H1 – Inleiding
1. Intuïtie <-> wetenschap
Psychologie = een wetenschap die het gedrag van mensen en de mentale processen
erachter bestudeert. Het is een beschermende titel
Het gedrag begrijpen, voorspellen, beïnvloeden
De verschillen tussen mensen
Mens als individu
Niet altijd afwijkend gedrag
1.1.Psycholoog is geen…
Psychiater = gaat meer gaan kijken naar het medische aspect
Psychiatrisch verpleegkundige = is in eerste instantie een verpleegster
Toegepaste psycholoog = is minder klinisch opgeleid, gaat meer testen afnemen
en daarvan uit gaan werken.
Coach = het welzijn van mensen gaan verhogen, niet opgeleid voor psychische
problemen. Ze gaan kijken naar de doelen van de mensen en zo daarbij gaan
helpen.
Therapeut = het is een beschermende titel voor de nieuwe therapeuten die
specifiek deze opleiding gedaan hebben. Voor degene die daarvoor al werkte als
therapeut.
1.2.Disciplines en werkvelden
Klinische psychologie
Onderwijs
Sport
Gezondheidspsychologie en bevordering …
1.3.Wat is sociale psychologie
Sociale psychologie = hoe mensen gaan reageren in sociale situaties, dus
individuen die reageren in groep.
Sociologie = het is breder, niet alleen
individuen maar ook gaan kijken naar groepen,
zoals de maatschappij.
Sociologie = de wetenschap die de manier waarop
mensen in grotere verbanden samenleven bestudeert
Oefening
Vraag
a. Elise en haar vriendinnen dragen de laatste tijd steeds wijdere broeken.
b. Ik zag onlangs veel mensen in Gent met een strop rond hun nek.
c. Emilie haar kledingstijl is veel veranderd sinds ze begonnen is met werken.
Antwoorden
a. Sociaal psycholoog, want het gaat over een groep vrienden die elkaar beïnvloeden
b. Sociologie, want het gaat over heel gent
c. Psycholoog, het gaat over 1 persoon
1
,Psychologie & sociologie
Oefening
Vraag
Waarom is dit vak nuttig voor ons
Antwoorden
De voedingstrends
Een link van de voeding naar het mentaal welzijn
Het doorverwijzen naar gespecialiseerde mensen om juist te gaan begeleiden
Het eetgedrag begrijpen om zo beter te kunnen begrijpen waarom ze sommige
handelingen gaan doen
Enkele voorbeelden
Reclame gaat ook een invloed hebben
Er wordt ook vaak buitenshuis gegeten
Armoede kan er ook voor zorgen dat je niet altijd gezonde dingen kan eten
Mentale gezondheid speelt ook een rol
1.4.Gedrag wordt beïnvloed door
Biologische factoren
Leerprocessen
Psychische factoren
Sociale en culturele factoren
Geografische factoren
2. Biologische factoren
Erfelijkheid
Nature = DNA, het wordt aangeboren
Nurture = komt van buitenaf, zoals school, vrienden, wordt aangeleerd
o Conclusie
49% is erfelijkheid en 51% is van de omgeving.
Een omgeving kan alleen maar invloed uitoefenen bij een bepaalde
erfelijke aanleg en erfelijke aanleg kan alleen maar in een bepaalde
omgeving tot ontwikkeling komen
Middelen
Te veel alcohol kan een invloed hebben op je denkvermogen
Zenuwstelsel/hersenen
Hoe ons lichaam werkt -> waarneming en geheugen
H2 – Psychologische stromingen
1. Stromingen
2
,Psychologie & sociologie
1.1.Psychoanalyse
De grondlegger was Sigmund Freud
Psychodynamische therapie
Uitganspunt = hun visie, de basis, de kern
Individu wordt gedreven door driften (neiging waarin je instaat bent)
Driften botsen met normen van buitenwereld
Ervaringen uit het verleden blijven werkzaam doorheen het leven
Verdringen van ervaringen leidt tot symptomen
Therapie = bewust maken van het onbewuste
Psychoseksuele fasen
Psychoanalytische therapie
Verdringing
Vrije associatie
Duidingen door de analyticus
Weerstand als verzet tegen het bewust
Eerste keer luisteren-praten, de psychoanalist gaat vooral luisteren, jij moet praten
Eerste keer ambulant
Maar wetenschappelijk niet onderbouwd, enkel gevalsstudies
Het is niet onderzocht of dat de psychoanalyse effectief werkt.
1.2.Behaviorisme
De grondlegger was Watson -> geef mij een kind en ik maak hem zoals ik hem wil
Associatieleer (dingen met elkaar gaan linken) als basis
Verbindingen tussen omgevingsprikkels en gedrag
Gedrag is dus gevolg van leerprocessen
Uitganspunt
Brein = black box
o Gedachten, gevoelens zijn niet observeer baar en kunnen dus ook niet
onderzocht worden.
Algemeen geldende regels over gedrag ontdekken via experimenten
Nurture meer dan nature
Psychotherapeutische toepassingen binnen gedragstherapie
Aversietherapie = afkeer, het wordt niet gebruikt bij mensen maar bij dieren. Vb
een hond in zijn eigen pipi duwen zodat hij het afleert.
Exposure = blootstelling, vb ik ben bang van spinnen en hoe meer spinnen ik zie
hoe meer ik het afleer van deze angst. Het gedrag gaan veranderen. (Door 4
manieren zie hieronder de opsomming)
o Imaginair of in vivo
Imaginair = in gedachten mensen laten blootstellen
In vivo = in het echte leven aan blootstelling doen. Een spin bij
hebben.
o Systematische desensitisatie = counterconditionering -> tegenover
gestelde is flooding
Systematische desensitisatie = in stappen de angst overwinnen. Vb
ik ben bang van spinnen, dus als eerste beginnen we met het kijken
van foto’s en daarna verder en verder werken.
Counterconditionering = de angst gaan leren koppelen aan iets
aangenaams.
Flooding = dit is het omgekeerde, dus direct 100 spinnen bij u
zetten.
3
, Psychologie & sociologie
o Eventueel met responspreventie
Sommige mensen hebben een bepaald gedrag ontwikkeld die
eigenlijk niet goed zijn, de angst kan groter worden.
Respons = reactie, antwoord
Preventie = het voorkomen
o Habituatie
We gaan eraan gewoon worden. Vb het lokaal stinkt, na een uur ruik
je het niet meer. Als onze angst lang duurt, gaat het na een tijd weg.
Vb er zit een spin in het lokaal, in het begin ben je zeer angstig.
Maar na een uur gaat dit minderen.
Token economy, belonen en straffen
o Een soort systeem opzetten, waarbij dat mensen/kinderen worden beloond
maar niet direct. Maar door te sparen. Vb elke keer als je flink bent krijg je
een sticker.
o Belonen = we worden er blij van
o Straffen = niet leuk, we gaan dit niet meer doen.
Ons gedrag kan beïnvloed worden door beloningen of straffen die
we krijgen.
De kritiek die ze kregen aan behaviorisme
Verwaarlozing van cognitieve processen en erfelijkheid
o Dus alleen maar bezig zijn met het gedrag, en niets aan de gevoelens en
gedachten.
Het goede aan behaviorisme
Aandacht voor observatie en testen
1.3.Humanistische psychologie
De grondlegger was Rogers, Gordon en Maslow
Uitgangspunten
Mens = zelfstandig wezen met vrije wil
Veel groeipotentieel en oplossingsvermogen
Soms belemmeringen om tot potentieel te komen
Patiënt is een cliënt
o Er moet samen gewerkt worden, vandaar cliënt in plaats van patiënt
Tegen autoriteit
Wij moeten het niet zomaar oplossen voor onze patiënt maar dat onze patiënt het
zelf kan oplossen
Cliënt centered therapie = de cliënt kan zelf veel doen
Wie is de persoon, welke sterkte heeft die, hoe kunnen we die gaan gebruiken en
naar voor laten komen
3 manieren bij deze therapie
Authenticiteit
o Echtheid, je eigen kunnen zijn
Onvoorwaardelijke acceptatie
o Niet veroordelen, zonder voorwaarden iemand accepteren. Het gedrag mag
je beoordelen, de persoon staat daar los van
Basishouding empathie
o Meeleven, kunnen verplaatsen in iemand zijn leven/situatie
Zelf onthulling
De eerste stroming waarbij een therapeut zelf dingen over zichzelf zegt, dit helpt
een cliënt om gelijk gevoeld te worden
Actief luisteren
Aandachtig naar luisteren, waar hebben mensen nood aan
Voordeel
4