Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages
Exam (elaborations)

Oefentoets, Open en meerkeuzenvragen (SPSS) Statistiek IV: multivariate data-analyse

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages

Nu ook beschikbaar in bundel! Dit document bevat meerkeuzevragen voor het vak Statistiek IV: multivariate data-analyse aan de Vrije Universiteit Brussel. De vragen behandelen kernthema's zoals data-visualisatie (stam-bladdiagrammen, heatmaps), regressiemodellen (log-lineair, log-log), factoranalyse, clusteranalyse, ANOVA en Structural Equation Modeling. Ideaal voor examenvoorbereiding en het oefenen met concepten uit de multivariate statistiek.

Content preview

,Meerkeuzevragen

Vraag 1: Wat is het belangrijkste voordeel van een stam-bladdiagram ten opzichte
van een traditioneel histogram?
A) Het kan grotere datasets verwerken zonder onoverzichtelijk te worden.
B) De individuele getalwaarden van de dataset blijven behouden in de visualisatie.
C) Het is beter geschikt voor het visualiseren van categorische data.
D) Het toont automatisch de mediaan en kwartielen aan.

Vraag 2: Welk specifiek grafisch hulpmiddel gebruikt een kleurmatrix om complexe
patronen, zoals slaapkansen over een lange tijd, te visualiseren?
A) 3D scatterplot
B) Bar chart
C) Heatmap
D) P-P plot

Vraag 3: Waarom wordt het gebruik van een 3D scatterplot vaak afgeraden in
wetenschappelijke rapportages?
A) Omdat het onmogelijk is om meer dan twee variabelen tegelijk te tonen.
B) Omdat de diepteperceptie op een plat scherm de interpretatie van datapunten
bemoeilijkt.
C) Omdat het model geen rekening houdt met uitschieters.
D) Omdat 3D-software niet compatibel is met standaard statistische pakketten.

Vraag 4: Welk wetenschappelijk principe streeft naar het verklaren van data met zo
weinig mogelijk parameters?
A) Het principe van parsimonie
B) De wet van de grote getallen
C) Het principe van orthogonaliteit
D) De centrale limietstelling

Vraag 5: Wat wordt er geschat in een log-lineair regressiemodel?
A) De absolute verandering in de uitkomst bij een procentuele toename van de
onafhankelijke variabele.
B) De procentuele verandering in de uitkomst bij een absolute toename van de
onafhankelijke variabele.
C) De elasticiteit tussen twee variabelen op een logaritmische schaal.
D) De verandering in de log-odds van de afhankelijke variabele.

Vraag 6: Welke maatstaf binnen een log-log model kwantificeert de procentuele
verandering in Y als gevolg van een verandering van één procent in X?
A) Gepoolde variantie
B) Kurtosis
C) Elasticiteit
D) Standardized Beta



2

,Vraag 7: Hoe wordt de techniek genoemd waarbij scores worden
gestandaardiseerd op basis van het gemiddelde van de individuele persoon om
antwoordstijlen te corrigeren?
A) Grand mean centering
B) Ipsatizing
C) Linear interpolatie
D) Hot-decking

Vraag 8: Welke schattingsmethode wordt doorgaans gebruikt voor de parameters
van een 'Fixed Factor' in een ANOVA-model?
A) Maximum Likelihood Estimation (MLE)
B) Multiple Imputation by Chained Equations (MICE)
C) Ordinary Least Squares (OLS)
D) De L2 norm test

Vraag 9: Welke methode geniet de voorkeur voor het schatten van parameters bij
een 'Random Factor'?
A) Kleinste kwadratenmethode (OLS)
B) Casewise deletion
C) Lineaire interpolatie
D) Maximum Likelihood Estimation (MLE)

Vraag 10: Wat betekent een F-waarde die groter is dan 1 in de context van een
variantie-analyse?
A) De variatie binnen de groepen is groter dan de variatie tussen de groepen.
B) Er is meer variatie tussen de groepen aanwezig dan wat op basis van toeval
verwacht mag worden.
C) De nulhypothese is per definitie bewezen.
D) Er is sprake van negatieve kanskapitalisatie.

Vraag 11: Welke component van de ANOVA-tabel meet specifiek de variatie van
groepsgemiddelden ten opzichte van het 'grand mean'?
A) Within-groups sum of squares (SSW)
B) Total sum of squares (SST)
C) Between-groups sum of squares (SSB)
D) Sum of squares error (SSE)

Vraag 12: Welk type contrast vergelijkt elk specifiek niveau van een variabele met
het gemiddelde effect van alle daaropvolgende categorieën?
A) Eenvoudig contrast
B) Helmertcontrast
C) Herhaald contrast
D) Polynomial contrast

Vraag 13: Welk contrasttype is het meest geschikt om de incrementele
verandering tussen opeenvolgende tijdsmomenten te toetsen?
A) Deviatie-contrast

3

, B) Omgekeerd helmertcontrast
C) Herhaald (verschil) contrast
D) Eenvoudig contrast met controlegroep

Vraag 14: Welke specifieke post-hoc test is ontworpen om de betrouwbaarheid te
waarborgen wanneer de steekproefgroottes tussen groepen ongelijk zijn?
A) Tukey's HSD
B) Tukey-Kramer methode
C) LSD-methode
D) Mauchly's W

Vraag 15: Hoe verschilt de Bonferroni-Holm correctie van de standaard
Bonferroni-methode?
A) Het past een stapsgewijze, steeds minder strenge p-waarde drempel toe op
gerangschikte toetsen.
B) Het deelt het alfa-niveau door het kwadraat van het aantal vergelijkingen.
C) Het verhoogt de kans op Type I fouten om de power te maximaliseren.
D) Het is uitsluitend bruikbaar voor niet-parametrische data.

Vraag 16: Welke resampling-methode voert een statistische test herhaaldelijk uit
waarbij telkens exact één proefpersoon wordt weggelaten?
A) Bootstrapping
B) Permutatie
C) Jackknifing
D) Multiple Imputation

Vraag 17: Wat is het doel van een permutatietoets bij het vergelijken van groepen?
A) Het schatten van de populatieparameter via herhaald trekken met vervanging.
B) Het berekenen van een exacte p-waarde op basis van alle mogelijke willekeurige
herverdelingen van de data.
C) Het corrigeren van uitschieters door ze willekeurig te vervangen door
groepsgemiddelden.
D) Het minimaliseren van de residuele variantie via regressie.

Vraag 18: Welke fundamentele assumptie van ANCOVA stelt dat de regressielijnen
van verschillende groepen parallel moeten lopen?
A) Homogeniteit van regressieshellingen
B) Bolvormigheid (Sphericity)
C) Lineariteit van residuen
D) Multicollineariteit

Vraag 19: Wat houdt de assumptie van bolvormigheid (sphericity) in bij een
repeated measures ANOVA?
A) De varianties van de residuen moeten voor elk meetmoment gelijk zijn aan nul.
B) Er mag geen correlatie bestaan tussen de subjecten en de error-term.
C) De data moeten een perfecte klokvormige verdeling volgen op elk tijdstip.



4

Connected book
 image
Publisher: Unknown ISBN: 9781529630008 Edition: Unknown

Document information

Study
Uploaded on
August 11, 2026
Number of pages
31
Written in
2026/2027
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$9.10

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
StudieBegrip
4.7
(106)
Sold
456
Followers
7
Items
172
Last sold
23 hours ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions