in je antwoorden: ze zijn de snelste manier om te tonen dat je het concept
begrijpt.
Wat het examen van je vraagt
Uit het voorbeeldexamen blijkt een duidelijk patroon:
Kenmerk Wat dat voor je studeren betekent
Meerkeuze, vier opties, meestal "welke Je moet niet één juist antwoord kunnen produceren, maar drie juiste
uitspraak is NIET juist?" uitspraken kunnen herkennen. Passief herkennen volstaat dus niet: je moet
elke uitspraak kunnen toetsen.
Twee vragen per hoofdstuk Elk hoofdstuk weegt even zwaar. Geen enkel hoofdstuk kan je overslaan.
Fouten zitten in details, niet in grote "Schade aan zichzelf of aan anderen", "normatieve economie produceert
lijnen voorspellingen", "private goederen zijn niet-uitsluitbaar". Leer de definities
woordelijk.
Toepassingsvragen met een casus De taart van Jan (Frankfurt) en de expensive tastes (Rawls). Je moet een
nieuwe situatie onder de juiste theorie kunnen plaatsen.
Namen worden expliciet genoemd Marx, Rawls, Sen, Swedberg, Mill, Sartre, Frankfurt, Simon, Dahl, Duverger.
Koppel elke naam aan één kernidee.
Een werkbare studievolgorde
Ronde Wat je doet Tijd
1. Overzicht Lees per hoofdstuk enkel de inleiding, alle blauwe kaders en de tabel ± 1 uur
"Kernbegrippen in één oogopslag" achteraan het hoofdstuk. Je bouwt zo eerst
het skelet.
2. Doorwerken Lees het hoofdstuk volledig, inclusief de citaten. Van Engelse citaten hoef je de ± 1 dag
4