Niet-Mendeliaanse overerving bij monogenische aandoeningen
Hereditaire hemochromatose (HH)
De belangrijkste vorm van HH (HH type 1) wordt veroorzaakt door
pathogene varianten in het HFE gen
Meest frequente AR* genetische ziekte in Caucasische populatie:
ziektefrequentie 1/200- 1/400 in Noord-Europese populatie;
dragerschapsfrequentie Belgie ~ 1/10
* = autosomaal recessief (meest frequente)
Chronische ijzeropstapeling*:
–Latentie fase: geen symptomen
–Biochemische fase (20 j): toegenomen serum ijzer, ferritine en transferrine
saturatie
–Klinische expressie (40-50j): vermoeidheid, arthritis (= ontstekende
gewrichten), hepatomegalie, huidpigmentatie, cardiomyopathie, diabetes
met evolutie naar levercirrose en carcinoom (=kanker)
*leidt niet altijd tot symptomen (vooral niet op jonge leeftijd)
→heel goed behandelbaar
Genetica hereditaire hemochromatose (HH)
HFE gen verklaart >90% van alle hereditaire hemochromatose
Autosomaal recessieve overerving
Twee meest frequente pathogene varianten:
-p.Cys282Tyr
-p.His63Asp
Incomplete (onvolledige) penetrantie
Erfelijkheidsleer - les 7 1
, typisch aan deze ziekte
p.[Cys282Tyr];[Cys282Tyr]: diagnose HH type 1, maar variabele expressie
–15-20% mannen ontwikkelt nooit HH, nog meer bij vrouwen(10:1)
→ door maandelijks bloedverlies ⇒ minder voorkomen bij vrouwen
–90% van alle HH type 1 patienten
p.[Cys282Tyr];[His63Asp]: mild, niet-progressieve* vorm (HH: 5% -
populatie:2%)
*niet ernstiger worden
p.[His63Asp];[His63Asp]: onduidelijk, laag risico, follow-up
Dragerschap: geen klinisch gevolg
omgevingsfactoren
Aggraverende/versterkende factoren:
–Hoog ijzer dieet, vitamine C
–Excessief alcoholgebruik
Beschermende factoren:
–Bloeddonatie
–Bloedverlies (menses)
Penetrantie
penetrantie: statistisch begrip dat weergeeft hoe vaak het afwijkend
fenotype wordt vastgesteld bij individuen met het afwijkend genotype
fenotype: het ziektebeeld; de uitwendige verschijnselen
als resultaat van de interactie tussen het genotype
en de omgeving
genotype: het erfelijke materiaal
volledige penetrantie versus verminderde of incomplete penetrantie
Erfelijkheidsleer - les 7 2