,Bronnen & basisbegrippen
Overzicht deelgebieden
Zekerheidsrecht
Het zekerheidsrecht omvat het geheel van wettelijke en contractuele mechanismen die tot doel hebben
de nakoming van verbintenissen door een schuldenaar te waarborgen. Deze technieken verhogen de
kans dat een schuldeiser zijn vordering daadwerkelijk voldaan ziet, zelfs wanneer de schuldenaar onwillig
of onvermogend is.
Executierecht
Dit rechtsgebied verzamelt alle regels die betrekking hebben op de gedwongen tenuitvoerlegging van
verbintenissen wanneer een schuldenaar weigert deze vrijwillig na te komen. Omdat hierbij dwang op
het vermogen wordt uitgeoefend, is de tussenkomst van een rechtbank en een openbare ambtenaar
zoals een gerechtsdeurwaarder noodzakelijk.
Insolventierecht
Het insolventierecht biedt een collectieve oplossing voor situaties waarin een schuldenaar structureel
niet meer in staat is om zijn opeisbare schulden te betalen. Het beoogt een ordelijke afwikkeling of een
herstel van de financiële situatie, waarbij de gelijkheid tussen de verschillende schuldeisers centraal
staat.
Zakelijke zekerheden
Zakelijke zekerheden verlenen de schuldeiser een specifiek recht op bepaalde activa uit het vermogen
van de schuldenaar, zoals bij een hypotheek of een pand. Hierdoor krijgt de schuldeiser een
voorrangspositie op de opbrengst van die specifieke goederen in het geval van een gedwongen verkoop.
Persoonlijke zekerheden
Bij een persoonlijke zekerheid vloeit de waarborg voort uit een aanspraak op het vermogen van een
andere persoon dan de schuldenaar. Een klassiek voorbeeld hiervan is de borgtocht, waarbij een derde
partij zich verbindt om de schuld te voldoen als de hoofdschuldenaar in gebreke blijft.
Wet financiële zekerheden (wfz)
De Wet Financiële Zekerheden van 15 december 2004 is specifiek ontworpen voor professionele
kredietverleners binnen de financiële sector. Deze wet voorziet in uiterst soepele en snelle mechanismen
voor het vestigen en uitwinnen van zekerheden op financiële instrumenten en contanten.
2
,Collectieve schuldenregeling (csr)
De collectieve schuldenregeling is een insolventieprocedure voor natuurlijke personen die geen
onderneming zijn, ingegeven door humanitaire overwegingen. Het doel is om de schuldenaar opnieuw
een menswaardig leven te laten leiden terwijl de schulden binnen een strikt wettelijk kader worden
afbetaald.
Liquidatie
Liquidatie binnen het insolventierecht verwijst naar de procedure waarbij alle activa van een schuldenaar
worden verkocht om de schuldeisers te voldoen, zoals in een klassiek faillissement. Deze benadering is
gericht op de definitieve beëindiging van de activiteiten van de insolvabele entiteit.
Herstelprocedure
Een herstelprocedure is gericht op het redden van levensvatbare onderdelen van een onderneming in
'going concern' voordat deze in een faillissement belandt. De wetgever probeert hiermee de
economische continuïteit en de werkgelegenheid zoveel mogelijk te bewaren.
Gemeenrechtelijk insolventierecht
Dit recht geldt als de algemene norm voor alle ondernemingen die onder het toepassingsgebied van het
Wetboek van Economisch Recht vallen. Het staat tegenover het sectorale insolventierecht, dat specifieke
regels bevat voor financiële instellingen zoals banken en verzekeraars.
Economisch besmettingsgevaar
Dit begrip beschrijft het domino-effect waarbij het onvermogen van één schuldenaar om te betalen de
solvabiliteit van zijn eigen schuldeisers direct in gevaar brengt. Het insolventierecht probeert deze
kettingreactie te voorkomen door ongezonde ondernemingen tijdig en ordelijk uit het rechtsverkeer te
halen.
Ondernemingsbegrip
Ondernemingsbegrip (art. I.1, 1° wer)
Het ondernemingsbegrip fungeert als de toegangspoort tot insolventieprocedures en omvat natuurlijke
personen met een zelfstandig beroep, rechtspersonen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid. Het
is een formeel begrip dat bepaalt of een entiteit onderworpen is aan de specifieke regels van Boek XX
WER.
Publiekrechtelijke rechtspersonen
Deze entiteiten zijn expliciet uitgesloten van het insolventierecht vanwege de soevereiniteit van de staat
en de algemene uitvoeringsimmuniteit van de overheid. Een overheid of gemeente kan niet failliet
worden verklaard omdat zij geacht worden altijd over hun eigen territorium en publieke middelen te
3
, beschikken.
Natuurlijke persoon met zelfstandige beroepsactiviteit
Een natuurlijke persoon wordt als onderneming beschouwd wanneer hij regelmatig en met een
inkomensoogmerk een activiteit uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst of ambtelijk statuut. De
kernvereisten hiervoor zijn de zelfstandigheid van de uitvoering en de continuïteit van de beroepsmatige
handelingen.
Organisatie zonder rechtspersoonlijkheid
Een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid wordt als onderneming beschouwd, tenzij zij geen
uitkeringsoogmerk heeft en feitelijk geen uitkeringen verricht aan haar leden. Zodra een dergelijke
entiteit wel winsten verdeelt of een economisch doel nastreeft, valt zij onder het toepassingsgebied van
het insolventierecht.
Criteria voor de natuurlijke persoon als onderneming
Zelfstandige basis
Dit criterium vereist dat een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend buiten elk verband van
ondergeschiktheid, waardoor werknemers en ambtenaren expliciet uitgesloten zijn. Het impliceert dat
de persoon de volledige controle en eigen verantwoordelijkheid draagt over de organisatie van de
werkzaamheden.
Beroepsactiviteit
Een beroepsactiviteit wordt gekenmerkt door een zekere regelmaat en organisatie, waarbij louter
occasionele handelingen of het normale beheer van privévermogen niet volstaan. Hoewel een
winstoogmerk niet verplicht is, moet de activiteit wel gericht zijn op het behalen van een inkomen om in
het levensonderhoud te voorzien.
De bestuurder als onderneming
Bestuurders als onderneming
Natuurlijke personen die een bestuursmandaat uitoefenen, kwalificeren als onderneming wanneer hun
mandaat een zelfstandige beroepsactiviteit vormt die gericht is op het behalen van een inkomen. Indien
zij aan deze criteria voldoen, kunnen zij een gerechtelijke reorganisatie aanvragen of failliet verklaard
worden.
Fresh start
De fresh start is het principe waarbij een gefailleerde natuurlijke persoon na de afwikkeling van het
4
Overzicht deelgebieden
Zekerheidsrecht
Het zekerheidsrecht omvat het geheel van wettelijke en contractuele mechanismen die tot doel hebben
de nakoming van verbintenissen door een schuldenaar te waarborgen. Deze technieken verhogen de
kans dat een schuldeiser zijn vordering daadwerkelijk voldaan ziet, zelfs wanneer de schuldenaar onwillig
of onvermogend is.
Executierecht
Dit rechtsgebied verzamelt alle regels die betrekking hebben op de gedwongen tenuitvoerlegging van
verbintenissen wanneer een schuldenaar weigert deze vrijwillig na te komen. Omdat hierbij dwang op
het vermogen wordt uitgeoefend, is de tussenkomst van een rechtbank en een openbare ambtenaar
zoals een gerechtsdeurwaarder noodzakelijk.
Insolventierecht
Het insolventierecht biedt een collectieve oplossing voor situaties waarin een schuldenaar structureel
niet meer in staat is om zijn opeisbare schulden te betalen. Het beoogt een ordelijke afwikkeling of een
herstel van de financiële situatie, waarbij de gelijkheid tussen de verschillende schuldeisers centraal
staat.
Zakelijke zekerheden
Zakelijke zekerheden verlenen de schuldeiser een specifiek recht op bepaalde activa uit het vermogen
van de schuldenaar, zoals bij een hypotheek of een pand. Hierdoor krijgt de schuldeiser een
voorrangspositie op de opbrengst van die specifieke goederen in het geval van een gedwongen verkoop.
Persoonlijke zekerheden
Bij een persoonlijke zekerheid vloeit de waarborg voort uit een aanspraak op het vermogen van een
andere persoon dan de schuldenaar. Een klassiek voorbeeld hiervan is de borgtocht, waarbij een derde
partij zich verbindt om de schuld te voldoen als de hoofdschuldenaar in gebreke blijft.
Wet financiële zekerheden (wfz)
De Wet Financiële Zekerheden van 15 december 2004 is specifiek ontworpen voor professionele
kredietverleners binnen de financiële sector. Deze wet voorziet in uiterst soepele en snelle mechanismen
voor het vestigen en uitwinnen van zekerheden op financiële instrumenten en contanten.
