Inhoudsopgave
1.4 De complexe en diverse pedagogische praktijk hoorcolleges.....................................................................2
Week 1: Hoorcollege 1: introductiecollege...........................................................................................................2
Week 1: Hoorcollege 2:......................................................................................................................................10
Interculturele sensitiviteit en de complexe pedagogische beroepspraktijk.......................................................10
Week 2: Hoorcollege 3: Inspectie gezondheidszorg en Jeugd & Jeugdbescherming West................................14
Week 2: hoorcollege 4........................................................................................................................................19
Deel 1: Veilig thuis.........................................................................................................................................20
Deel 2: De Raad voor de Kinderbescherming................................................................................................23
Week 3; Hoorcollege 5; professionalisering en professionele identiteit............................................................27
Maandag werkgroepen ethiek...................................................................................................................... 32
Hoofdstuk 1: ethiek introductie..........................................................................................................................32
Werkgroep 1: week 1.....................................................................................................................................32
Hoofdstuk 2: normatieve theorieën...................................................................................................................37
Werkgroep 3: week 2.....................................................................................................................................37
Hoofdstuk 3: in gesprek over ethische dilemma’s..............................................................................................39
Hoofdstuk 4 Van normen en waarde naar beroepsethiek.................................................................................41
Werkgroep 5: week 3.....................................................................................................................................41
Donderdag werkgroepen: juridisch; jeugdrecht begrepen.............................................................................43
Literatuur week 1 werkgroep 2: Jeugdrecht begrepen......................................................................................43
Hoofdstuk 1: Inleiding recht...........................................................................................................................43
Hoofdstuk 2: De ouders van de jeugdige.......................................................................................................44
Hoofdstuk 3: Het gezag over de jeugdige......................................................................................................49
Hoofdstuk 5: Handelingsonbekwaam............................................................................................................52
Literatuur week 2 Werkgroep 4..........................................................................................................................53
Hoofdstuk 7: kinderbescherming...................................................................................................................54
Hoofdstuk 8: beëindigen van gezag...............................................................................................................59
Hoofdstuk 19: Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).............................................60
Literatuur week 3, werkgroep 5.........................................................................................................................62
Hoofdstuk 4: de jeugdige en de scheiding van zijn ouders............................................................................63
Invulschema bijeenkomsten......................................................................................................................... 68
Invulschema bijeenkomst 1: Civiel jeugdrecht: juridisch ouderschap en gezag.................................................68
Invulschema bijeenkomst 2: Jeugdbeschermingsrecht: IVRK, kinderbeschermingsmaatregelen en Meldcode
kindermishandeling............................................................................................................................................72
Invulschema bijeenkomst 3: Civiel jeugdrecht: juridische gevolgen bij verandering in gezinsvormen..............75
1
,1.4 De complexe en diverse pedagogische praktijk hoorcolleges
Week 1: Hoorcollege 1: introductiecollege
Leerdoelen
Deel 1:
1. Introductie van het complexe en diverse werkveld van de pedagoog
2. Opbouw van het vak
Deel 2:
Aan het einde van het college, kan de student:
3. Belangrijke historische ontwikkelingen rondom de jeugdzorg in Nederland beschrijven;
4. Uitleggen hoe het jeugdzorgbeleid momenteel is vormgegeven;
5. Uitleggen hoe het jeugdbeschermingsstelsel eruitziet en welke organisaties er een rol in spelen.
Wat is een pedagoog
= een pedagoog is een professional op het gebied van opvoeding en educatie
Professioneel: wat je moet doen en kunnen
Opvoeding en educatie: de contexten waarbinnen je werkzaam bent
Deel 1: De pedagoog als professional
Ethische aspecten van het zijn van een pedagoog
1) Beroepscode (je blijft je ontwikkelen en er zijn beroeps normen en regels)
2) Cultuursensitief werken (perspectief te nemen en geen stereotype)
3) Gedeelde besluitvorming (je werkt samen met meerdere professionals en die betrek je in je
besluitvorming)
4) Toetsen interventies (aan welke knoppen moeten je draaien om positief veranderingen te kunnen
creëren)
