Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 48 pages
Summary

Samenvatting Kooklab | Hogeschool Gent | 2025/26

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 48 pages

Deze samenvatting bevat alle leerstof van het vak Kooklab van het eerste jaar Voedings- en Dieetkunde aan HoGent. De inhoud is gebaseerd op de PowerPointpresentaties, de lesnotities en de zelfstudiematerialen die allemaal in deze samenvatting zijn verwerkt. Hiervoor had ik een 16/20 in 1ste zit.

Content preview

Theorie kooklab


H1 – Recepten en menuleer

1. Receptenleer

1.1.Evolutie recepten
Globalisering = nieuwe, uitheemse producten
 Avocado, quinoa
 Komt door de andere culturen

Ontwikkeling keukenmateriaal
 Airfryer

Nieuwe voedingstrends
 Vegan, glutenvrij

Deskundige keukenpersoneel
 Zij bedenken de recepten voor in de keuken

1.2.Voordelen en nadelen om een recept te volgen
 Overdracht culinaire kennis
 Het is een referentiepunt -> een houvast
 Goed om de voedingsprijs en de voedingswaarden mee te berekenen
 Opvolging van de allergenen

Nadelen om een recept te volgen
 Beperkte creativiteit en flexibiliteit

1.3.Onderdelen van een recept -> er zijn een paar regels hierover
 De porties
 Kenmerken -> staat vaak in de titel. Vb een romige pasta met zalm. Dus je weet
wat het gerecht zal zijn.
 De naam ingrediënten -> de hoeveelheid en soort moet erbij staan
 De bereidingswijze
 Plaats in het menu -> is het een dessert of een voorgerecht
 Menusuggesties
 Kostprijs
 Voedingswaarde
 Codenummers
 Variaties
 Volgorde van de recepten hanteren -> wat je eerst moet doen, komt ook eerst in
de bereiding.

Aandachtspunten bij het opstellen van een ingrediëntenlijst
 Soort
o Vermeld duidelijk om welk soort ingrediënt het gaat -> is het
zonnebloemolie of olijfolie
o Vermeld de staat van de ingrediënten -> is het geweekte, droge,
gekookte…
 Aanduidingen
o Kwaliteit -> is het zalm in blik of verse zalm
o Verkrijgbaarheid -> is de verse zalm er niet, kies dan voor zalm uit blik
 Hoeveelheden
o Wees concreet -> een snuifje, een stukje, een scheutje
o Voor of na de bereiding



1

,Theorie kooklab


 Rekening houden met
o De afvalfactor -> bij een banaan is dit verschillend als het met schil of
zonder schil wordt berekend
o De slink of krimpfactor bij spinazie -> 1000 maal 0,93 = 930 -> 930 gaat
40% krimpen dus blijft er 60% over.

Voorbeeld oefening met een paprika




Er is 2kg aan paprika. Dit doe je maal 0,8 (het eetbare deel) = 1600. Dit doe je maal 0,87
(slink factor -> 100 – 13 = 87) = 1392

2. Menuleer

2.1.Evolutie menu
Sociaal-culturele wijzigingen
 Vroeger bij de oma was het drie gangen, dus een soep, het hoofdgerecht en een
dessert.
 Nu op restaurant gaan we van elks iets nemen en met elkaar gaan delen.
Sociaal-demografische wijzigingen
 Er wordt veel aan fast food gegeten
 Nu meer en meer in de supermarkt zijn er gezondere en snelle opties

2.2.Begripsbepaling
 Gerecht = wordt samengesteld uit twee of meer herkenbare producten
 Menu = de op elkaar volgende of bij elkaar horende gerechten die samen een
maaltijd vormen
 Maaltijd = een of meerdere gerechten die op een bepaald tijdstip gebruikt worden
 Gang = een gerecht of een combinatie van gerechten die bij elkaar horen en
tegelijk worden opgediend.