2
,Collectieve schuldenregeling (csr)
De collectieve schuldenregeling is een insolventieprocedure voor natuurlijke personen die geen
onderneming zijn, ingegeven door humanitaire overwegingen. Het doel is om de schuldenaar opnieuw
een menswaardig leven te laten leiden terwijl de schulden binnen een strikt wettelijk kader worden
afbetaald.
Liquidatie
Liquidatie binnen het insolventierecht verwijst naar de procedure waarbij alle activa van een schuldenaar
worden verkocht om de schuldeisers te voldoen, zoals in een klassiek faillissement. Deze benadering is
gericht op de definitieve beëindiging van de activiteiten van de insolvabele entiteit.
Herstelprocedure
Een herstelprocedure is gericht op het redden van levensvatbare onderdelen van een onderneming in
'going concern' voordat deze in een faillissement belandt. De wetgever probeert hiermee de
economische continuïteit en de werkgelegenheid zoveel mogelijk te bewaren.
Gemeenrechtelijk insolventierecht
Dit recht geldt als de algemene norm voor alle ondernemingen die onder het toepassingsgebied van het
Wetboek van Economisch Recht vallen. Het staat tegenover het sectorale insolventierecht, dat specifieke
regels bevat voor financiële instellingen zoals banken en verzekeraars.
Economisch besmettingsgevaar
Dit begrip beschrijft het domino-effect waarbij het onvermogen van één schuldenaar om te betalen de
solvabiliteit van zijn eigen schuldeisers direct in gevaar brengt. Het insolventierecht probeert deze
kettingreactie te voorkomen door ongezonde ondernemingen tijdig en ordelijk uit het rechtsverkeer te
halen.
Ondernemingsbegrip
Ondernemingsbegrip (art. I.1, 1° wer)
Het ondernemingsbegrip fungeert als de toegangspoort tot insolventieprocedures en omvat natuurlijke
personen met een zelfstandig beroep, rechtspersonen en organisaties zonder rechtspersoonlijkheid. Het
is een formeel begrip dat bepaalt of een entiteit onderworpen is aan de specifieke regels van Boek XX
WER.
Publiekrechtelijke rechtspersonen
Deze entiteiten zijn expliciet uitgesloten van het insolventierecht vanwege de soevereiniteit van de staat
en de algemene uitvoeringsimmuniteit van de overheid. Een overheid of gemeente kan niet failliet
worden verklaard omdat zij geacht worden altijd over hun eigen territorium en publieke middelen te
3
, beschikken.
Natuurlijke persoon met zelfstandige beroepsactiviteit
Een natuurlijke persoon wordt als onderneming beschouwd wanneer hij regelmatig en met een
inkomensoogmerk een activiteit uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst of ambtelijk statuut. De
kernvereisten hiervoor zijn de zelfstandigheid van de uitvoering en de continuïteit van de beroepsmatige
handelingen.
Organisatie zonder rechtspersoonlijkheid
Een organisatie zonder rechtspersoonlijkheid wordt als onderneming beschouwd, tenzij zij geen
uitkeringsoogmerk heeft en feitelijk geen uitkeringen verricht aan haar leden. Zodra een dergelijke
entiteit wel winsten verdeelt of een economisch doel nastreeft, valt zij onder het toepassingsgebied van
het insolventierecht.
Criteria voor de natuurlijke persoon als onderneming
Zelfstandige basis
Dit criterium vereist dat een beroepsactiviteit wordt uitgeoefend buiten elk verband van
ondergeschiktheid, waardoor werknemers en ambtenaren expliciet uitgesloten zijn. Het impliceert dat
de persoon de volledige controle en eigen verantwoordelijkheid draagt over de organisatie van de
werkzaamheden.
Beroepsactiviteit
Een beroepsactiviteit wordt gekenmerkt door een zekere regelmaat en organisatie, waarbij louter
occasionele handelingen of het normale beheer van privévermogen niet volstaan. Hoewel een
winstoogmerk niet verplicht is, moet de activiteit wel gericht zijn op het behalen van een inkomen om in
het levensonderhoud te voorzien.
De bestuurder als onderneming
Bestuurders als onderneming
Natuurlijke personen die een bestuursmandaat uitoefenen, kwalificeren als onderneming wanneer hun
mandaat een zelfstandige beroepsactiviteit vormt die gericht is op het behalen van een inkomen. Indien
zij aan deze criteria voldoen, kunnen zij een gerechtelijke reorganisatie aanvragen of failliet verklaard
worden.
Fresh start
De fresh start is het principe waarbij een gefailleerde natuurlijke persoon na de afwikkeling van het
4