Deel 2: de complexe pedagogische
praktijk
Pedagogisch advies
Professionaliteit is ook een veilige
leeromgeving
Vertrouwelijk
Subjectiviteit
2
, Empathie
Communicatiegrenzen
Geschiedenis van Jeugdzorg
Jeugdzorg
=het bestaat uit drie elementen
1. Jeugdbescherming (pleegzorg= etc.)
2. Jeugdhulp (breed, lichte jeugdhulp, ggz)
3. Jeugdreclassering (forensische kader)
Geschiedenis inhoud
Weeshuizen
Pleegzorg
Jeugdzorg en justitie
Jeugdzorg en onderwijs
Transitie naar nu
Jeugdwet
Jeugdbescherming stelsel
Weeshuizen
Ontstaan van weeshuizen
“Kraamkamers” van de jeugdzorg
Eerste weeshuis ter wereld: Florence (1455)
Eerste weeshuis in NL: 1491 eeuw in elke stad
= voor vondelingen en voor ouders die er niet voor konden zorgen
In de meeste steden “burgerweeshuizen” (initiatief vanuit de burgers, die
vonden dat er gezorgd moest worden en daarom werden ze gefinancierd)
Niet centraal of landelijk georganiseerd, vaak initiatieven van
maatschappelijk betrokken individuen
Kritiek op weeshuizen
Toename kritiek op weeshuizen in 19e eeuw
Oliver twist (weesjongetje, aanklacht tegen slecht geregeldheid en hoe ze
met weeskinderen om gingen)
Gebrek persoonlijk aandacht
Harde discipline
Alternatieven
Wezendorp Neerbosch Nijmegen (1873) (een dorp voor kinderen meer
familiair) (onthulling slecht; kinderen werden fysiek gestraft)
Maatschappij tot Opvoeding van Wezen in het Huisgezin (voorloper op
pleegzorg)
Afname weeshuizen
Sinds 1880 steeds minderen weeskinderen (door daling sterftekans)
Omvorming weeshuizen tot kinderbeschermingstehuizen
Algemene Weduwen en Wezenwet (1959) =maakte mogelijk om familieleden
financieel te ondersteunen
3
, Pleegzorg
<1850: vooral weeshuizen
1850-1950: belang kind meer voorop
>professionalisering pleegzorg
1874: Begin georganiseerde pleegzorg in NL
Scheltema: “Maatschappij tot opvoeding van wezen in huisgezin”
Ontstaan kinderbescherming
1905: Kinderwetten (bescherming verwaarlozing en uitbuiting werk)
1922: Eerste kinderrechter
1922: Ondertoezichtstelling (OTS) (kinderen werden niet gelijk uit huis maar iemand keek mee)
Eerste helft 20e eeuw: pleegzorg heeft justitieel/permanent karakter
=weinig mogelijk tot terugkeer en vooral bepaald door overheid bij uitzetting kind
Professionalisering pleegzorg
Vanaf tweede helft 20e eeuw
Pleegzorg als hulpverlening vorm
1953: Pleegkinderenwet = De wet regelde de melding, verzorging en het toezicht op jongeren onder
de 18 in tehuizen en in pleeggezinnen
Jaren 70: Vrijwillige pleegzorg en Centrales voor pleegzorg =verantwoordelijkheid van selecteren en
verwerven van pleegouders
Jaren 80: voorkeur voor pleegzorg
Thuis en tijdelijk
Professionalisering:
Halverwege 90: pleeggezinbegeleider
Eind jaren 90: pleegzorg ontwikkelt zich steeds meer tot een vakgebied
Jeugdzorg en justitie
Verschil tussen kinderen en volwassene in straf
1809-1811: 12- minners geen straf, 13-15 jaar: max 2 maanden gevangenisstraf
1811: code Pénal
Rechter bepaalt of er is gehandeld met “oordeel des onderscheids”(zelfverantwoordelijkheid)
Gevangenis, vrijuit of naar een “verbeterhuis”(heropvoedingshuizen)
1833: eerste jeugdgevangenis in NL (verlichting)
Jongens tm 16 jaar
Initiatief van Nederlandsch Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen
1836: eerste meisjesgevangenis
1857: Huis van Verbetering en opvoeding
4