2.3.Aandachtspunten menu
 Doelgroep
 Aantal personen
 Gelegenheid
 Seizoen
 Bereidingstijd
 Beschikbare ingrediënten
 Financiën
 Deskundigheid van de kok
 Evenwichtig en gezond
 Voldoende variatie




H2 – Bereidingstechnieken


2

,Theorie kooklab



1. Voorbereidingstechnieken

1.1.Aromatiseren
 Het geven van smaak en geur doormiddel van kruiden, specerijen,
aroma’s of alcoholische dranken

Kruiden
 Bevat vluchtige oliën = verdampt vlug en komt snel smaak vrij
 Afkomstig van inheemse gewassen
 Groeien in gematigd klimaat
 Blad, bloemen, zaden en wortels zijn bruikbaar
 Kunnen we gaan kweken zelf in onze tuin
o Vb: munt, basilicum, oregano, rozemarijn, tijm

Specerijen
 Bevatten vluchtige oliën
 Afkomstig van uitheemse gewassen
 Groeien in tropisch klimaat
 Bloemen, zaden, schors en wortel
 Kunnen we zelf niet gaan kweken
o Vb: kruidnagel, nootmuskaat, kaneel, gemberwortel, peper

Aroma’s
 Geven een bepaald smaakaccent
o Vb: vanille, sinaasappelessence

Combinaties van kruiden, specerijen en aroma’s
 Bouquet garni = groenten die heel veel smaak geven
 Kruidenbuiltje
 Mirepoix = om vlees te garen
 Garam massala = mengsel van specerijen
 Specifieke kruidenmengsels = gehaktkruiden -> meestal bevat dit al zout, dus pas
op

1.2.Beslaan
 Deeg of beslag met kracht tegen het werkblad slaan om het rijzen te
bevorderen
 De gluten uit de bloem + vocht vormen strengen -> door te beslaan worden ze
elastisch
 Niet te lang of je gaat overkneden, niet te kort of je gaat onderkneden

1.3.Binden doormiddel van een bindmiddel
 Verdikken van een vloeistof
 Kan op verschillende manieren bindmiddelen, emulgeren, inkoken en pureren




Zetmeelhoudende bindmiddelen


3

, Theorie kooklab


 Zetmeel neemt water op = verdikken
 Te lang roeren, onhygiënisch proeven, of te hoge temp = binding gaat verloren
 Bindkracht
 Zetmeelgehalte van het bindmiddel: hoe hoger, hoe zuiverder
 Grootte van de deeltjes: hoe fijner, hoe groter

Indeling op basis van bindkracht
 Fijne, gladbindende middelen -> aanmengen met vloeistof
o Vb: aardappelmeel, arrowroot, tarwebloem, maïzena
o Meng het bindmiddel aan met koude vloeistof en roer goed
o Voeg het aangemengd bindmiddel toe aan kokende vloeistof
o Roer enkele seconden goed
o Uitzondering: tapioca, cassavemeel -> meteen toevoegen/ tarwebloem,
tarwemeel -> kan ook als roux
 Roux meer dan 1l: hoeveelheid bloem = hoeveelheid boter
 Roux minder dan 1l: hoeveelheid bloem is meer dan hoeveelheid
boter
 Nadien aanlengen met vloeistof: 1 deel roux en 3 delen vloeistof
 Grove, korrelig bindende middelen
o Vb. griesmeel, havermout, rijst
o Hoe grover de korrel, hoe geringer de bindkracht
o Binden direct in kokende vloeistof
o Lange gaartijd (5-60 min)

Binden met eieren
 Binding door coagulatie van de eiwitten bij (60-70°)
 Moeilijk: schift vaak
o Voorkeur voor het binden met dooiers
 Vb: in sauzen, vla, pudding, crèmeux

Binden met gelatine
 Houdt water vast bij temp lager dan 38°C -> niet koken
 Bindt glad en helder
 Zowel beschikbaar als blad en poedergelatine
 Vb: in coulis, bavarois

Binden met agar – agar
 Product uit zeewier
 Binding bij dan 40°C en lager
 Bindkracht dubbel zo groot als bij gelatine
 Na enkele uren daalt bindkracht -> laat vocht los
o Max 2u voor serveertijd binden
 In vorm van staven, vlokken en poeder
 Geschikt voor vegetariërs




1.4.Binden door emulgeren
 Het zeer fijn verdelen van vet in water
 2 niet mengbare stoffen toch gaan mengen

4

Document information

Study
Uploaded on
August 6, 2026
Number of pages
48
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.19

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
4
Followers
0
Items
12
Last sold
16 hours ago


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions