• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages
Summary

Volledige samenvatting Celbiologie | Moleculaire celbiologie 1 | 1e jaar BLT UCLL |

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 35 pages

In deze samenvatting staat hoofdstuk 1 tot en met 9 van het deel Celbiologie van Moleculaire celbiologie 1. Het werd gegeven door Karolien Van den Bergh. Ik behaalde voor dit vak een 15/20 met behulp van deze samenvatting.

Content preview

MOLECULAIRE CELBIOLOGIE 1 – celbiologie

INLEIDING
➢ Celbiologie
- Biologie: wetenschap van het leven, studie van organismen
➔ Anatomie: orgaan(stelsels)
➔ Histologie: weefsels
➔ Celbiologie (cytologie): cellen
- Cel: kleinste levende eenheid
➔ Prokaryote cellen (bacteriën)
➔ Eukaryoten cellen
- Virus? –> niet als levende organismen beschouwd

➢ Organismen
- Ééncelligen (bv. gisten, bacteriën)
- Meercelligen met gedifferentieerde cellen met specifieke functies

➢ Cellen zijn niet waarneembaar met het blote oog
- Grootte: 5 – 100 µm
- 2 belangrijkste waarnemingsmethoden:
➔ Lichtmicroscoop
 Licht
 Cellulair niveau (0,1 µm)
 Kleuring meestal noodzakelijk
➔ Elektronenmicroscoop
 Elektronenbundels
 Subcellulair niveau (0,1 nm)
 Kleuring niet noodzakelijk
- Andere waarnemingsmethoden
➔ Fluorescentiemicroscoop
➔ Confocale microscoop
➔ …

➢ Soorten cellen
- Bacteriën –> prokaryote cellen
- Dierlijke en plantaardige cellen –> eukaryote cellen

➢ De belangrijkste onderdelen van een (eukaryote) cel
- Celmembraan: scheiding IC – EC milieu
- Cytosol (70% water)
- Celkern: chromosomen met genen
- Mitochondriën: ATP productie
- Endoplasmatische reticulum (ER)
➔ RER (ruw): eiwitsynthese
➔ SER (smooth): cholesterolsynthese en andere
- Golgi-apparaat: transport
- Cytoskelet: stevigheid, beweging
- …

➢ Universele kenmerken van alle cellen
- Aard van chemische stoffen waaruit cellen zijn opgebouwd: proteïnen, polysachariden, lipiden, nucleïnezuren
- Cellulair metabolisme voor opbouw en instandhouding van structuren, basis van alle activiteiten
- Ontstaan uit andere cellen
- Ondergaan minstens 1 deling (sommigen zijn de hele tijd aan het delen




1

,H1: ALGEMENE STRUCTUUR VAN DE CEL
1.1 Indeling van de organismen met een cellulaire opbouw
➢ indeling van Keeling
- 3 domeinen:
➔ Bacteria
➔ Archaea
➔ Eukaryota
- 5 supergroepen (binnen eukaryota):
➔ Unikonta (opisthokonta en amoebozoa)
➔ Excavata
➔ Archaeplastida
➔ Chromalveolata
➔ Rhizaria

1.1.1 Archaea
➢ Oerbacteriën/archaebacteriën
- Leven onder extreme omstandigheden (hoge of lage temperatuur, zout, …)
- Meer dan 200 soorten

1.1.2 Bacteria
➢ Onderscheid obv vorm
- Coccus: rond
➔ Streptococcus: ketenvormig (bv. Streptococcus pneumoniae)
➔ Staphylococcus: trosvormig (bv. Staphylococcus aureus)
- Bacillus: staafvormig
- Spirilus: spiraalvormig (bv. Borrelia burgdorferi (lime))
- Vibrio: kommavormig (bv. Vibrio cholerae (via besmet water, diarree))

➢ Onderscheid obv celwand
- Grampositieve bacteriën
➔ Celwand voornamelijk uit peptidoglycaan
➔ Houdt kristalviolet vast –> paars
➔ Endosporen (bv. Clostridium, Bacillus)
- Gramnegatieve bacteriën
➔ Celwand met dunne laag peptidoglycaan en periplastische ruimte, 2de laag van fosfolipiden, lipopolysacharide (LPS),
lipoproteïnen = endotoxine (toxisch, kan ziekteverschijnselen veroorzaken)
➔ Houdt geen kristalviolet vast –> rood door nakleuring met safranine




➢ Onderscheid obv voedsel
- Heterotrofe bacteriën: moeten organische voedingsstoffen opnemen om te overleven
➔ Parasieten: levend organisme ondervindt nadeel
➔ Saprofieten: op dood materiaal
- Autotrofe bacteriën: zijn zelf in staat om organische stoffen te produceren uit anorganische verbindingen
➔ Foto-autotrofe bacteriën: dmv fotosynthese (bv. Cyanobacteriën)
➔ Chemo-autotrofe bacteriën: dmv bepaalde stoffen uit de omgeving


2

,1.1.3 Eukaryota
➢ Ééncellige unikonta
- Ééncellige eukaryoten die voorkomen als onafhankelijke cellen of als kolonies zonder differentiatie in weefsels
- Voorbeelden van pathogenen:
➔ Trichomonas vaginalis (SOA)
➔ Plasmodium (Malaria)
➔ Trypanosoma (Afrikaanse slaapziekte) –> tseetseevlieg is gastheer
➔ Toxoplasma gondi (Toxoplasmose: gevaarlijk voor zwangere vrouwen)
- Fungi
➔ Heterotroof: leven van organisch materiaal
 Saprofyten (leven van dood materiaal)
 Symbiose (bv. mycorrhiza) = samenleven tussen 2 verschillende soorten
➔ Sommigen pathogeen
➔ 2 verschijningsvormen
 Mycellium –> netwerk van draden/hyfen (veelkernig)
 Vruchtlichaam (soms)
- Animalia
➔ Heterotroof

➢ Archaeplastida (planten)
- Foto-autotroof

➢ Virussen
- Klein (+- 100 nm)
- Altijd pathogeen
- Niet levend, volledig afhankelijk van levende cellen
➔ Geen eigen metabolisme
➔ Geen eigen voortplanting
- Structuur
➔ DNA of RNA
➔ Capside (eiwitmantel)
➔ Soms enveloppe (fosfolipiden), al dan niet met stekeleiwitten (‘spike’ of S-protein)
- Replicatiecyclus:
1. Herkennen gastheer via receptor
2. Penetratie van capside
3. Ontmanteling virus –> vrijzetting DNA/RNA
4. Replicatie DNA/RNA en capside-eiwitsynthese
5. Assemblage nieuwe viruspartikels
6. Vrijzetting viruspartikel (na cytolyse)

1.2 Algemene organisatie van de prokar yote en eukaryote cel
Kenmerken Prokaryoten (bacteriën – archaea) Eukaryoten (fungi – planten – dieren)
Celdiameter Klein, eenvoudige volume-oppervlakte ratio Groter
Cellen Ééncellig/aggregaten Meercellig
Organisatie Niet gecompartimenteerd Gecompartimenteerd in verschillende organellen
Organellen Afwezig Mitochondriën, golgi-apparaat, lysosomen, …
Kern Nucleoïd (DNA) in cytoplasma Echte kern omgeven door dubbele membraan (DNA)
Ribosomen Vrij in cytoplasma Vrij in cytoplasma op gebonden op ER (–> RER)
Flagellen 2 eiwit bouwstenen Complex, meerdere microtubuli
Celwand Meestal aanwezig, complex Indien aanwezig: eenvoudig (enkel bij planten)
Chromosomen 1 cirkelvormig (‘naakt’ DNA) Meerdere lineaire chromosomen met histonen
Celdeling Binaire deling Mitose
Geslachtelijke Geen meiose, soms overdracht van DNA- Gaat samen met meiose, genetische recombinatie
voortplanting fragmenten




3

, H2: DE KERN MET DNA, GENEN EN CHROMOSOMEN EN CELCYLCUS
2.1 De kern of de nucleus
➢ Functie
- Controlecentrum van de cel
- Draagt erfelijke informatie op chromosomen (DNA)
- Aanmaak ribosomen (vanuit nucleolus)
- Draagt bij tot de replicatie (celdeling), aanmaak mRNA (transcriptie) vanaf DNA en van eiwitten (translatie op ribosomen)

➢ Bouw
- Chromatine:
➔ Euchromatine (licht, ontrold, actief) –> transcriptie
➔ Heterochromatine (donker, opgerold, inactief) –> genregulatie, epigenetica, chromosomale integriteit bewaren
➔ Delende cellen: chromosomen (meiose, mitose)
 Bouw:
• Celdeling: gelijke verdeling van DNA –> chromosomen worden gevormd
• 2 chromatiden per chromosoom –> zijn identiek
• 1 DNA-molecule per chromatide
• Centromeer, kinetochoor
• Telomeren
• Korte (p) en lange (q) arm
➔ Histonen (octameer: 8 subeenheden die het geheel tot een bolletje maken waar DNA rond wordt gebonden
–> nucleosoom)
- Nucleolus of kernichaampje:
➔ Geen membraan
➔ Synthese ribosomaal RNA (rRNA)
- Nucleaire envelop:
➔ Binnenste membraan
➔ Perinucleaire ruimte
➔ Buitenste membraan
 Bevat ribosomen
 Continu met RER
- Kernskelet:
➔ Kernfilamenten (bv. nucleaire fibril)
➔ Nucleaire lamine (lamin A/C eiwit)
 SUN en Emirin eiwitten: verankeling van slierten (heterochromatine)
➔ Kernporiëncomplex met kernporie
 (Selectieve) passage mRNA en eiwitten

2.2 De celcyclus
➢ Menselijke lichaam
- Lichaamscellen = somatische cellen (46 chromosomen: diploïd (2n) –> 23 paar homologe chromosomen)
➔ 1 van moeder en 1 van vader
➔ 22 paar autosomen of lichaamschromosomen
➔ 1 paar geslachtschromosomen (X of Y)
 Verdubbeling chromosomen voor deling (= 1 chromosoomduplicatie), één kerndeling (mitose)
- Geslachtscellen = gameten (haploïd (1n) –> 23 chromosomen)
➔ Eicel: 23 (22 + X) chromosomen
➔ Zaadcel: 23 (22 + X/Y) chromosomen
 Versmelting eicel – zaadcel: onstaan 2n zygote (46 chromosomen)
• Slechts 1 chromosoomduplicatie, maar 2 kerndelingen (meiose/reductiedeling)




4

Table of contents

  1. 01 kanten van de celplaat een celmembraan gevormd 6
  2. 02 Begin cytokinese 7
  3. 03 Initiatie – elongatie – terminatie 8
  4. 04  Xenogeen: stamcellen van een andere diersoort (bv. menselijke stamcellen bij een proefdier ingebracht) 10

Document information

Study
Uploaded on
August 4, 2026
Number of pages
35
Written in
2025/2026
Type
Summary
$8.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
10
Followers
0
Items
11
Last sold
2 weeks ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions