Levenslooppsychologie
1.1 definitie
= De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de
evolutie van het normale functioneren en gedrag van het individu in de
loop van het leven
Ontwikkelingstaken = wat iemand op een bepaalde leeftijd zou moeten
kunnen of bereiken
1.2 kernconcepten
descriptieve theorieën: wat-waar- wanneer-hoe
verklarende theorieën: waarom
nomothetisch onderzoek: wetmatigheden in kaart brengen
idiografisch onderzoek: beschrijven van individuele evolutie
verfijning - differentiatie: motoriek (handschrift), emoties
(emotieregulatie)
samenwerking – integratie van functie: oog hand coördinatie
organisatie: complexere gedragingen vb; combinatorisch denken van
de adolescent
een
ontwikkelingsdeterminanten
= factoren die invloed hebben op de ontwikkeling
Normatieve: bij iedereen binnen een groep
- leeftijdsgebonden: vb; hormoonverandering
- socioculturele: vb; invloed van sociale media
- historische: vb; invloed van coronacrisis
1
, niet-normatieve: individueel verschillend
- vb; roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap
- vb; zelfbepaling
kritische periode
= tijdsvenster waarin vaardigheden verworven moeten worden
Plasticiteit van de hersenen (neuroplasticiteit)
- vermogen van de hersenen om zich aan te passen
- herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
continu: ontwikkeling loopt vloeiend, dag na dag veranderd
discontinu: ontwikkeling in sprongen, stadia (Freud en Erikson)
maar:
• grenzen verschuiven
o puberteit steeds vroeger
o volwassenheid steeds later
o overlijden steeds later
o …
2
,1.3 Onderzoeksmethode
Longitudinaal onderzoek
= eenzelfde groep subjecten gedurende verschillende levensfasen
onderzoeken
Voordelen:
- Specifieke levenservaringen
- Je blijft binnen dezelfde persoonlijkheid
Nadelen:
- Langdurig, tijdintensief
- Leereffecten
- Uitdunnen van de groep
- Selectief uitdunnen van de groep
3
, Transversaal onderzoek (crossectioneel onderzoek)
= dwarsdoorsnede van de bevolking op 1 moment
Voordelen:
- Geen leereffecten
- Minder tijdsintensief
- Niet selectief uitdunnen
Nadelen:
- Weinig zicht op langetermijngevolgen
- Geen zicht op individuele kernmerken
4
1.1 definitie
= De levenslooppsychologie omvat de wetenschappelijke studie van de
evolutie van het normale functioneren en gedrag van het individu in de
loop van het leven
Ontwikkelingstaken = wat iemand op een bepaalde leeftijd zou moeten
kunnen of bereiken
1.2 kernconcepten
descriptieve theorieën: wat-waar- wanneer-hoe
verklarende theorieën: waarom
nomothetisch onderzoek: wetmatigheden in kaart brengen
idiografisch onderzoek: beschrijven van individuele evolutie
verfijning - differentiatie: motoriek (handschrift), emoties
(emotieregulatie)
samenwerking – integratie van functie: oog hand coördinatie
organisatie: complexere gedragingen vb; combinatorisch denken van
de adolescent
een
ontwikkelingsdeterminanten
= factoren die invloed hebben op de ontwikkeling
Normatieve: bij iedereen binnen een groep
- leeftijdsgebonden: vb; hormoonverandering
- socioculturele: vb; invloed van sociale media
- historische: vb; invloed van coronacrisis
1
, niet-normatieve: individueel verschillend
- vb; roken of alcoholgebruik tijdens de zwangerschap
- vb; zelfbepaling
kritische periode
= tijdsvenster waarin vaardigheden verworven moeten worden
Plasticiteit van de hersenen (neuroplasticiteit)
- vermogen van de hersenen om zich aan te passen
- herstel van zenuwen en zenuwverbindingen
continu: ontwikkeling loopt vloeiend, dag na dag veranderd
discontinu: ontwikkeling in sprongen, stadia (Freud en Erikson)
maar:
• grenzen verschuiven
o puberteit steeds vroeger
o volwassenheid steeds later
o overlijden steeds later
o …
2
,1.3 Onderzoeksmethode
Longitudinaal onderzoek
= eenzelfde groep subjecten gedurende verschillende levensfasen
onderzoeken
Voordelen:
- Specifieke levenservaringen
- Je blijft binnen dezelfde persoonlijkheid
Nadelen:
- Langdurig, tijdintensief
- Leereffecten
- Uitdunnen van de groep
- Selectief uitdunnen van de groep
3
, Transversaal onderzoek (crossectioneel onderzoek)
= dwarsdoorsnede van de bevolking op 1 moment
Voordelen:
- Geen leereffecten
- Minder tijdsintensief
- Niet selectief uitdunnen
Nadelen:
- Weinig zicht op langetermijngevolgen
- Geen zicht op individuele kernmerken
4