HOOFDSTUK 1: INLEIDING / MYTHOS & LOGOS / NATUURFILOSOFEN
7 delen
o Oudheid
o Middeleeuwse filosofie
o Moderniteit
o Einde moderniteit
o Wetenschapsfilosofie
o Antropologie
o Hermeneutiek
1.1 PRELIMINARIA (THEORETISCH)
Plato’s grot
Filosfie en ideologie
Historicitiet van de filosofie
Een filosofisch canon?
o Wereldbeelden
o Canon
PLATO’S GROT
Filosofie vertrekt vanuit de verwondering
o Filosofie heeft te maken met het moment waarop men zijn oude werkelijkheid niet
meer als de werkelijkheid beschouwd
Actief en passief
Voorwerp van verwondering = alles
o Alles heeft de mogelijkheid om in vraag gesteld te worden
Wereld is voorag geordende structuur: men komt terecht in een symbolische orde, niet in
de realiteit (symbolische orde = secundair aan de werkelijkheid) – Zizek
o Taal, regels, organisaties, ...
‘tweede natuur’ wordt het voorwerp van kritische refelectie
“waarom?” “daarom!” vs. De blik van het kind
o Blik van het kind: creëert en vernietigd vanuit volledige vrijheid (bv. Zandkasteel)
FILOSOFIE EN IDEOLOGIE
Filosofie = wetenschap
o Argumentatie
o Technisch vocabularium
o Stelling poneren
Verwondering blijft in het spel
o Filosofie stelt zich open
o Ruimte voor kritiek en vragen
vs. Ideologie
o definitieve zekerheden die het bestaan ordenen
o conservatief
‘verfijning’
HISTORICITEIT VAN DE FILOSOFIE
Spatio-temporele context
vragen en antwoorden veranderen voortdurend
Filosofie is wezenlijk historisch
, Hegel: “die philosophie ist ihre Zeit in Gedanken erfasst.”
Ook de interpretate is historisch bepaald
Historisch object én subject
geen objectieve maatstaf
WERELDBEELDEN
Wereldbeeld is niet bewust gekozen= bestaanshorizon waarin we zijn ‘geworpen’
Voor ons gekozen
Slechts gedeeltelijk expliciteerbaar
Veranderlijk:
o Revoluties
o Avant-garde
o Breuken
Wijsbegeerte vs. wereldbeeld
o Condervatief-legitimerend
o Kritisch-progressief
CANON
‘maatstaf’
Historisch bepaald, maar ook legitiem
zelfkritisch vs. canoniek
kritiek
o inhoudelijk
o formeel
verleden hoeft niet afgewezen te worden
DEEL I: LOTGEVALLEN FILOSOFISCHE RATIONALITEIT
OUDHEID
6de vC – 6de E: antieke bestanshorizon
van mythos naar logos= het griekse wonder
o aanvankelijk mythos als verklaring voor grond-leggende gebeurtenis (bv.
Persphone)
o logos= de rede = rationeel verklaringsprincipe/uitleg (universeel, objectief,
systematisch)
o mythos= de verhalen = antwoorden op allerlei vragen (door goden/halfgoden)
vb: onderwereld= herfst/ winter, bovenwereld = zomer/ lente
VAN MYTHOS NAAR LOGOS = begin van de filosofie
1ste rationalisering: mytho-logie (samen met griekse ontwikkeling van cultuur) =
tussenstadium: mythos mytho-logie logos
Cultuurshok 6de E =contact vreemde volkeren, kolonisatie en handel, zucht naar vernieuwing
nieuwe wereldbeschouwing kritiek op mythen mythos naar logos
Claude Lévi-Strauss = structuralist uit 20ste E:
‘mythe (wilde denken) is even waardevol als wetenschap (getemde denken)’
beheersing mysterieuze wereld
Griekse mythische wereldbeeld Homerus (8ste E vC) en Hesiodus (7de E vC) met ‘Theogonie’
over ontstaan van goden en onderlinge relaties, ontstaan kosmos
doel = eenheid brengen in veelheid van onsamenhangende verhalen
,logos is al doorgedrongen in griekse mythen
Godsbeeld verschilt: Xenophanes (6de - 5de E vC) ‘goden krijgen het beeld en gelijkenis van het
lokaal volk’ =antropomorfisme wil zuivering logos
mondeling wordt schriftelijk
desacralisering van natuur = minder heilig maken (Griekse religie = natuurgodsdienst)
goden verliezen plaats in wereld gaan naar bovennatuurlijke plaats ‘Olympos’
-verklaring van wereld niet meer bij de goden bij universaliteit van de rede
Grieken: ‘weten omwille van het weten’ = theoria (theoros=reiziger: bezienswaardigeheden)
= zuiver beschouwelijke ‘theoretische’ activiteit van de wetenschapper
>< Egyptenaren/Babyloniërs: kennis door praktische toepassingen
NATUURFILOSOFEN
Filosofie ontstaat als natuurfilosofie
Gedesacraliseerde natuur als phusis
Natuur = organisme
Kosmos, sieraad, opsmuk -> kosmo-logie
Materialisme: oer-stof
o Om de hele natuur te duiden
o Studie van de natuur brengt ons bij het materiële
HOOFDSTUK 2: HERACLITUS/ PARMENIDES/ SOFISTEN/ SOCRATES
HERACLITUS (° ca. 543 v.C.)
