WAT IS POLITIEK?
Alles wat te maken heeft met sturen samenleving
1.Polis=samenleving
2. nood aan sturing –diversiteit( andere voorkeuren of visie), schaarste (tijd en
energie)
VARIATIES
Territoriaal (staat, regio, gemeenten,..) <->Niet- territoriaal ( vereniging, Rooms-
Katholieke kerk,...)
-> Ook verschil in inhoud
Bv. verschuivende grenzen in politiek (minimale diensten tot een uitgebreide
verzorgingsstaat)
En reikwijdte (nieuwe onderwerpen zoals sociale media, meer inzet tegen
eenzaamheid,...)
RECHTWETENSCHAP
Burgerlijk recht ( onderlinge verhouding tussen burgers)
Bv. Huwelijken, arbeidovereenkomsten, huurcontract woning of auto
Politiek Recht ( Artikel 145 Belgische grondwet-niet kennen= relaties tussen
burger en overheid)
Socio-economisch recht ( steun vd staat naar zijn burgers) bv op financieel vlak,
inzet voor milieu,...
Politisering: een thema onderwerp van politieke sturing
Het herdefiniëren van “privaat” en “publiek”
Persoonlijke ervaringen kunnen obstakels zijn voor meerdere leden vd
samenleving
Bv. Eenzaamheid bij ouderen,...
Depolitisering : het “politiek karakter” wegnemen van iets
Vb. Kritiek op seksisme wet ( moesten geen specifieke regels zijn volgens
samenleving)
-> voorgesteld om dit met individuen onder elkaar op te lossen ipv via politiek
Vormen en regimes -> zie enkele vb op slide 27 van les 1 (komt later aanbod)
BELANGRIJK BIJ POLITICOLOGIE
Intellectuele distantie
, 1. Gevaar van bias ( vooringenomenheid)
Je kan hiermee omgaan door de twijfel te accepteren
2. Data systematisch verzamelen en analyseren
3. Bewuste keuzen van technieken
4. Openheid en transparantie
INSTRUMENTEN VD POLITICOLOGIE
1. Concepten ( afbakenen van begrippen), zijn gevallen van breder
fenomeen
Vb. Democratie( er is geen perfecte democratie, de praktijk is
imperfect)
2. Modellen ( reduceren vd empirische complexiteit)
-in kaart brengen van verbanden,fenomenen, gedragingen
Vb. Landkaart
Ander vb. Easton’s Model ( politiek systeem)
kringloopmodel: openbaar bestuur= open systeem dat inputs omzet
in output
3. Theorieën ( uitspraken over relaties tussen variabelen a en b)
Vb. Over stemgedrag, ontstaan aarde,....
LES 2.Staat en Macht
Macht= centraal concept politicologie
Zonder macht geen samenleving -> nood aan orde ( afspraken + regels)
Welke rol heeft de bevolking?
Regels zijn divers: Formeel (Wetten, decreten, reglementen,…)
,Informeel: Normen,standaarden,afspraken,…
Regels zijn dwingend- gebruik v macht ( ongeacht manier totstandkoming regel)
Max Weber : Typologie v gezagsvormen
1.Traditioneel ( traditie+ gewoonte)
2. Charismatisch ( verbonden aan de persoonlijkheid vd machtshebber)
-> afhankelijk sociale processen ( charisma, aura)
3.Rationeel-legaal ( respect v regels)
-> autoriteit ( politie, leger)
Onderlinge relatie ( historische evolutie naar rationeel legaal gezag, wel
verstrengeld in
vb .monarchie
Visie v Macht= mogelijkheid om wil op te leggen aan anderen
Gezag :uitoefening macht die in de praktijk aanvaard word =Duurzame macht:
want vraagt weinige actieve machtsuitoefening (vb. rookverbod restaurant)
Legitimiteit (gezag dat rechtvaardig is)
1. Descriptieve ( empirisch verifieerbaar, observeren feitelijke situatie) word
een beslissing aanvaard?
2. Normatieve (theoretische/filosofische beoordeling; bevraagt de
grondslagen en rechtvaardiging v gezag) voldoet een beslissing aan
normen?
Macht= een vermogen ( een mogelijkheid)- vereist niet altijd zichtbaar gebruik v
macht
Gezag steunt op descriptieve legitimiteit( maar betekent niet noodzakelijk dat
iedereen regels ook normatief legitiem vindt (vb. burgerlijke ongehoorzaamheid
tegen politie)
Hoe macht meten?
Robert Dahl
Visie v macht= het feit dat actor A de mogelijkheid heeft om ervoor te zorgen da
actor B een handeling verricht
Macht als vermogen: macht als kenmerk v sociale ( en formele) relaties ( je kan
geweld/dwang veronderstellen bij niet-naleving
Klemtoon op conflict en onvertoonbaar gedrag ( vb op slide 22)
We zien een verschil tussen
1.Zichtbare macht ( zie Dahl) ( mogelijkheid beslissingen en bevelen
geven(politie man)
, 2.Onzichtbare macht ( mogelijkheid om de agenda/uitkomst mee te bepalen)
-focus op conflict en uitkomst vd besluitvorming is te beperkende
Steven Lukes-Power.A radical view( zie slide 26)
Kritiek, naast agenda-setting zijn er vromen v macht die niet terug leiden naar
personen en of handelingen
Diffuse macht= macht die niet te herleiden is tot concrete actoren, maar door
manier v politiek systeem( vb. zie slide 25)
Culturele-Ideologische hegemonie ( bepaalde ideeën zijn
normaal/vanzelfsprekend, Dominante ideeën weerspiegelen belangen v
dominante groepen )
->Wijst op latente conflicten ( conflicten die onder de radar blijven)
Michel Foucault ( Macht als Circulair)
- Macht is geen 1richtingsproces of exclusieve bezit v machthebbers
- Macht en machtsrelaties zijn nooit helemaal stabiel ( mogelijkheid tot
verzet v burgers)
Centraliteit vd staat
Staat= vaste structuur, heeft een territorium waarover het soeverein stuurt en is
een publieke instelling die zich onderscheidt vd rest vd gemeenschap (kan
belastingen heffen, personeel rekruteren,…)
Proces staatvorming (zie ook slide 33); niet altijd zelfde volgorde
1. concentratie machtsmiddelen
2. Legitimering
3. de-personalisering v gezag ( opvolging v premier/president,…)
4. Homogenisering ( taal,recht, culuur, praktijken)
5. Eigen regels ( de Grondwet)
= moderne natie-staat
Wanneer staten niet overleven, komt dit vaak door een van deze stappen
Orde en het belang van afdwingbare regels (veel dwangmiddelen vb leger)
Monopolie op legitiem geweld ( geweld is onderhevig aan regels -> laatste
redmiddel)
Burgers en private organisaties mogen geen geweld gebruiken
De grondwet heeft diverse functies
1 De staat definiëren, territorium waarover het stuurt
2 instellingen en hun werking vastleggen ( trias politica, rol grondwettelijk hof)
3 Rechtsstaat, individuele vrijheden en rechten verzekeren