Feitenkennis
● Hydrologische cyclus in grote lijnen: (zie tekening)
○ Totaal water op aarde: ~97% zout water (oceanen en zeeën), ~3% zoet
water.
○ Verdeling zoet water:
■ ~70% in ijskappen en gletsjers (equivalente zeespiegel: ~70–80 m;
tijdens laatste glaciaal: +130 m).
■ ~29% in grondwater (hiervan <50% is drinkbaar, <1 g/l opgeloste
stoffen).
■ ~0,3% in meren en rivieren.
■ ~0,9% in bodemvocht, permafrost, atmosfeer.
○ Neerslagverdeling: ~80% valt terug in zee, ~20% op land.
○ Grondwaterstroom naar zee: mogelijk groter dan rivierafvoer; voert
mineralen/nutriënten aan (bv. Fe, P → algengroei kustzones).
● Wetenschappelijke terminologie grondwater:
Term Definitie
Aquifer Watervoerende laag (hoge porositeit en permeabiliteit), bv.
zandsteen, kalksteen.
Aquitard Slecht doorlatende laag (lage permeabiliteit), bv. klei, schalie
Freatische aquifer Onbegrensde aquifer, direct onder maaiveld, met een vrije
grondwatertafel.
Begrensde aquifer (spanningswaterlaag) Aquifer ingesloten tussen aquitards; water staat onder druk.
Artesische bron Water uit begrensde aquifer stijgt spontaan boven maaiveld
Artois, FR).
Grondwatertafel Bovengrens van verzadigde zone in freatische aquifer.
Piëzometrisch oppervlak Denkbeeldig vlak tot waar water in een begrensde aquifer zo
stijgen in een put.
Intrekzone/voedingszone Gebied waar water in de aquifer infiltreert.
Capillaire zone Zone boven grondwatertafel waar water door capillaire krach
opstijgt.
● Snelheid grondwaterbeweging:
○ Zanden: enkele cm/dag.
○ Grindlagen: tot 15 cm/dag.
○ Spleetporositeit (karst, breuken): m/dag.
○ Klei: extreem traag (mm/jaar), maar over geologische tijden toch doorlatend.
Topics
● Porositeit en permeabiliteit: concepten en beïnvloedende factoren:
Porositeit: Volumepercentage poriën in gesteente.
○ Primaire (intergranulaire) porositeit: Ruimte tussen korrels (bv. zand).
Beïnvloed door:
■ Sortering: goede sortering → hogere porositeit (25–30%).
■ Korrelvorm: afgeronde korrels → hogere porositeit.
■ Cementatie: vermindert porositeit.