filosoof da in de oudheid werd voorgesteld als somber
Geschriften zijn donker, moeilijk te doorgronden
Aforisme
o Korte kernachtige uitspraak, spreuken
o Soms ambigue
FILOSOFIE VAN HET WORDEN
‘het worden’ - “alles vloeit, niets blijft.”
o Wat u ziet/ voelt/ ... is de werkelijkheid -> voortdurende verandering/ permanentie
flux (≠ pleidooi voor chaos!)
harmonie van kosmos ligt niet in nautralisatie van tegenstellingen maar, maar juist in de
spanning ertussen: “oorlog is de vader van alle dingen” -> eenheid van tegengestelden
Kosmos eenheid der tegengestelden
o Complemenair
o Lopen over
o Ambigue
Wat voor de een leven brengt, brengt voor de ander dood
Bios = leven
Bios met een ander accent betekent ook boog
o Een boog is buigzaam
o De spanning die consitutief is
= consitutief conflict: permanente zit in permanente verandering
Werkelijkheid is resultaat van voortdurende verandering en voortdurende conflicten
aard vd kosmos = verandering
, Oerelement = vuur: tegengestelden binnen het vuur: verbrand en vernietigd, maar geeft ook
warmte en licht
FRAGMENT 1 (vert. Verhoeven)
“Voor deze gedachtegang, ofschoon die altijd geldig is, blijken de mensen steeds weer vol
onbegrip, zowel voordat zij ervan hebben gehoord als wanneer ze die voor het eerst
horen. Want al verloopt ook alles volgens deze gedachtegang, toch lijken ze op onervarenen, ook
al hebben zij ervaring met zulke woorden en werken, zoals ik die hier uiteenzet, waarbij ik elk
ding naar zijn aard ontleed en te kennen geef hoe het is. Maar het ontgaat de andere mensen
wat zij allemaal doen wanneer zij wakker zijn, zoals zij ook alles vergeten wat zij in hun slaap
doen.”
Gedachtegang geeft weer hoe de werkelijkheid in elkaar zit (logos)
FRAGMENT 30 & 53 (vert. Verhoeven)
“Deze ordening, dezelfde voor alle wezens, is niet gemaakt door iemand van de goden of van de
mensen, maar zij was er altijd, is er en zal er zijn, een eeuwig levend vuur dat volgens zijn maten
ontbrandt en dooft.”
“Oorlog is de vader van alles, de koning van alles.”
ordening = kosmos
o voor hen is de kosmos zonder begin en zonder einde -> geen schepping, geen
begin
PERMENIDAS (ca. 515-ca. 440 v.C.)
Was in de oudheid het tegenovergestelde van Heraclitus
o Was de filosoof van het zijn
Schrijft in de vorm van Homeros
Schrijft verzen
o Peri Physeos
o Bestaat uit 2 delen
Waarheid
Mening
heeft het in zijn werk over een godin
o heeft vaak de functie om te fungeren als een autoriteit
o godin staat niet voor autotriteit, maar voor logos
DE VRAAG: is het of is het niet? (bestaat het of bestaat het niet?)
het is niet en het is noodzakelijk dat het niet is (wat niet bestaat kan niet gedacht worden)
het is en het is niet
het is en het is onmogelijk dat het niet is (alles waarover ik spreek/denk bestaat)
laatste is enige waarheid (het zijnde is en het zijnde is niet)
kritiek van Aristoteles: niet natuurfilosofie maar metafysica
natuurfilosofie: veranderlijke wkh metafysica: onveranderlijke principes
FRAGMENT B2
“Goed. Luister jij naar mijn verhaal, ga er goed mee om, dan zal ik je vertellen over de wegen
die als enige wegen van zoeken te denken zijn.
De ene weg, dat het is en dat niet is niet te zijn,
is een gang van overtuigd zijn, want waarheid volgt daarop.
En de andere weg, dat het niet is en dat het noodzakelijk is niet te
zijn,
die weg is een paadje, laat ik je zien, waarvan helemaal niets te