H1: INLEIDING
0. INLEIDING: DE SOEMERISCHE KONINGSLIJSTEN
− Soemerische Koningslijsten (ca. 2.000 v.C.): = één van de oudste geschreven bronnen
o Opsommingen van oude Soemerische koningen (~ samenvattingen): structureren het verleden (=
terugkerend kenmerk binnen de geschiedschrijving)
o Waardevolle bron: identificatie steden, herkenning namen koningen (uit andere bronnen), bundeling
verhalende bronnen (bv. Gilgamesj)
▪ Twijfels over betrouwbaarheid:
• Overdreven lange regeerperiodes
• Vorsten die niet aan bod komen (die wel degelijk bestonden)
• Zeer vlotte opvolging: geen machtsvacuüms of strijden om het koningschap
▪ Conclusie: = vereenvoudigde voorstelling van de historische werkelijkheid
o Eindigt bij de Akkadische dynastie (tijd dat de lijsten verwaardigd werden): opgesteld ter legitimatie
van het geslacht
− Wereldgeschiedenis = keuzes maken: bepaald door de hedendaagse normen en waarden
1. WAT IS WERELDGESCHIEDENIS?
− = compromis tussen verschillende tradities/benaderingen
1.1 DRIE BENADERINGEN
1. Geschiedenis van alles / ‘Big History’: = (omnivore) synthese van de volledige geschiedenis van de
mensheid/universum
o Gebruikt een rode draad: probeert het verhaal van de geschiedenis te vertellen (= structuur gaan
geven aan iets dat geen samenhang heeft: ~ Soemerische Koningslijsten)
▪ Focus op wat de hoofdpersonages (bv. mensen, gebeurtenissen, processen, …) doen
▪ Rode draden staan niet los van de hedendaagse SL: vertrekken steeds vanuit iets recents (bv.
Akkadische dynastie, moderne economische groei: 200 jaar) en trekken dat door naar iets
dat veel ouder is
o Voorbeelden:
▪ David Christian:
• Aanpak: terug naar de oerknal en eindigt vandaag m.b.v. een verhaal
• Rode draad: groei van complexiteit, van eenvoudig naar ingewikkeld
o Energie wordt voortdurend gebruikt om complexiteit te creëren
▪ Vaclav Smil:
• Rode draad: energie (~ David Christian)
• Begint bij micro-organismen en eindigt bij megasteden ontstaan dankzij fossiele
energie
▪ Yuval Noah Harari:
• Aanpak: begint bij taal + rotsschilderingen en eindigt bij wetenschap + naties d.m.v.
een verhaal van het toenemend belang van sociale ficties/imaginaire denkbeelden
o Zorgt voor verbinding tussen mensen en vergroot uiteindelijk hun impact op
de wereld
1
,2. Geschiedenis van globalisering: = geschiedenis van verbanden/connecties wereldwijd
o Focus op één specifiek soort rode draad: globalisering van de wereld ontstaan in de afgelopen 500
jaar
▪ Gevolg: sterke interactie tussen werelddelen
o Zoekt antwoorden op de vragen hoe, waar en wanneer is de globalisering ontstaan en wat zijn daar
gevolgen van?
o = ouder dan we vaak denken: bv. schets van een neushoorn (Albrecht Dürer, 1515)
▪ Was een geschenk van de vicegouverneur in het Indische Oceaangebied aan de Portugese
koning
• Werd in 1514 ontscheept in Lissabon
• 1ste neushoren in 2.200 jaar op het Europese continent
▪ Dürer had hem nooit in het echt gezien, maar zijn schets werd erg
invloedrijk: leidde tot meerdere inaccurate voorstellingen
▪ Stierf tijdens een schipbreuk onderweg naar Rome: geschenk paus
▪ Conclusies:
• Globalisering = zeer oud
• Kennis en observatie van de wereld = complexe aangelegenheid
o Bv. creatie van een verkeerd beeld op neushorens
• Globalisering = ingebed in complexe sociale + politieke relaties
o Bv. de verscheping van de neushoorn naar verschillende werelddelen
omwille van machtsverhoudingen
▪ Indirecte boodschap: macht om andere werelddelen te beheersen
3. Wereldgeschiedenis als methode: = focus op wereldwijde verbindingen/geschiedenis van globalisering
o Antwoord op de vraag: “Hoe zijn we geëvolueerd naar een SL waarin alle werelddelen in connectie
met elkaar staan?”
o = manier/lens om naar het verleden te kijken
o Tegengesteld aan (oude) manieren van geschiedbeoefening:
▪ Methodologisch nationalisme (~ vanaf 18de E): ontstaan van sociale en historische
wetenschappen
• Gebruik van geschiedenis ter verdediging van nationale belangen (legitimatie): bv.
natievorming
▪ Eurocentrisme: EU geschiedenis als maatstaf (= perspectief)
• EU politiek wordt dominant aan het einde van de 19de E => EU geschiedenis als een
maatstaf van beschaving
o = expliciet proces
• Blijft nog steeds een (impliciete) invloed hebben op hedendaagse geschiedschrijving
o Bv. vergelijking + afmeting van evoluties met de Franse Revolutie
o Nood aan correctie binnen de wereldgeschiedenis:
▪ EU geschiedenis ≠ leidraad + basis:
• Nood aan omgekeerde vragen, niet in het perspectief van Europeanen
• Gebruik van wederzijdse vergelijkingen:
o Bv. Hoe konden de Spaanse conquistadores de Incakeizer gevangennemen?
+ Waarom was de Incakeizer niet naar SP gegaan om de koning gevangen te
nemen?
• Gebruik van verbindingen (georganiseerd door ook niet-Europeanen):
o Bv. introductie giraf (uit O-Afrika) in China na reizen in opdracht van Chinese
vorsten om connecties te leggen met andere werelddelen
▪ Symbool voor de macht van de vorst
2
,2. WERELDGESCHIEDENIS: EEN GESCHIEDENIS
a. Universele geschiedschrijving (16de E v.C.-16de E n.C.)
− = geschiedenissen van de volledige gekende wereld
o Beperkt tot de eigen gemeenschap + naburige SL
− Eigen gemeenschap gebruikt als referentie: nadruk op het contrast tussen eigen en naburige
gemeenschappen: ‘wij’ vs. ‘zij’
o bv. ‘barbaren’ (Herodotus)
o Doel: kijken naar andere delen van de wereld om de eigen identiteit te versterken/beschermen
b. Globalisering (15de E-18de E)
− Vanaf de 15de à 16de E: start van een grote globaliseringsbeweging => toename van kennis + wereldwijde
(opportunistische) contacten
o = pogingen om wereldgeschiedenissen te schrijven o.b.v. kennis
▪ Verzamelingen van dagboeken/reisverslagen/logboeken van bv. missionarissen, handelaars,
…: vormen droge opsommingen (~ Big History, encyclopedie)
• Doel: alle kennis verzamelen
▪ Nadelen:
• Niet neutraal: motieven, vooroordelen, eurocentrisch, …
• Droge opsommingen zonder verhaal
o Voorbeelden:
▪ Islamitische wereld:
• Ibn Khaldun (1332-1406)
▪ Europese wereldhandel + kolonisatie:
• Universal History (1736-1765): = droge weergave
• Edward Gibbons, Decline and Fall of the Roman Empire (1776)
c. Van beschaving naar wereld (19de-20ste E)
− Vanaf de 18de à 19de: beweging binnen de geschiedschrijving die verhalen van beschaving vertelt
o Wereldgeschiedenis = opgebouwd in de dynamiek van verschillende beschavingen (bv. christelijke,
islamitische, Chinese … beschaving)
o Voorbeelden:
▪ Oswald Spengler: schreef beschavingsgeschiedenis gebaseerd op het idee van cultuur
• Beschaving = organisme/levend wezen: groeit maar gaat uiteindelijk ook ten onder
− Beschavingsgeschiedenis transformeerde tot het genre van de wereldgeschiedenis onder invloed van
filosofen, letterkundigen, …: gingen vrij om met de geschiedenis
o Voorbeelden:
▪ H.G. Wells, The Outline of History: begint vanuit een beschavingsgeschiedenis maar gebruikt
een rode draad van internationalisering (steeds meer connectie + interactie tussen
beschavingen)
• Doel: geschreven na WOI => oproep tot internationalisering
• Bekritiseerd door conservatieve kringen: geen goddelijke interventies
▪ Arnold Toynbee: begint vanuit een beschavingsgeschiedenis maar introduceert ook de
oikoumene (= contactzone tussen verschillende beschavingen)
▪ Conclusie: beschavingsgeschiedenissen worden door zowel endogene als exogene (bv.
oikoumene) krachten bepaald
3
, d. Na WOII
− Wereldgeschiedenis => bepaald door de Koude Oorlog: ontstaan van 2 contrasterende
geschiedschrijvingstradities
o Kapitalistische blok (bv. ‘The Rise of the West’) vs. Communistische blok (gebaseerd op marxisme)
▪ Gelijkenissen: thema’s van modernisering + vooruitgang
▪ Grote invloed op hedendaagse wereldgeschiedenis
− Kritiek:
o Fernand Braudel: plaatste de contactzones centraal
▪ Keek naar de geschiedenis van het Middellandse Zeegebied => regio
waar verschillende beschavingen met elkaar in contact komen
• Middellandse Zee = communicatiemiddel (zeevaart, migratie,
handel, ...) als bindend element
• Nadruk op de geschiedenis van de contactzone en niet van de
beschaving
o Immanuel Wallerstein: wereldgeschiedenis is enkel te begrijpen door de
impact van contactzones
▪ Ontstaan van het kapitalisme in het Middellandse Zeegebied: werd een dominant systeem in
de hele wereld => determinerende impact op de geschiedenis
• = dynamiek van bovenaf
▪ Kritiek door postkoloniale geschiedschrijving: eurocentrische benadering => geen agency van
andere delen van de wereld
2.1 VOORBEELDEN VAN WERELDGESCHIEDENIS ALS METHODE
− Katoen: belangrijk voor de IR in GB (naast aardewerk)
o Doel: imitatie van hoogstaand Indisch katoen
o Gevolg: ontstaan consumptiemaatschappij in EU
− Verschillende rode draden = verschillende interpretaties
3. SCHALEN VAN TIJD EN RUIMTE
− Afbakeningen en structuren hebben betekenis + zijn niet neutraal
3.1 SOORTEN AFBAKENINGEN
− Beginpunt:
o Bv. James Usher (16de E): Wanneer begint de menselijke geschiedenis (= geboorte van Adam)? 4004
v.C.
▪ Symbolisch belang: getal 2.000
• 2.000 jaar van Adam tot Abraham
• 2.000 jaar van Abraham (OT) tot Christus (NT)
• 2.000 jaar tot wanneer Christus zou wedergeboren worden
▪ Tegenbewijs t.t.v. Darwin: veel ouder dan 4000 v.C.
• Vgl Eiffeltoren: mens = lakje verf op de antenne
▪ = neiging tot presentism: hedendaagse bekommernissen/mens centraal zetten (terwijl wij in
vgl. met de aarde nog niet lang bestaan)
− Richting:
o Neerwaarts: negatieve ontwikkeling
4