HOOFDSTUK 12: KRAAKBEEN (26/10)
3 SOORTEN KRAAKBEEN
o Hyalien = gewrichtsoppervlak bv: knie
o Fibro-cartilagineus = schokdemper bv: meniscus, discus
o Elastisch = terugvinden i/h oog
1. HYALIEN KRAAKBEEN
1.1. INLEIDING
1.1.1. Structuur
• 1-5mm dik – 70% H2O
• Collageen type II en proteoglycanen (→ zal water binden)
• Bevat chondrocyten
• Opgebouwd uit verschillende lagen:
o Oppervlakkige/superficiale zone
o Tranzitionele zone
o Radiale zone
o Subrondrale bot
o Bot
• GEEN bloed-, zenuw- en lymfevoorziening
o Moeilijk herstelproces
• Diffusie voeding- en afvalstoffen
• Uitzonderlijk celdeling
• Bestaat uit verschillinde lagen
• Hyalien = meest aanwezig, in gewrichten
1.1.2. Functie
• Congruentie gewrichtsoppervlak ➔ Gewrichten vlot over elkaar wrijven
• Vlot laten verlopen van bewegingen
• Opvangen van
belasting/krachten
1.2. KRAAKBEEN LETSELS
• Kraakbeenletsels = weinig of geen
klinische testen die aantonen dat je
graad 1 of 2 of artrose
• We gaan kijken naar medische
beeldvorming
• Het kader op zich is niet helemaal
correct→ acuut trauma kan evalueren
naar artrose
, Priscillia Angela Cosentino
1.1.1. ACUUT TRAUMA
1.1.1.1. ANALYSE:Kraakbeen deformatie en belasting:
• Er is een lineaire correlatie tss deformatie en belasting
• Wanneer we i/d plastische deformatie komen dan kan de
kleinste belasting zorgen vo/e groot deformatie, dus bij een
hoge acute belasting → fractuur van kraakbeen
1.1.1.2. Gezondheid <-> beschadiging
• Als druk op te korte tijd te hoog wordt → kraakbeen
gaan beschadigen
• Als druk geleidelijk stijgt → kraakbeen kan zich
aanpassen (op gezond manier)
1.1.1.3. TRAUMA – INTERNATIONAL CARTILAGE REPAIR SOCIETY:
Onderverdeling van 4 graden afhankelijk van diepte van letsel
Arthroscopische classificatie:
• Graad 0 = gezond KB
• Graad I = oppervlakkige laag, oppervlakkige scheuren en barstjes van kraakbeen
• Graad II = tranzitionele laag, minder diep dan 1/2 kraakbeen dikte
• Graad III = radiale laag, tot 1/2 Kraakbeen dikte of dieper (niet subchondraal bot)
• Graad IV = letsel van subchondraal bot of bot
1.1.2. DEGENERATIEF
1.1.2.1. WAT IS WAT?
• (Osteo)Artrose
o = Progressieve degeneratieve aandoening
o Gradueel verlies kraakbeen + verlies kwaliteit
o Resulterend in osteofyten en botcystes thv gewrichtsranden vaak in WK
o Uiteindelijk sclerose subchondraal bot
, Priscillia Angela Cosentino
• Osteochondritis Dissecans
o Progressieve aandoening waarbij deeltje kraakbeen en subchondraal bot
loskomen
• Osteonecrose
o =Botziekte waarbij deel subchondraal necroseert;
o Tijdens vroege stadia: kraakbeen nog intact
o Vaak avasculaire necrose
1.1.2.2. DEFINITIES: OSTEO-ARTOROSE
Etiologie = onbekend, gecorreleerd met
• Te hoge belasting KB
• Kraakbeen-falen ondanks normale belasting
• Voorgaand trauma
Epidemiologie
• KNIE > HEUP > SCHOUDER
• >
• Bij Hoog BMI (> 30)
• Bij ouderen
• Naast kraakbeen schade kunt je:
➔ Sclerose hebben van subchondraal bot
➔ Osteofyten en botcystes aan de gewrichtsranden
1.1.2.3. DEFINITIE: OSTEOCHONDRITIS DISSECANS
Vaak gemiste diagnose:
• Zonder beeldvorming moeilijk te diagnosticeren, dus vaak via MRI
• We zien wel vaak dat het gaat om patiënten die een afwijkend beloop vertonen
in herstel van kraakbeenklachten.
• We wisten dat er kraakbeenklachten waren, er bleef een zwelling optreden met
vage klachten die moeilijk te lokaliseren.
• → Bij normale kraakbeenklachten verdwijnen na enkele weken, maar als het
toch blijft duren→ osteochondritis dissecans
➢ Diagnose en follow-up = MRI
Etiologie
• Niet-traumatisch
• Idiopathisch
Epidemiologie
• >
• ↑ Adolescentie tijdens puberteit
• ↑ Atleten
• KNIE > ENKEL > ELLEBOOG
• Knie (80% Mediale femurcondyl ; 10% Laterale femurcondyl ; 5% Patella)
• 30–40 % bilateraal