Classificatie en diagnose
Een classificatie is geen verklaring voor gedrag
Voordelen van classificatie
- Hulpverleners kunnen beter begrijpen wat er met een kind aan de hand is en hoe ze het
ongeveer kunnen helpen
- Ouders krijgen erkenning dat het niet aan hen als opvoeders ligt bijv. bij ASS
Nadelen van classificatie
- De werkelijkheid van ontwikkelingspsychopathologie is veel ingewikkelder en complexer.
- Gedrag en symptomen zijn vaak moeilijk in te delen (afhankelijk van ernst, duur en
ontwikkeling).
- Het kan stigmatiserend werken: een kind krijgt een “stoornis”-label.
- Steeds meer kinderen krijgen een classificatie, mede omdat dit nodig is voor vergoeding
van behandeling.
- Verschillende problemen komen vaak tegelijk voor (bijv. angst en depressie samen).
- Er wordt onvoldoende gekeken naar de ontwikkeling van het kind.
- Er is te weinig aandacht voor sekseverschillen (bijv. ASS uit zich anders bij meisjes).
- Er wordt weinig rekening gehouden met culturele context.
1
,Een goed diagnostisch proces is heel anders dan een classificatie. Dit vraagt tijd, energie,
kennis en geduld.
2
, Intelligentie en hoogbegaafdheid
Intelligentie: lastig te definiëren, o.a. vermogen om wereld te begrijpen, rationeel te
denken, en problemen op te lossen (toepassen cognitieve vaardigheden zoals
taalvaardigheid, aandacht, geheugen).
- Jouw intelligentie behoort tot jouw als persoon, maar is zeker niet het enige waaraan je
dingen kan meten.
- Intelligentie zegt bijvoorbeeld niet altijd iets over je temperament, hoe open je staat
voor nieuwe ervaringen en hoe je sterk je emotioneel reageert op situaties.
IQ-verdeling
Een verdeling is een ordening (bijvoorbeeld van getallen) binnen een categorie of groep.
Intelligentietesten
- WISC-V is voor kinderen t/m 16 jaar
Bestaat uit de volgende schalen: verbaal begrip, fluide redeneren, visueel-ruimtelijk,
werkgeheugen, verwerkingssnelheid
- WAIS is vanaf 16 jaar
- SON is een non-verbale test voor kinderen.
Een intelligentietest wordt afgenomen op het moment dat een kind achter- of voorloopt in
ontwikkeling, of gedragsproblemen laat zien.
3
, Hoogbegaafdheid
- Verschillende theorieën en visies, maar een eenduidige definitie ontbreekt nog
- Meest gangbaar op dit moment in Nederland: een multidimensionele, dynamische visie;
‘de prestaties van een leerling zijn afhankelijk van aangeboren capaciteiten,
persoonskenmerken en omgevingsfactoren’.
- Eén kenmerk is een hoge intelligentie, IQ > 130, maar dat is niet het enige kenmerk.
- Daarnaast begaafd op minimaal één ander gebied zoals;
o Psychomotorisch, emotioneel, creatief
o Doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid
o Out of the box kunnen denken
- Voorbeeld: jongen met hoge intelligentie, maar zeer perfectionistisch waardoor hij
faalangst ontwikkeld, die opgroeit in een gezin waar ouders psychische problemen
hebben en daardoor onvoldoende ruimte hebben om hem te begeleiden. Daar zal een
andere uitcome zijn, in vergelijking met een jongen met een hoge intelligentie, die een
sterk doorzettingsvermogen heeft en daarnaast gestimuleerd wordt door zijn ouders en
die op een school zit, waar al van jongs af aan herkend wordt dat hij hoge capaciteiten
heeft en daardoor van jongs af aan in een plusklas terechtkomt en uitgedaagd wordt.
Theorie van Gagné
- Je hebt aanleg voor vaardigheden. Die kunnen tot uiting komen in je leven. De interactie
van een kind met de omgeving faciliteert deze uiting: de omgeving kan de uiting van
capaciteiten beperken of stimuleren.
- Daarnaast ook nog de mate waarin je in aanraking komt met bepaalde activiteiten en
mogelijkheden om je daadwerkelijk te ontwikkelen. Dat maakt uiteindelijk hoe je je
uiteindelijke competenties kunt ontwikkelen, op verschillende gebieden, zoals
academisch, technisch, in de kunsten, sportief etc.
- Gagné legt dus nadruk op de interactie.
- Bijv. je kan talent hebben voor basketballen maar als je dit nooit oefent word je hier ook
niet goed in
Theorie van Renzulli
- Dit drieringenmodel geeft aan dat hoogbegaafdheid een
interactie is; alleen IQ/cognitieve vermogens is niet
voldoende, maar ook andere factoren; zoals die
taakgerichte toewijding; ergens helemaal voor kunnen gaan,
en een enorme creativiteit om ook iets te doen met die
cognitieve vermogens.
4