HISTORIOGRAFIE VAN DE
KUNSTWETENSCHAPPEN
INHOUD
Week 1 – 9/02 .....................................................................................................................................3
hoofdstuk 1: Historiografie van de kunstwetenschappen: Inleiding en situering van het vakgebied .......3
1.1 Historiografie in de Opleiding Kunstwetenschappen ................................................................6
1.2. Situering van de problemen en aanpak van de geschiedenis van de kunsten .............................7
Week 2- 16/02.....................................................................................................................................8
1.3 Naar een definitie van kunstgeschiedenis ................................................................................... 10
1.4. Kunnen we deze benaderingswijze ook toepassen op muziek? ................................................... 14
De Discussie: Wat is een 'Muzikaal Werk'? ......................................................................... 15
Hoofdstuk 2: denken over de geschiedenis van kunst: 4 types .............................................................. 17
1. Het monument .................................................................................................................. 17
2. Annalen ............................................................................................................................ 17
3. typologie........................................................................................................................... 18
Week 3 – 23/02 ................................................................................................................................. 19
Typologie in de muziek ................................................................................................................ 19
4. De kunsthistorische fabel .................................................................................................. 20
Hoofdstuk 3: De academische (empirische) kunstgeschiedenis ........................................................... 23
3.1. Kunstgeschiedenis: voor wie? ................................................................................................... 23
Hoofdstuk 4: Geschiedschrijving over kunst van de oudheid tot de verlichting ................................... 27
Johann Joachim Winckelmann (de classicist) ............................................................................... 29
Denis Diderot (de modernist) .................................................................................................. 29
hoofdstuk 5: De filosofische (kritische) kunstgeschiedenis ................................................................... 30
5.1. Esthetica ................................................................................................................................. 32
5.1.1. Immanuel Kant Over de plaats van de esthetica in zijn theorie .............................................. 32
Week 4 – 2/03 .................................................................................................................................... 34
5.1.2. Friedrich Schiller ............................................................................................................... 35
5.1.3. georg wilhelm friedrich Hegel ............................................................................................. 36
Roger Scruton: Filosofisch denken ............................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
De invloed van het Hegeliaanse systeem op het denken over Muziek ................................................. 41
Kierkegaard over Muziek ............................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Week 5 – 9/03 .................................................................................................................................... 43
anti-Hegeliaans standpunt van Karl von Rumohr ............................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
1
, toepassing van Hegel ...................................................................................................................... 45
Karl Schnaase ........................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Het kunsthistorisch project rond de eeuwwisseling ........................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Het probleem van de schilderkunst ...................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Hegiso monument / fries van Parthenon ..................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Wat is formalisme? .......................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Kunstgeschiedenis en de contemporaine kunst (ca. 1900) ................................................................... 49
Alois Riegl.......................................................................................................................................... 51
Das Kunstwollen .......................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Schilderkunst ................................................................................................................................. 53
Heinrich Wölfflin ................................................................................................................................ 54
Week 6 – 16/03 .................................................................................................................................. 56
Hoofdstuk 8: iconografie en iconologie ............................................................................................... 56
8.1. Aby Warburg ............................................................................................................................ 58
8.2. Erwin Panofsky ........................................................................................................................ 60
week 7 – 23/03 ................................................................................................................................... 63
Hoofdstuk 9: Consolidering van het vakgebied..................................................................................... 63
9.1 De overzichtswerken ................................................................................................................. 63
9.2. Sociologische en antropologische benaderingen van kunst ........................................................ 64
9.3. Naar een historisch begrip van representatie ............................................................................. 66
9.3.1. Wat is mimesis of nabootsing? ........................................................................................... 66
9.3.2 Tekenkunst als mimesis in actie .......................................................................................... 67
9.3.3. Mimesis en allegorie .......................................................................................................... 68
9.4. Naar een vernieuwing van het humanistische standpunt ............................................................ 71
Hoofdstuk 10: Connoisseurship.......................................................................................................... 73
2
,WEEK 1 – 9/02
HOOFDSTUK 1: HISTORIOGRAFIE VAN DE KUNSTWETENSCHAPPEN:
INLEIDING EN SITUERING VAN HET VAKGEBIED
De term wordt vaak verward met gewone 'geschiedschrijving', maar er is een cruciaal verschil:
• Geschiedschrijving: Het bestuderen van het verleden op basis van bronnen.
• Historiografie: De studie van de geschiedschrijving. Het is de geschiedenis van hoe we
vroeger naar het verleden keken
INLEIDING EN SITUERING VAN HET VAKGEBIED
➢ Historiografie als synoniem voor geschiedschrijving
➢ Historiografie als bijzondere discipline binnen de geschiedenis: de geschiedenis van de
geschiedenis
➢ Stelt de geschiedenis van de kunsten bijzondere problemen aan het historisch denken?
➢ Wat is bijzonder aan de geschiedenis van de kunsten?
Feiten vs. Interpretatie
De kern van historiografie is het besef dat geschiedenis nooit 100% objectief is.
• Objectief deel: Het verzamelen van feiten, jaartallen en bronnenonderzoek. Hier zijn rationele
methoden voor.
• Subjectief deel: Om van die feiten een 'verhaal' te maken, moet een historicus interpreteren.
• De 'gekleurde' blik: Elke onderzoeker kiest feiten op basis van specifieke vragen (bijv. "hoe
was de positie van de vrouw?") of eigen waarden. Historiografie onderzoekt die 'kleuring' en
legt bloot welke vooroordelen of routines er in het onderzoek zitten.
Kunstgeschiedenis als Discipline
Hoewel men al sinds de oudheid over kunst schrijft, is de kunstgeschiedenis als academische
discipline relatief jong:
• Ontstaan: Vanaf de jaren 1830.
• De 'moderne' kunsthistoricus: Verschijnt rond 1875.
• De Grondleggers (1900-1920): Namen als Alois Riegl, Heinrich Wölfflin, Aby Warburg en
Max Friedländer.
o Belang: Hoewel we hun methoden vandaag kritisch bekijken, zijn de vragen die zij
stelden nog steeds de basis van het vak.
Waarom dit bestuderen? Je moet het verleden van je vakgebied kennen om je eigen huidige aanpak
te kunnen motiveren en situeren.
GESCHIEDENIS VAN DE KUNSTEN ALS BIJZONDER DOMEIN
Het Dilemma: Hebben we geschiedenis wel nodig?
3
, Er is een spanningsveld tussen de historicus en de kunstlieveling/kunstenaar.
• Het standpunt van de liefhebber: "Kunst spreekt voor zichzelf." Een werk zoals de Mona Lisa
raakt ons nu nog steeds, zonder dat we de historische context kennen. De directe visuele
ervaring is voor hen het belangrijkst.
• Het citaat van David Carrier: Hij stelt dat de directe ervaring van het schilderij (het oppervlak,
de kleuren) belangrijker is dan wat we erover lezen. Geschiedenis is een leuke aanvulling,
maar mag de 'onmiddellijke visuele ervaring' niet overstemmen.
Kort samengevat:
David Carrier: "The art historian need not re-create past events, for what we experience is that very
artifact made by the artist him- or herself. When I view Artemisia Gentileschi's Self-Portrait as the
Allegory of Painting, Berthe Morisot's Portrait of Cornélie Morisot and Edma Pontillon, or Agnes
Martin's abstract masterpieces of the 1980s, what need have I for history? I can see for myself what
they made; I am present directly in front of the surfaces they painted.”
We moeten geen verhaal maken wat er in de geschiedenis is gebeurd want het kunstwerk spreekt tot
zich. Eerste bron zijn de werken op zich.
DE GESCHIEDENIS VAN DE KUNSTEN IN DE GEESTESWETENSCHAPPEN
Menselijk denken en voelen (emotie, creativiteit). Hoe werkt de menselijke geest en hoe komt hij tot
zo’n werken?
• Geschiedenis is niet de enige kunstwetenschappelijke discipline
• Kunsttheorie, systematische musicologie
• Geschiedenis van de kunsten maakt deel uit van “Liberal Arts”, of geesteswetenschappen •
Geesteswetenschappen staat niet gelijk aan menswetenschappen
• Studie van de menselijke creativiteit, hoe de menselijke geest werkt en tot creatieve resultaten
komt.
• Historische dimensie is inherent in de studie van de creativiteit
• Alle denken, alle creativiteit gebeurt in een historische context: relatie tot de omgeving, kunst
ontstaat in diverse vormen van wisselwerking.
Directe Beleving vs. Historische Duiding
Er is een spanningsveld tussen de directe impact van kunst (emotie, enthousiasme) en de noodzaak
tot ontsluiting (uitleg over symboliek of context).
• Vraag: Verstoort analyse de beleving?
• Antwoord: Kunst is altijd onderdeel van een historisch proces. Hoewel muziektheorie of
natuurwetenschappelijk onderzoek (geluidsgolven) belangrijk zijn, blijft de historische focus
cruciaal omdat kunst ons iets leert over de menselijke geest.
DEFINITIE VAN GEESTESWETENSCHAPPEN (ROGER SCRUTON):
De filosoof Roger Scruton maakt een belangrijk onderscheid in hoe we "wetenschap" benaderen:
4
KUNSTWETENSCHAPPEN
INHOUD
Week 1 – 9/02 .....................................................................................................................................3
hoofdstuk 1: Historiografie van de kunstwetenschappen: Inleiding en situering van het vakgebied .......3
1.1 Historiografie in de Opleiding Kunstwetenschappen ................................................................6
1.2. Situering van de problemen en aanpak van de geschiedenis van de kunsten .............................7
Week 2- 16/02.....................................................................................................................................8
1.3 Naar een definitie van kunstgeschiedenis ................................................................................... 10
1.4. Kunnen we deze benaderingswijze ook toepassen op muziek? ................................................... 14
De Discussie: Wat is een 'Muzikaal Werk'? ......................................................................... 15
Hoofdstuk 2: denken over de geschiedenis van kunst: 4 types .............................................................. 17
1. Het monument .................................................................................................................. 17
2. Annalen ............................................................................................................................ 17
3. typologie........................................................................................................................... 18
Week 3 – 23/02 ................................................................................................................................. 19
Typologie in de muziek ................................................................................................................ 19
4. De kunsthistorische fabel .................................................................................................. 20
Hoofdstuk 3: De academische (empirische) kunstgeschiedenis ........................................................... 23
3.1. Kunstgeschiedenis: voor wie? ................................................................................................... 23
Hoofdstuk 4: Geschiedschrijving over kunst van de oudheid tot de verlichting ................................... 27
Johann Joachim Winckelmann (de classicist) ............................................................................... 29
Denis Diderot (de modernist) .................................................................................................. 29
hoofdstuk 5: De filosofische (kritische) kunstgeschiedenis ................................................................... 30
5.1. Esthetica ................................................................................................................................. 32
5.1.1. Immanuel Kant Over de plaats van de esthetica in zijn theorie .............................................. 32
Week 4 – 2/03 .................................................................................................................................... 34
5.1.2. Friedrich Schiller ............................................................................................................... 35
5.1.3. georg wilhelm friedrich Hegel ............................................................................................. 36
Roger Scruton: Filosofisch denken ............................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
De invloed van het Hegeliaanse systeem op het denken over Muziek ................................................. 41
Kierkegaard over Muziek ............................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Week 5 – 9/03 .................................................................................................................................... 43
anti-Hegeliaans standpunt van Karl von Rumohr ............................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
1
, toepassing van Hegel ...................................................................................................................... 45
Karl Schnaase ........................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Het kunsthistorisch project rond de eeuwwisseling ........................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Het probleem van de schilderkunst ...................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Hegiso monument / fries van Parthenon ..................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Wat is formalisme? .......................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Kunstgeschiedenis en de contemporaine kunst (ca. 1900) ................................................................... 49
Alois Riegl.......................................................................................................................................... 51
Das Kunstwollen .......................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.
Schilderkunst ................................................................................................................................. 53
Heinrich Wölfflin ................................................................................................................................ 54
Week 6 – 16/03 .................................................................................................................................. 56
Hoofdstuk 8: iconografie en iconologie ............................................................................................... 56
8.1. Aby Warburg ............................................................................................................................ 58
8.2. Erwin Panofsky ........................................................................................................................ 60
week 7 – 23/03 ................................................................................................................................... 63
Hoofdstuk 9: Consolidering van het vakgebied..................................................................................... 63
9.1 De overzichtswerken ................................................................................................................. 63
9.2. Sociologische en antropologische benaderingen van kunst ........................................................ 64
9.3. Naar een historisch begrip van representatie ............................................................................. 66
9.3.1. Wat is mimesis of nabootsing? ........................................................................................... 66
9.3.2 Tekenkunst als mimesis in actie .......................................................................................... 67
9.3.3. Mimesis en allegorie .......................................................................................................... 68
9.4. Naar een vernieuwing van het humanistische standpunt ............................................................ 71
Hoofdstuk 10: Connoisseurship.......................................................................................................... 73
2
,WEEK 1 – 9/02
HOOFDSTUK 1: HISTORIOGRAFIE VAN DE KUNSTWETENSCHAPPEN:
INLEIDING EN SITUERING VAN HET VAKGEBIED
De term wordt vaak verward met gewone 'geschiedschrijving', maar er is een cruciaal verschil:
• Geschiedschrijving: Het bestuderen van het verleden op basis van bronnen.
• Historiografie: De studie van de geschiedschrijving. Het is de geschiedenis van hoe we
vroeger naar het verleden keken
INLEIDING EN SITUERING VAN HET VAKGEBIED
➢ Historiografie als synoniem voor geschiedschrijving
➢ Historiografie als bijzondere discipline binnen de geschiedenis: de geschiedenis van de
geschiedenis
➢ Stelt de geschiedenis van de kunsten bijzondere problemen aan het historisch denken?
➢ Wat is bijzonder aan de geschiedenis van de kunsten?
Feiten vs. Interpretatie
De kern van historiografie is het besef dat geschiedenis nooit 100% objectief is.
• Objectief deel: Het verzamelen van feiten, jaartallen en bronnenonderzoek. Hier zijn rationele
methoden voor.
• Subjectief deel: Om van die feiten een 'verhaal' te maken, moet een historicus interpreteren.
• De 'gekleurde' blik: Elke onderzoeker kiest feiten op basis van specifieke vragen (bijv. "hoe
was de positie van de vrouw?") of eigen waarden. Historiografie onderzoekt die 'kleuring' en
legt bloot welke vooroordelen of routines er in het onderzoek zitten.
Kunstgeschiedenis als Discipline
Hoewel men al sinds de oudheid over kunst schrijft, is de kunstgeschiedenis als academische
discipline relatief jong:
• Ontstaan: Vanaf de jaren 1830.
• De 'moderne' kunsthistoricus: Verschijnt rond 1875.
• De Grondleggers (1900-1920): Namen als Alois Riegl, Heinrich Wölfflin, Aby Warburg en
Max Friedländer.
o Belang: Hoewel we hun methoden vandaag kritisch bekijken, zijn de vragen die zij
stelden nog steeds de basis van het vak.
Waarom dit bestuderen? Je moet het verleden van je vakgebied kennen om je eigen huidige aanpak
te kunnen motiveren en situeren.
GESCHIEDENIS VAN DE KUNSTEN ALS BIJZONDER DOMEIN
Het Dilemma: Hebben we geschiedenis wel nodig?
3
, Er is een spanningsveld tussen de historicus en de kunstlieveling/kunstenaar.
• Het standpunt van de liefhebber: "Kunst spreekt voor zichzelf." Een werk zoals de Mona Lisa
raakt ons nu nog steeds, zonder dat we de historische context kennen. De directe visuele
ervaring is voor hen het belangrijkst.
• Het citaat van David Carrier: Hij stelt dat de directe ervaring van het schilderij (het oppervlak,
de kleuren) belangrijker is dan wat we erover lezen. Geschiedenis is een leuke aanvulling,
maar mag de 'onmiddellijke visuele ervaring' niet overstemmen.
Kort samengevat:
David Carrier: "The art historian need not re-create past events, for what we experience is that very
artifact made by the artist him- or herself. When I view Artemisia Gentileschi's Self-Portrait as the
Allegory of Painting, Berthe Morisot's Portrait of Cornélie Morisot and Edma Pontillon, or Agnes
Martin's abstract masterpieces of the 1980s, what need have I for history? I can see for myself what
they made; I am present directly in front of the surfaces they painted.”
We moeten geen verhaal maken wat er in de geschiedenis is gebeurd want het kunstwerk spreekt tot
zich. Eerste bron zijn de werken op zich.
DE GESCHIEDENIS VAN DE KUNSTEN IN DE GEESTESWETENSCHAPPEN
Menselijk denken en voelen (emotie, creativiteit). Hoe werkt de menselijke geest en hoe komt hij tot
zo’n werken?
• Geschiedenis is niet de enige kunstwetenschappelijke discipline
• Kunsttheorie, systematische musicologie
• Geschiedenis van de kunsten maakt deel uit van “Liberal Arts”, of geesteswetenschappen •
Geesteswetenschappen staat niet gelijk aan menswetenschappen
• Studie van de menselijke creativiteit, hoe de menselijke geest werkt en tot creatieve resultaten
komt.
• Historische dimensie is inherent in de studie van de creativiteit
• Alle denken, alle creativiteit gebeurt in een historische context: relatie tot de omgeving, kunst
ontstaat in diverse vormen van wisselwerking.
Directe Beleving vs. Historische Duiding
Er is een spanningsveld tussen de directe impact van kunst (emotie, enthousiasme) en de noodzaak
tot ontsluiting (uitleg over symboliek of context).
• Vraag: Verstoort analyse de beleving?
• Antwoord: Kunst is altijd onderdeel van een historisch proces. Hoewel muziektheorie of
natuurwetenschappelijk onderzoek (geluidsgolven) belangrijk zijn, blijft de historische focus
cruciaal omdat kunst ons iets leert over de menselijke geest.
DEFINITIE VAN GEESTESWETENSCHAPPEN (ROGER SCRUTON):
De filosoof Roger Scruton maakt een belangrijk onderscheid in hoe we "wetenschap" benaderen:
4