Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 39 pagina's
Samenvatting

Samenvatting personen- en familierecht | Hogeschool Utrecht

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 39 pagina's

Samenvatting voor het vak Personen- en familierecht in de HBO Rechten-opleiding aan Hogeschool Utrecht. De aantekeningen behandelen fundamentele onderwerpen zoals biologisch en juridisch ouderschap, afstammingsrecht, bloedverwantschap, aanverwantschap, regels voor voornamen en geslachtsnamen volgens het Burgerlijk Wetboek. Dit materiaal is zeer nuttig voor het begrijpen van de basisconcepten van het personen- en familierecht en vormt een uitstekende voorbereiding op het tentamens. Er zit ook een lijst bij met alle relevante wetsartikelen. Ik heb ook een korte versie geüpload. Ik heb zelf een 7,5 gehaald, succes met leren!!!!

Voorbeeld van de inhoud

Week 1

Het personen- en familierecht bevat de rechtsregels die een nadere
juridische inhoud geven aan de persoon en aan de betrekkingen tussen
personen binnen familie- en gezinsverband. Onderwerpen die hieronder
vallen zijn onder meer geboorte, naamgeving, afstamming, huwelijk,
geregistreerd partnerschap, kinderen, echtscheiding en overlijden.

Binnen het afstammingsrecht wordt onderscheid gemaakt tussen
biologisch ouderschap en juridisch ouderschap. Biologisch ouderschap is
gebaseerd op genetische afstamming (DNA), terwijl juridisch ouderschap
ontstaat doordat de wet iemand als ouder aanwijst. Deze twee hoeven
niet altijd samen te vallen, bijvoorbeeld bij adoptie of draagmoederschap.

Voor juridisch moederschap is artikel 1:198 BW van belang. Een vrouw
wordt juridisch moeder doordat zij het kind baart, door adoptie, als
meemoeder in bepaalde gevallen, door erkenning of door gerechtelijke
vaststelling van het moederschap.

Voor juridisch vaderschap geldt artikel 1:199 BW. Een man wordt juridisch
vader wanneer hij op het moment van de geboorte met de moeder is
gehuwd, wanneer sprake is van een geregistreerd partnerschap onder
bepaalde voorwaarden, door erkenning van het kind, door gerechtelijke
vaststelling van het vaderschap of door adoptie.

Bovenstaande zorgt ervoor dat een draagmoeder op grond van artikel
1:198 BW juridisch moeder omdat zij het kind heeft gebaard. Stel de
draagmoeder is tijdens de geboorte getrouwd, is haar man juridisch
vader. De genetische ouders kunnen vervolgens alleen een
familierechtelijke betrekking met het kind verkrijgen door adoptie volgens
artikel 1:227 BW en artikel 1:228 BW.

De regels over bloedverwantschap en aanverwantschap zijn opgenomen
in artikel 1:3 BW. Bloedverwantschap betreft de juridische familieband
tussen personen die van elkaar afstammen of een gemeenschappelijke
voorouder hebben. Aanverwantschap ontstaat door huwelijk of
geregistreerd partnerschap.

Bij het bepalen van de verwantschapsgraad wordt gekeken naar het
aantal geboorten tussen personen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt
tussen de rechte lijn en de zijlijn. In de rechte lijn stammen personen
rechtstreeks van elkaar af, zoals ouder en kind of grootouder en kleinkind.
In de zijlijn hebben personen een gemeenschappelijke voorouder zonder
rechtstreeks van elkaar af te stammen, zoals broers, zussen, ooms en
neven.

,Een vader en dochter zijn bloedverwanten in de eerste graad in de rechte
lijn. Een oom en neef zijn bloedverwanten in de derde graad in de zijlijn.
De geregistreerde partner van een ouder is aanverwant van het kind.

Een bijzonder punt is dat aanverwantschap blijft bestaan na echtscheiding
of overlijden. Dit volgt uit artikel 1:3 lid 3 BW. Daarnaast zijn echtgenoten
zelf geen bloedverwanten of aanverwanten van elkaar.

De regels over voornamen zijn opgenomen in artikel 1:4 BW. Ouders
hebben veel vrijheid bij het kiezen van een voornaam voor hun kind. Deze
vrijheid kent echter grenzen. Op grond van artikel 1:4 lid 2 BW mag een
voornaam niet ongepast zijn en mag deze niet overeenstemmen met een
bestaande geslachtsnaam, tenzij die naam ook gebruikelijk is als
voornaam. Voorbeelden van toegestane voornamen zijn Wolf en Cherie.

Wanneer ouders geen voornaam opgeven, kan de ambtenaar van de
burgerlijke stand zelf een voornaam vaststellen op grond van artikel 1:4
lid 3 BW. Daarnaast biedt artikel 1:4 lid 4 BW de mogelijkheid om via een
verzoekschrift bij de rechter een voornaam te laten wijzigen. Een dergelijk
verzoek wordt in de praktijk vaak toegewezen, tenzij er zwaarwegende
redenen zijn om dit niet te doen.

De regels over de geslachtsnaam zijn opgenomen in artikel 1:5 BW. Sinds
1 januari 2024 is het mogelijk om een dubbele achternaam aan een kind
te geven. Voorheen kreeg een kind automatisch de naam van de vader en
vanaf 1998 konden ouders kiezen tussen de naam van de vader of de
moeder. Tegenwoordig kunnen ouders ook kiezen voor een combinatie
van beide namen.

Op grond van artikel 1:5 lid 4 en lid 5 BW kunnen ouders gezamenlijk een
naamkeuze uitbrengen. Dit kan vóór de geboorte, bij de geboorteaangifte
of bij de voltrekking van het huwelijk of geregistreerd partnerschap.

Wanneer geen naamkeuze wordt gedaan, gelden de wettelijke
hoofdregels. Wordt een kind geboren binnen een huwelijk of geregistreerd
partnerschap, dan krijgt het de naam van de vader of meemoeder. Wordt
het kind buiten huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren, dan krijgt
het de naam van de moeder.

Bij erkenning van een kind blijft in beginsel de naam van de moeder
gelden, tenzij de ouders een naamkeuze uitbrengen. Dit volgt uit artikel
1:5 BW.

Bij adoptie bepaalt artikel 1:5 lid 3 BW welke naam het kind krijgt. In een
heterohuwelijk krijgt het kind in beginsel de naam van de adoptievader. In
andere situaties blijft de oorspronkelijke naam behouden, tenzij er een
nieuwe wordt doorgegeven.

,Voor vondelingen bevat artikel 1:5 lid 10 BW een bijzondere regeling.
Wanneer de ouders onbekend zijn, krijgt het kind voorlopig een voornaam
en geslachtsnaam van de ambtenaar van de burgerlijke stand totdat de
naam officieel wordt vastgesteld.

Volgens artikel 1:9 BW mogen echtgenoten en geregistreerde partners
elkaars geslachtsnaam gebruiken of een combinatie van beide namen
voeren. Dit mag zowel tijdens als na het huwelijk of geregistreerd
partnerschap. De rechter kan dit recht in bijzondere gevallen beperken op
grond van artikel 1:9 lid 2 BW. Buiten deze gevallen mag iemand niet
zomaar de naam van een ander voeren. Dit volgt uit artikel 1:8 BW.

Een officiële wijziging van de geslachtsnaam kan plaatsvinden op grond
van artikel 1:7 BW. Volgens artikel 1:7 lid 1 BW moet daarvoor een
verzoek worden gedaan aan de Kroon, tegenwoordig via het Ministerie
van Justitie en Veiligheid. Artikel 1:7 lid 2 BW bevat een regeling voor
personen zonder geslachtsnaam. Op grond van artikel 1:7 lid 3 BW heeft
een naamswijziging niet automatisch gevolgen voor meerderjarige
kinderen of kinderen waarover geen gezag meer wordt uitgeoefend.

De regels over de woonplaats zijn opgenomen in artikel 1:10 BW. Een
woonplaats is de plaats waar iemand woont en waar zijn maatschappelijke
leven zich voornamelijk afspeelt. Voor rechtspersonen bepaalt artikel 1:10
lid 2 BW dat de woonplaats wordt vastgesteld door de wet of de statuten.

Sommige personen hebben geen zelfstandige woonplaats maar een
afgeleide woonplaats. Dit volgt uit artikel 1:12 BW. Dit geldt voor
minderjarigen, personen onder curatele, personen onder bewind voor
zover het bewind daartoe strekt en personen voor wie een mentorschap is
ingesteld. Hun woonplaats volgt die van hun wettelijke
vertegenwoordiger, curator of bewindvoerder, ongeacht hun feitelijke
verblijfplaats.

Na overlijden blijft de laatste woonplaats van belang. Op grond van artikel
1:13 BW geldt de laatste woonplaats als woonplaats van de overledene.

Elke gemeente beschikt op grond van artikel 1:16 BW over ten minste
twee ambtenaren van de burgerlijke stand. Hun taken zijn vastgelegd in
artikel 1:16a BW. Zij zijn verantwoordelijk voor het opmaken en bewaren
van akten van de burgerlijke stand en voor de toegankelijkheid van deze
gegevens.

De burgerlijke stand houdt registers bij van geboorten, huwelijken,
geregistreerde partnerschappen en overlijdens. De regels over geboorte-
en overlijdensakten zijn opgenomen in artikel 1:19a tot en met 1:19j BW.

, Bij geboorte moet aangifte worden gedaan in de gemeente waar het kind
is geboren, aangetroffen of aan land is gebracht. Volgens artikel 1:19e BW
is de moeder bevoegd om aangifte te doen. De vader of meemoeder is
niet alleen bevoegd, maar ook verplicht om aangifte te doen. Wanneer zij
dit nalaten, kan een boete volgen. Op grond van artikel 1:19e lid 7 BW
moet de aangifte plaatsvinden binnen drie dagen na de geboorte.

Bij overlijden wordt aangifte gedaan in de gemeente waar het overlijden
heeft plaatsgevonden, waar het lichaam is aangetroffen of waar het
lichaam aan land is gebracht. De aangifte wordt gedaan door iemand die
uit eigen wetenschap kennis draagt van het overlijden, bijvoorbeeld een
begrafenisondernemer. Volgens de Wet op de lijkbezorging moet dit
uiterlijk op de vijfde dag na overlijden gebeuren.

Wanneer een kind als vondeling wordt aangetroffen, maakt de ambtenaar
van de burgerlijke stand van de gemeente waar het kind is gevonden een
geboorteakte op. Dit volgt uit artikel 1:19 lid 2 BW in samenhang met
artikel 1:19b BW. Eventuele ontbrekende gegevens worden vastgesteld
volgens aanwijzingen van het Openbaar Ministerie.

De hoofdregel is dat akten van de burgerlijke stand openbaar zijn. Dit
volgt uit artikel 1:23 BW. Toch gelden enkele beperkingen. Volgens artikel
1:23a BW kunnen originele akten worden ingezien door de bewaarder van
de registers en het Openbaar Ministerie. Daarnaast kunnen het Openbaar
Ministerie en de rechter overlegging van akten bevelen.

Op grond van artikel 1:23b BW heeft iedereen recht op een uittreksel uit
een akte, maar alleen belanghebbenden hebben recht op een volledig
afschrift.

Wanneer een akte fouten bevat, kan deze worden gewijzigd. Volgens
artikel 1:24 BW kan de rechter een aanvulling, verbetering of wijziging
van een akte gelasten. Kennelijke schrijf- of spelfouten mogen door de
ambtenaar van de burgerlijke stand zelf worden verbeterd op grond van
artikel 1:24a BW.

Week 2

Het huwelijk is geregeld in titel 5 van Boek 1 BW. Volgens artikel 1:30 lid 1
BW kan een huwelijk worden aangegaan door twee personen van
verschillend geslacht (heterohuwelijk) én sinds 1 april 2001 ook door twee
personen van hetzelfde geslacht (homohuwelijk).

Artikel 1:30 lid 2 BW bepaalt dat de wet het huwelijk uitsluitend in zijn
burgerlijke betrekkingen beschouwt. Dit betekent dat het Burgerlijk
Wetboek alleen het burgerlijk huwelijk regelt. Naast een burgerlijk
huwelijk kunnen mensen ook een religieus huwelijk sluiten, bijvoorbeeld in

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
6 augustus 2026
Aantal pagina's
39
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$12.07

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
-


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen