De persoonlijkheid
persoonlijkheid = verzameling van kenmerken die het gedrag, de cognitie,
de emoties en de motivatie van een individu bepalen
kenmerken = stabiel in de tijd en in uiteenlopende situaties
een deel is algemeen menselijk
een deel komt alleen voor bij bepaalde groepen
een deel is kenmerkend voor het individu
iedereen heeft een unieke constellatie van kenmerken → eigen
persoonlijkheid
persoonlijkheidspsychologie = studie van de persoonlijkheidskenmerken
valt uiteen in 2 delen:
theorieën die de basis vormen van psychotherapie → grote theorieën
uit begin 20ste eeuw over persoonlijkheid die voor iedereen gelden
onderzoek naar individuele verschillen → domineert huidige denken
verschuiving theorieën gemeenschappelijkheid ⇒ theorieën hoe mensen
verschillen → vond plaats binnen de context van toenemende
individualisering in westerse samenleving
andere oorzaak: onderzoekers gingen eigenschappen meten (bv IQ score)
→ gaf de neiging om cijfers te vergelijken en verschillen te onderzoeken
Drie klassieke visies op de persoonlijkheid
PSYCHOANALYSE
zowel een persoonlijkheidstheorie als een vorm van psychotherapie (hier
bespreking van persoonlijkheidstheorie)
persoonlijkheidstheorie betreft de ontwikkeling van de normale als van de
gestoorde persoonlijkheid
Algemene psychologie - h12 1
, centrale begrippen in psychoanalyse: onbewuste conflicten & de vroege
psychoseksuele ontwikkeling
Freud:
= grondlegger psychoanalyse
was arts → ontdekte zo dat emotionele conflicten ⇒ (lichamelijke)
klachten
Hij was zeer belezen, inzichten uit wereldliteratuur (eclecticus)
maakte aantekeningen tijdens zijn behandeling (gevalstudies) + besprak
met collega’s en vrienden
oorspronkelijk onderzoek: afasie en kinderverlamming
1893: overtuigd van de werking van catharsis bij de behandeling van
hysterie (+ Josef Breuer)
= patiënten met hysterische symptomen (pijn, slapeloosheid,
verlamming, gevoelloos, gebrek eetlust, gebrek seksuele lust)
konden genezen door een pijnlijke bewustwording en een
explosieve ontlading van vroeger opgedane emotionele conflicten
Freud van mening dat de oorsprong van hysterie altijd te maken had
met seksualiteit (>< Breuer)
het onbewuste:
volgens Freud
grondgedachte: individuen zijn zich meestal niet bewust van de echte
reden van hun gedrag
mentale activiteiten van de mens: 3 niveaus
het bewuste:
waar we op het moment zelf aan denken
het voorbewuste:
waar je niet aan denkt, maar makkelijk in het bewuste te
brengen
Algemene psychologie - h12 2
, het onbewuste
deel vd geest dat niet zomaar toegankelijk is
belangrijkste krachten van het psychische leven bevinden zich in het
onbewuste
onbewuste = verborgen seksuele en agressieve driften (hebben
biologische oorsprong) → worden omgezet in psychische energie
Verdrongen ideeën: angstaanjagende gedachten die werden geweerd
uit het voorbewuste
geen rechtstreekse toegang tot onbewuste MAAR zicht op krijgen door
oog te hebben voor de waarneembare gevolgen
2 grote categorieën van driften:
Eros:
algemene levensdrift → zorgt dat we eten, drinken, liefhebben,
vitaal zijn en prestaties leveren
Thanatos:
doodsdrift → gericht op vernietiging of beschadiging →
grondslag van agressie, zelfverwonding, verslaving en het
opzoeken van levensgevaarlijke situaties
Driften moeten uitweg vinden, kan botsen met (innerlijke) mens en
samenleving
oplossing: een deel van het onbewuste zal zich losmaken en
realiteitszin ontwikkelen → oorsprong van bewuste en voorbewuste
Freuds theorie over de persoonlijkheidsstructuur:
Es, Uber-ich, Ich → om interacties tussen onbewuste en omgeving
inzichtelijker te maken
Es = onbewuste / uber-ich & ich = bewuste, voorbewuste en onbewuste
Es:
instantie waaruit alles ontstaat
aanwezig vanaf geboorte & volledig onbewust
Algemene psychologie - h12 3
, gericht op onmiddellijke bevrediging van alle behoeften zonder
realiteitszin of morele beperkingen
lustprincipe: niets aan trekken van de gevolgen (bv: krijsen of
voeden bij baby’s)
Es op zich kan niet overleven want geen oog voor de beperkingen
van de realiteit DUS uit Es groeit Ich om te helpen aa de behoeften
van Es te voldoen
Ich:
zorgt voor het omgaan met de realiteit (door waarneming,
redeneren, leren,….)
realiteitsprincipe: verlangens worden soms ingetoomd om pas later
bevredigd te worden
ontwikkeling Ich maakt overleving Es mogelijk MAAR niet voldoende
om in een sociale groep te functioneren DUS tegelijk met Ich
ontstaat het Uber-Ich
Uber-ich:
deel vd geest dat zich bezig houdt met idealen en het onderscheid
tussen goed & fout
bestaat uit 2 delen:
ich-ideaal: streeft naar perfectie en hanteert zeer hoge normen
geweten: overlaadt ons met schuld wnr we iets verkeerd gedaan
hebben (of dat denken)
zedenmeester
normen primitief
Es, Ich en Uber-ich constant in conflict → Ich = bemiddelaar
De ontwikkeling van de persoonlijkheid:
persoonlijkheid gevormd tijdens eerste levensjaren terwijl de persoon
aantal psychoseksuele ontwikkelingsfasen doormaakt
per fase → focus op lichaamszone die op dat moment de sterkste
sensaties produceert
Algemene psychologie - h12 4