WAT HOUDT HET KINDBEELD IN?
1. Het witte kind wordt als norm gezien binnen onze Westerse samenleving.
2. Het witte kind is niet meertalig en heeft christelijke tradities.
3. Diversiteit: ‘het niet witte kind’
4. Etniciteit = groep waartoe je behoort (gedeelde taal, geschiedenis,
tradities = verbonden voelen met anderen)
- MULTIPLE GELAAGDHEID:
IDENTITEIT:
o Etnische/ andere identiteit
o Moeder
o Werknemer
o ….
⇨ Multiple: veel / veelvuldig / meerdere
5. Dynamische gelaagdheid:
Identiteit =>gelaagd en veranderlijk
Cultuur & etniciteit = veranderlijke constructen
6. De ander = othering (ander tot ander reduceren)
Othering =
o Focus op 1 kenmerk dat verschillend is
o Groter maken vh verschil
o De ander is “anders” en “vreemd”
o “alle moslims zijn terroristen”, “alle daklozen zijn alcoholisten” …
o Kan leiden tot uitsluiting, discriminatie of racisme
Dan ontstaat polarisatie
= groepen staan tegenover elkaar (“wij” tegen “zij”), minder dialoog &
meer conflict
7. Werken met diversiteit = reflectieve houding hebben met nadruk op gelijkenissen en
verschillen
Hoe betrek je alle ouders?
1. Gelijkenissen zoeken ( wat hebben ouders gelijk?)
2. Verschillen benoemen (waarin verschillen ouders van elkaar?)
3. Combineer gelijkenissen en verschillen
Downloaded by Watchme mail ()
, OPVOEDEN ZONDER VOOROORDELEN, KAN DAT?
- Contacthypothese (Allport, 1954)
= meer contact tussen mensen uit meerderheids- en minderheidsgroepen
=> minder vooroordelen, discriminatie en racisme
o Voorwaarden:
1. Gelijke status
2. Gemeenschappelijke doelen & samenwerking
3. Steun vd autoriteiten
o Wat blijkt uit recent onderzoek?
• Ideeën van Allport worden nogsteeds
Gebruikt
• Onderzoek toont aan dat de voorwaarden
vaak niet vervuld worden
➢ Id praktijk is er zelfden sprake van gelijke status
➢ Overheden reageren vaak te weinig als racisme voorkomt
De contacthypothese = waardevol, maar alleen als voorwaarden aanwezig zijn
- ‘Jongere kinderen discrimineren niet!?’
• Onderzoek (1980 – 1990)
• OZ Aboud: jonge kinderen discrimineren wel?
• En OZ Connoly: In-group en out-group (ierland)
• Conclusie OZ:
Kinderen zijn op jonge leeftijd al bewust van
Ingroup: groep waar je
etnische en culturele verschillen
in zit bv. studenten
Kinderen identificeren zich op jonge leeftijd al met
Outgroup: groep waar
bepaalde groepen en kunnen al een negatieve
je niet in zit
attitude ontwikkelen t.a.v. een ‘outgroup’
WAT IS DE ROL VAN DE PEDAGOGIEK IN DIT KINDBEELD?
- Vastellingen:
o Pedagogen moeten zich bekommeren om het zelfbeeld van alle kinderen
o De pedagogiek kan niet verhinderen dat kinderen vooroordelen ontwikkelen
maar kan hen hiermee wel leren omgaan
- Taak pedagogiek?
o Omgeving creëren met maatschappelijke diversiteit = (racism by omission)
o Nadruk leggen op gelijkenissen & verschillen = (geen colour blindness)
ONTWIKKELEN VAN EEN INTERCULTURELE PEDAGOGIEK
1) Aanpassingsmodel
2) Transitiemodel
3) Contactmodel
4) Cultuurveranderingsmodel