TAAL
Spreken
taal maakt nieuwe cognitieve en sociale interacties mogelijk
2/3 jaar oud: taal relatief goed gebruiken
5 jaar oud: belangrijkste grammaticale regels kennen
verschillende vaardigheden nodig om een taal juist te leren spreken
VAN BRABBELEN NAAR ZINNEN:
Alle babies leren op ongeveer dezelfde leeftijd en dezelfde
manier spreken.
voorlopers van de taal:
aangeboren/prenataal:
eigenschappen waarmee ze met volwassenen kunnen
communiceren
Voorkeur voor “menselijke” gezichten
Aandacht naar interessante voorwerpen
Eerste 18 maanden: van reflexief huilen tot het produceren
van doelgerichte geluiden (gevoelens en intenties), 5 stadia
Eerste taalklanken die baby’s produceren zijn klinkers:
positie van lippen en tong (vs. medeklinkers vereisen
een stop, en dus meer spiercontrole)
de eerste medeklinkers, makkelijk te articuleren: vb. m(ama), p(apa),
d(odo)
Tot 6 maanden: de brabbelgeluiden van kinderen lijken op elkaar
Vanaf 8 maanden: duidelijke invloed van de omgevingstaal
Algemene psychologie - H8 1
, de eerste woorden:
Grote verschillen in de snelheid waarmee de eerste woorden zich
ontwikkelen bij kinderen
Schlichting (1996): longitudinale studie bij 37 kinderen, na 18 maanden,
Woordenschat van 50 woorden:
10/37 na 18 maanden
37/37 na 30 maanden
De eerste woorden zijn niet allemaal zn (2/3), of labels van
voorwerpen, maar ook andere woordsoorten
Auto, mama, papa, poes, opa, bah → meest voorkomende woorden
Algemene psychologie - H8 2
, telegrafische spraak:
18 en 24 maanden: combinatie van twee en daarna drie woorden tot
korte zinnetjes
Inhoudswoorden: geen functiewoorden (vb. auto ipv de auto),
“telegrafische spraak”
2 regels bepalen de uitingen:
Volgorde heeft betekenis! S + ww + lv + plaats (schoen stoel, waar
is de schoen, papa schoen, van wie de schoen is)
Klemtoon en intonatie hebben betekenis, vb. Miel kamer
verdere ontwikkelingen:
21 maanden: beschikken over 200 woorden
7e verjaardag: 5000-8000 basiswoorden uit 3000 woordfamilies
(basiswoord: ziek, afleidingen zoals: ziekte)
basiswoorden: onverbogen woorden die in een woordenboek staan
langere zinnen, preciezere betekenis → grammaticale regels onder de
knie krijgen hiervoor
Tussen 2 en 5 jaar: regels voor de verleden tijd van werkwoorden,
meervoud van zelfstandige naamwoorden + verdere verrijking van
telegrafische spraak
Algemene psychologie - H8 3