Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages
Exam (elaborations)

Oefenvragen, Meerkeuze en open vragen voor Sociale Psychologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 31 pages

Dit document bevat meerkeuzevragen en antwoorden voor het vak Sociale Psychologie aan de Universiteit Gent, afgestemd op de criminologische opleiding. De vragen behandelen kernconcepten zoals eerste indrukken, attributietheorie, gezichtsherkenning, emotionele expressie, cognitieve heuristica's en de geschiedenis van het vakgebied. Ideaal voor examenvoorbereiding - alle vragen hebben uitgebreide toelichtingen die het leerproces versnellen. Nu ook beschikbaar in bundel!

Content preview

,Meerkeuzevragen

Vraag 1: Met welk specifiek doel werd de Society for the Psychological Study of
Social Issues (SPSSI) in 1936 opgericht?
A) Om de academische onafhankelijkheid van Europese psychologen te waarborgen.
B) Om wetenschappelijke kennis direct in te zetten voor het oplossen van
maatschappelijke problemen na de beurscrash.
C) Om een strikt onderscheid te maken tussen de sociologie en de sociale psychologie.
D) Om onderzoek te doen naar de biologische basis van sociaal gedrag bij dieren.

Vraag 2: Wat was het belangrijkste gevolg van de 'Exodus' van Europese
intellectuelen tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de sociale psychologie?
A) Het vakgebied werd verboden in de Verenigde Staten.
B) Er ontstond een sterke focus op Aziatische collectivistische normen.
C) Het zwaartepunt van het onderzoek verschoof definitief naar Amerikaans
grondgebied.
D) De discipline stopte met het uitvoeren van experimenten in laboratoria.

Vraag 3: Welk specifiek concept onderzocht Theodor Adorno om de
psychologische wortels van het fascisme te verklaren?
A) De autoritaire persoonlijkheid
B) Het kameleon-effect
C) Cognitieve dissonantie
D) Het Ringelmann-effect

Vraag 4: Welke rol speelde de Nederlandse hoogleraar Diederik Stapel in de
recente geschiedenis van het vakgebied?
A) Hij ontwikkelde de fMRI-techniek voor sociaal onderzoek.
B) Hij was de eerste die het 'bystander effect' wetenschappelijk bewees.
C) Zijn grootschalige datafraude leidde tot de roep om 'open wetenschap'.
D) Hij bewees dat de fundamentele attributiefout universeel is.

Vraag 5: Wat is volgens de tekst het doel van 'data delen' binnen de moderne
sociale psychologie?
A) Het verkorten van de tijd die nodig is voor een promotieonderzoek.
B) Het besparen van kosten door geen nieuwe proefpersonen te hoeven werven.
C) Het mogelijk maken van onafhankelijke controle van resultaten door andere
wetenschappers.
D) Het commercieel exploiteren van onderzoeksgegevens door universiteiten.

Vraag 6: Op basis van welke drie 'primaire kenmerken' delen we mensen bij een
eerste ontmoeting onbewust en razendsnel in?
A) Lengte, gewicht en kledingstijl
B) Geslacht, huidskleur en leeftijd
C) Stemgeluid, geur en intelligentie
D) Opleidingsniveau, beroep en religie


2

,Vraag 7: Wat toonde het experiment van Todorov en Antonakis aan met betrekking
tot kinderen en politici?
A) Kinderen hebben een voorkeur voor politici met een 'babyface'.
B) Kinderen herkennen politici alleen als ze deze vaker op televisie hebben gezien.
C) Kinderen kunnen op basis van foto's competentie aflezen en de winnaar van
verkiezingen voorspellen.
D) Kinderen zijn ongevoelig voor uiterlijke kenmerken bij het kiezen van een leider.

Vraag 8: Volgens de Mehrabian-regel wordt de eerste indruk voor 38 procent
bepaald door de 'paraverbale' communicatie. Wat valt hieronder?
A) De feitelijke woorden die worden uitgesproken.
B) Lichaamshouding en gebaren.
C) Toonhoogte en het ritme van de stem.
D) De fysieke afstand tussen twee gesprekspartners.

Vraag 9: Hoeveel specifieke gelaatsspieren onderzocht Paul Ekman om de fysieke
expressie van emoties te bestuderen?
A) 42
B) 24
C) 12
D) 150

Vraag 10: Waarom merkt het menselijk brein volgens de tekst een boos gezicht
sneller op in een menigte dan een blij gezicht?
A) Boze gezichten zijn esthetisch minder aantrekkelijk.
B) Vanuit evolutionair oogpunt is het cruciaal om dreiging snel te detecteren.
C) Blije gezichten komen vaker voor en worden daarom sneller gefilterd.
D) Mensen zijn van nature pessimistisch ingesteld.

Vraag 11: Wat is een visueel kenmerk van een 'valse lach' in vergelijking met een
oprechte lach?
A) Bij een valse lach zijn de tanden niet zichtbaar.
B) Bij een valse lach doen de spieren rond de ogen niet mee.
C) Een valse lach duurt gemiddeld langer dan een echte lach.
D) Bij een valse lach beweegt alleen de linkerhelft van de mond.

Vraag 12: Hoe gebruiken onderzoekers 'cognitieve belasting' om leugenaars te
ontmaskeren?
A) Door hen te dwingen een fysiek zware taak uit te voeren tijdens het verhoor.
B) Door hen langdurig in een donkere ruimte te plaatsen.
C) Door hen hun verhaal achterstevoren te laten vertellen, waardoor de denkkracht
tekortschiet.
D) Door hen tegelijkertijd naar muziek te laten luisteren en vragen te laten
beantwoorden.

Vraag 13: Wat suggereert een 'stabiele oorzaak' bij het verklaren van gedrag
volgens de attributieleer?

3

, A) Dat het gedrag in de toekomst waarschijnlijk herhaald zal worden.
B) Dat het gedrag een eenmalige uiting was van een toevallige emotie.
C) Dat de omgeving de volledige controle over de persoon heeft.
D) Dat de oorzaak van het gedrag onmogelijk te achterhalen is.

Vraag 14: Wanneer maken we volgens Jones en Davis een 'corresponderende
gevolgtrekking' op basis van een 'enkelvoudig effect'?
A) Wanneer iemand een keuze maakt die heel veel verschillende voordelen biedt.
B) Wanneer gedrag slechts één duidelijke en unieke reden lijkt te hebben.
C) Wanneer iemand gedrag vertoont dat volledig overeenkomt met de sociale norm.
D) Wanneer we het gedrag van een persoon baseren op het gedrag van de
meerderheid.

Vraag 15: In Kelley's covariatietheorie spreken we van 'stimulusattributie' onder
welke specifieke condities?
A) Lage consensus, lage distinctiviteit en lage consistentie.
B) Hoge consensus, lage distinctiviteit en hoge consistentie.
C) Hoge consensus, hoge distinctiviteit en hoge consistentie.
D) Lage consensus, hoge distinctiviteit en lage consistentie.

Vraag 16: Hoe verklaart het principe van 'perceptuele saillantie' waarom we vaak
de persoon de schuld geven en niet de situatie?
A) De situatie is visueel te complex om te begrijpen.
B) De handelende persoon is de 'figuur' waarop de aandacht ligt, terwijl de omgeving de
'achtergrond' is.
C) We hebben een aangeboren hekel aan onduidelijke omgevingsfactoren.
D) Personen bewegen sneller dan de omgeving, wat de aandacht trekt.

Vraag 17: Wat was de conclusie van het experiment van Morris en Peng met de
vissen wat betreft culturele attributie?
A) Westerlingen zagen de leidende vis als een autonoom individu, terwijl Aziaten hem
zagen als iemand die door de groep werd weggejaagd.
B) Aziaten focusten uitsluitend op de kleur van de vis, terwijl Westerlingen op de
snelheid letten.
C) Westerlingen waren beter in het voorspellen van de zwemroute van de vis.
D) Er waren geen significante verschillen in hoe de vissen werden waargenomen tussen
de culturen.

Vraag 18: Wat houdt het 'valse consensuseffect' precies in?
A) De neiging om te denken dat de meerderheid altijd gelijk heeft.
B) De neiging om te overschatten in welke mate anderen onze eigen meningen en
gedragingen delen.
C) Het geloof dat een groep sneller tot een foutieve beslissing komt dan een individu.
D) De angst om in het openbaar een afwijkende mening te geven.

Vraag 19: Wat gebeurt er volgens het 'gemiddelde model' van Anderson als je een
'matig positieve' trek toevoegt aan een lijst met 'zeer positieve' trekken?
A) De algehele indruk wordt positiever.
4

Connected book
 image
Alain van Hiel Sociale psychologie
Publisher: Unknown ISBN: 9789401485722 Edition: 1

Document information

Study
Uploaded on
August 10, 2026
Number of pages
31
Written in
2026/2027
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$9.12

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
StudieBegrip
4.7
(106)
Sold
456
Followers
7
Items
172
Last sold
1 day ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions