Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 69 pages
Summary

Samenvatting Historisch overzicht van de wijsbegeerte | UGent

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 69 pages

Samenvatting gebaseerd op mijn notities, de cursus en de ppt's van de lessen Historisch overzicht van de wijsbegeerte gedoceerd door Maarten Van Dyck. De structuur sluit grotendeels aan bij die van de lessen, maar hier en daar heb ik extra titels toegevoegd of de formulering aangepast om sommige zaken overzichtelijker te maken :)

Content preview

DEEL 0: INLEIDING
1. DE DEFINITIE: FILOSOFIE

− Wat is filosofie?:
o Filosofie: = reflectie op de vorm van het leven
▪ Bestaat uit verschillende dimensies:
• 1ste dimensie: relatie van het individu tot zichzelf
o Identiteit
o Wat jij belangrijk vindt in het leven (opvattingen) en hoe dat jou vormt
• 2 dimensie: relatie van het zelf tot de ander
de

o Hoe verschijnen anderen aan jou
o Welke eigenschappen van hen zijn voor jou betekenisvol
• 3 dimensie: relatie van jezelf tot de wereld
de

o Hoe verschijnt de wereld aan jou en hoe ervaar je die
▪ Levensvormen (bv. religieus leven) = organisch: aangeleerd als kind door ouders
▪ Reflectie wordt gekenmerkt door:
• Vormen van conceptuele articulatie: het uitdrukken van gedachten/ervaringen
d.m.v. begrippen/concepten (= iets zichtbaar maken door de gepaste concepten te
gebruiken ~ creatief proces)
• Vormen van argumentatie: argumentatie van de concepten
• Vormen van archivering en transmissie: maakt dialogen tussen filosofen en
filosofische reflectie mogelijk
− Waarom geschiedenis van de filosofie?:
o ‘Reflectie op de vorm van het leven’ is historisch bepaald/onderhevig aan historische variaties (zoals
de verschillende dimensies)
▪ Opgelet: filosofische reflecties kunnen ook invloed hebben op de geschiedenis


DEEL 1: DE KLASSIEKEN
1. RITUEEL EN WIJSHEID: MESOPOTAMIË

− Keuze om te beginnen met Mesopotamië: meestal Griekenland, maar vanaf er bronnen zijn m.b.t. het
reflecteren op het leven kan er over de geschiedenis van de wijsbegeerte gesproken worden

1.1 HISTORISCHE SITUERING

− 7000-323 v.C.:
o Surplusproductie: grotere productie van de landbouw dan de nodige
hoeveelheid
▪ Maakt een complexere arbeidsverdeling mogelijk => ontstaan
sociale orde vanuit een centrale autoriteit
▪ Ritueel bemiddeld: rituelen helpen de operatie te legitimeren
waarin het surplus door de centrale autoriteit toegeëigend
wordt in ruil voor sociale orde (infrastructuur, rechtspraak, leger,
eredienst, …)
▪ Ontstaan van het schrift en de wiskunde om aan administratieve
noden te voldoen (bv. belastingen reguleren)
1

,1.2 RITUELE PRAKTIJKEN

− ~ ruil: je offert een dier op voor een god in de hoop dat zich dat vertaalt in bv. een goede oogst (=
irrationeel: de handeling heeft niets te maken met het doel)
− = collectieve vormgeving: rituelen worden door een groep mensen georganiseerd
o Gestileerd: moet op een bepaalde manier gedaan worden
o Manier om gemeenschappelijk de aandacht te richten op bepaalde aspecten van het leven en
daarbij een gedeelde emotionele ervaring te vormen en bekrachtigen
▪ Bevestigt het belang van het onderwerp
− Gekoppeld aan mythes (verhalen over goden): = interpretatie van de ervaring:
o = taal om te spreken over het onvoorspelbare en het onbepaalde (~ verklaring)
o Het goddelijke biedt stabiele ankerpunten die de mens overstijgen
− Voorbeeld: Enûma Eliš (Babylonische oorsprongsmythe)
o Strijd tussen de goden: oppergod Marduk beslecht de strijd en wordt verantwoordelijk voor de
creatie van de natuurlijke en sociale orde (= ontstaan hiërarchie)
▪ Sticht Babylon => zorgt voor een rituele spiegeling (begin landbouwjaar valt samen met de
lente-equinox) van de sociale orde
▪ Akītu-feest: = jaarlijks feest ter legitimatie van de vorst => Enûma Eliš wordt uitgebeeld
• Er heerst wanorde => Babylonische vorst brengt orde (= vertegenwoordiger Marduk
op aarde) => behoud sociale orde
− Religie: = correct uitvoeren van rituele praktijken (= cruciaal voor de sociale orde, ≠ echt geloven in een god)
o <=> nu: geloof in een welbepaalde waarheid (enkel voor monotheïstische ‘religies van het boek’)
o = bijzondere manier om relatie van individu tot zijn eigen opvattingen vorm te geven
− Idealen van wijsheid:
o Specifiek genre van ‘wijsheidsteksten’: teksten met als onderwerp wijsheid
▪ Wijsheid: = handelen vanuit respect voor de goddelijke orde en bijhorende sociale
hiërarchieën
▪ Hoogste wijsheid (= wijsheid van de vorst): weten hoe je het samenleven moet organiseren
=> weten wat de juiste rites, straffen, beloningen,… zijn
• = resultaat van een goddelijk gift: vorst = vertegenwoordiger van God op aarde
▪ Bemiddeling via geleerden: gebruiken de macht van de taal om uitdrukking te geven aan wat
van tel is en ons te genezen van een gevoel van onmacht (= conceptuele articulatie)
o Voorbeeld: Gilgamesj (Babylonisch epos)
▪ Verhaal: arrogante koning op zoek naar onsterfelijkheid samen met zijn vriend die plots
sterft => zoekt de goden op en krijgt de kennis van de goede riten mee
▪ Zelf-transformatie: aanvaard uiteindelijk zijn sterfelijk lot

2. GRIEKS DEKEN IN BEWEGING: IONIËRS EN ITALIANEN

2.1 HISTORISCHE SITUERING

− 800-500 v.C.:
o 800 v.C.: heropleving van de samenleving na de terugkeer
van primitieve steden => zoektocht naar een nieuwe
vorm van sociale orde voor de polis/stadsstaat (en later
ook kolonies)
o Macht komt niet meer vanuit een onbetwist centrum
(vorst), maar als evenwicht tussen elites

2

, o Einde van de periode: geschreven wetten (hoe het evenwicht wordt behouden tussen de elites) =>
mogelijk dankzij een gedeeld ideaal van wijsheid: ‘de 7 wijze mannen’ (hebben de wetten
onpersoonlijk vastgelegd in Delphi)

2.2 DE GEBOORTE VAN DE NATUUR

− Arche (= oerstof/basisprincipe): datgene waar alles uit voortkomt en waarop alles terugvalt
o Conceptuele abstractie: hoe te beschrijven wat in de natuur der dingen ligt => basis voor
verklaringen
o Voorbeelden (~ 4 elementen):
▪ Thales => water (metafoor: natuurlijke veranderingen = fase-transformaties)
▪ Anaximander => het onbepaalde
▪ Anaximenes => lucht
▪ Heraclitus => vuur: ‘Alles wordt geboren door strijd’ (metafoor: de natuur verandert
constant => ‘Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen’: paradox)
• Gaat voorbij de grenzen van de alledaagse taal (conceptuele abstractie)
▪ Empedocles => wisselwerking tussen de 4 elementen
− Oorsprongsmythe (“Theogonie”, Hesodius):
o Strijd tussen goden: oppergod Zeus beslecht de strijd en wordt verantwoordelijk voor de creatie van
de natuurlijke en sociale orde (= ontstaan hiërarchie)
o <=> nieuwe sociale orde met evenwicht tussen elites (≠ onbetwist centrum van macht)
▪ Evenwichtstoestand wordt immanent tot stand gebracht (Thales):
• Vroeger (transcendent: van bovenaf):
o Goden staan buiten de wereld
o Orde en evenwicht komen van buitenaf
• Thales (immanent: van binnenin):
o Goden zitten in de dingen zelf (bv. aarde, water, …)
o Evenwicht en orde ontstaan vanuit de natuur zelf
o ‘Alles is vol van goden’: er is goddelijke aanwezigheid in alles

2.3 LOGISCHE VEREISTEN EN GODDELIJKE INSPIRATIE

− Parmenides: 2 wegen / 2 modaliteiten (van zijn)
o Weg van de waarheid: weg waar je geconfronteerd wordt met het noodzakelijke zijn => perfecte +
onveranderlijke eenheid => constante
▪ Noodzakelijke zijn: wat MOET bestaan, kan niet ‘niet’ zijn
▪ = pad van de echte kennis
▪ Alleen wat onveranderlijk en eeuwig is bestaat echt
▪ Twee vormen van kennis: ontologie (studie van wat werkelijk bestaat) en theologie
o Weg van de mening (doxa): weg waar je geconfronteerd wordt met het contingente zijn =>
voortdurend veranderlijke veelvuldigheid => variabele
▪ Contingente zijn: wat MOGELIJK is, maar niet noodzakelijk
▪ = pad van de gewone menselijke waarneming en opinie (= misleidend)
▪ Twee vormen van kennis: natuurfilosofie en fysica (= bestuderen de veranderlijke wereld:
planten, dieren, …)
o Twee wegen mogen niet met elkaar vermengd worden
− Zeno (leerling Parmenides): ‘Is het veranderlijke en veelvuldige wel rationeel te vatten?’ => onderhevig aan
tal van paradoxen


3

, o Voorbeeld: de paradox van Achilles en de schildpad (= beweging bestaat
niet)
▪ Het is onmogelijk dat Achilles in een loopwedstrijd een schildpad
inhaalt omdat ze een voorsprong heeft
▪ Conclusie: omdat het verstand zegt dat Achilles de schildpad nooit
inhaalt, maar onze ogen zeggen van wel, deugt onze waarneming van het contingente zijn
niet
− Empedocles:
o 2 werken:
▪ “Natuurfilosofie”: de 4 elementen + liefde en strijd
• = polair: liefde brengt krachten bij elkaar, strijd scheidt ze als basiskrachten
▪ “Zuiveringen”: zelf-transformatie doorheen de cyclus van reïncarnaties
▪ Er is een relatie tussen beide: wat in de natuurlijke en spirituele werkelijkheid gebeurt => de
filosoof als goddelijke figuur: iemand die je kan leren om een meer omvattend perspectief te
hebben op het leven
• ~ Parmenides: zijn leer is geopenbaard door een godin

2.4 EEN FILOSOFISCHE SEKTE

− Pythagoras:
o Er is weinig geweten over hem
o Collectieve vormgeving + centrale leermeester
o Ideeën:
▪ Er is een onsterfelijke ziel via reïncarnaties
=> vraagt om voortdurende zorg voor de ziel: nood aan
collectieve vormgeving van het leven
▪ Kosmologische speculatie, voorschriften + rites voor het leven/om de zuiverheid van de ziel
te behouden (o.a. vegetarisme, geen seks, …)
o Stelling van Pythagoras was al door de Mesopotamiërs bewezen, maar hij kende daar een bepaalde
speculatie aan toe:
▪ In alles zitten wiskundige proporties (o.a. muziek: staat dicht bij het goddelijke, > ‘muzen’):
kan ook aan de kosmos gelinkt worden

3. FILOSOFIE EN THEORIE: ATHENE

3.1 HISTORISCHE SITUERING

− 500-323 v.C.: centralisering van filosofische ideeën
o Athene als intellectuele en politieke centrum van de Griekse wereld:
▪ Grieken (= beschaafd) vs. ‘Barbaren’ (= minder rationeel): = politiek contrast
▪ Athene wordt een imperium: andere polissen moeten ‘belastingen’ betalen
o Oorzaak: dreiging van de Perzen
o Democratisch staatsbestel: alle politieke macht is in handen van iedereen die burger is
▪ Burgers (10.000) vs. niet-burgers (100.000 => vrouwen, slaven, …)
o Tragediespelen: = nieuwe culturele uitdrukkingsvorm (~ rites)
▪ = manier om collectief de aandacht/gevoelens richten naar gemeenschappelijke belangen
▪ Terugkerend thema: Hoe moet je handelen in context van instabiele traditie en onvolledige
kennis? (b.v. Oedipus)


4

Document information

Study
Uploaded on
August 7, 2026
Number of pages
69
Written in
2025/2026
Type
Summary
$9.85

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
2
Followers
0
Items
9
Last sold
1 week ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions