Samenvatting 1: inleiding
Wat blijkt? Cupido
- Cupido werkt met een soort-zoekt-soortgedrag, vooral op vlak van:
o Leeftijd
o Religiositeit
o Scholing
- Verliefdheid wordt sociaal bepaald
o Gemeenschappelijkheid → minder risico op conflicten
o Sociale druk van omgeving
- We laten ons leiden door maatschappelijke regels en normen in het zoeken naar een
partner (de vrouw mag niet groter zijn dan de man)
Waarom sociologie in de opleiding SRW
Theoretisch belang
- De mens is een sociaal wezen
o Een kind maakt altijd deel uit van een context, een gezin, familie, buurt,
vriendenkring, samenleving…
- De sociale dimensie (zowel structuur als cultuur) beïnvloedt de mens
- Doel = de structurele en culturele bepaaldheid van het menselijk handelen inzien
o Kijken naar structuren in de maatschappij: de gelaagdheid: wie wordt er meer
of minder gewaardeerd in de groep, hoe zit de structuur van het onderwijs in
elkaar?
- Geen sociaal determinisme, wel sociale conditionering
o = welke context bepaalt het gedrag van personen, persoon wordt in het
maken van keuze beïnvloed door de context (door de maatschappij)
o Sociale beïnvloeding, maar toch ook ruimte voor persoonlijke
verantwoordelijkheid.
Praktisch belang
- Maatschappelijke problemen door een sociologische bril bekijken → tot mogelijke
verklaringen (en eventueel oplossingen) komen
- Doel = hulpvraag in sociale context plaatsen, bekijken in bredere context. Het
individueel probleem in onderliggende noemer plaatsen.
- Scheiding = wanneer je feitelijk samenwoont en dan uit elkaar gaan
- Echtscheiding = wanneer je feitelijk gaat samenwonen en dan uit elkaar gaat
1
,Toepassing
‘ Hoe kunnen we verklaren dat jongens het minder goed doen in ons onderwijs dan meisjes?’
- Mogelijke verklaringen:
o Biologische verklaring: geen bewijs dat een geslacht slimmer is dan andere:
wel verschil in tijdsstip pubertijd.
o Culturele en sociale aspecten (sociologische verklaringen)
▪ Typisch vrouwelijke kenmerken worden meer gewaardeerd in de klas
(orde, stiptheid, stil zijn…)
▪ Genderstereotypen: ‘goed werken voor school is voor mietjes’, druk
om te voldoen aan gendernormen is groter bij jongens en bij jongens
uit de lage klasse nog meer. Jongens die zich niet meer aan
gendernormen houden, voelen zich beter in hun vel.
▪ Ook leerkrachten reageren vaak genderstereotiepp: jongens worden 3
keer meer berispt, terwijl ze maar 1,25 keer meer de les verstoren.
o Leerkrachten gedragen zich heel stereotiepp tegenover hun leerlingen →
gaan feller reageren op jongens → jongens voelen hun minder goed in hun
vel op vlak van onderwijs.
Kritische kijk
- ‘The first wisdom of sociology is this: things are not what they seem’ (Berger)
- Niet zomaar aannemen wat er gezegd wordt
- Voorbeeld mythe = the American dream
o Wie talent heeft en hard werkt, zal succesvol zijn → onderzoek Putnam:
droom is niet voor iedereen toegankelijk
2
, Samenvatting 2: sociologie, een poging tot definitie
Definitie: wat is sociologie?
- Geen eenduidige definitie
- 3 belangrijkste elementen in de definitie:
o Het is een wetenschap
o Van sociaal handelen (tussen mensen)
o Vaste gedragspatronen
- Sociologie is een samenstelling van:
o Socius (Latijn voor ‘metgezel’) / sociates (samenleving)
o Logos (Grieks woord voor ‘wetenschap’)
- Voorlopige definitie = wetenschap van de menselijke samenlevingen
- Sociologie bestudeert de sociale werkelijkheid
Wetenschapskennis versus ervaringskennis
Ervaringskennis Wetenschapskennis
Beperkt Onbeperkt, aselect
Absoluut Altijd aanvechtbaar
Moeilijk verwoordbaar Perfect mededeelbaar
Gericht op het totale object Aspectueel
Strikte voorwaarden bij verzamelen,
verwerken en analyseren van gegevens
(geldigheid en betrouwbaarheid)
Ervaring:
- Absoluut = je bent zeker van wat je zelf ervaart
- Moeilijk verwoordbaar = het is niet altijd makkelijk om te verwoorden wat je voelt of
ervaart
- Focust zich niet op 1 ding
- Subjectief, het hangt af van de persoon
Wetenschap:
- Niet subjectief, moet objectief zijn
- Onbeperkt, streeft naar onbeperktheid
- Het wil generaliseren = uitspraken doen die gelden voor een hele groep
- Altijd aanvechtbaar = elementen in vraag stellen om te kijken of het wel klopt
- Perfect mededeelbaar = ze hebben een vakjargon, maakt het makkelijker om het op
papier te zetten of om het uit te leggen aan elkaar
- Gaat zich specialiseren op een bepaald aspect
3
, - Wetenschapskennis vertrekt vanuit onderzoekscyclus
- Oriënteren kan op basis van ervaringsdeskundigheid zijn
Sociale wetenschappen versus natuurwetenschappen
- Onderzoekselementen: identiek versus verschillend
o Onderzoekselementen = hetgene dat je onderzoekt
o Zijn verschillend bij de sociale wetenschappen
- Wetmatigheden: overal geldig (universeel) versus niet universeel
o Elke wetenschap gaat op zoek naar wetmatigheden
o Natuurwetenschappen = zijn overal geldig, universeel (zwaartekracht)
o Sociale wetenschappen = wetmatigheden zijn niet identiek, ze kunnen sterk
verschillen van samenleving tot samenleving (niet universeel)
- Onderzoeker: buiten het onderzoeksveld versus deel van het veld
o Discussie: is sociologie 100% objectief, neutraal en waardevrij?
▪ Wat met een onderzoeker die onderzoek doet naar de gevolgen van
een echtscheiding die zelf gescheiden is?
Onderscheid tussen sociologie en andere sociale wetenschappen
- Er zijn verschillende menswetenschappen (zie overzicht vorige pagina)
- Hebben dingen gemeen:
o Studieobject: de mensen, individuen, de mensensamenleving
o De zoektocht naar wetmatigheden
o Wetenschappelijke analyse
Waar ligt het verschil tussen sociologie en andere menswetenschappen
- Sociologie kijkt vanuit de samen-leving naar menselijk gedrag, vanuit de sociale
structuur en cultuur en probeert zo het menselijk gedrag te verklaren.
- Sociologie heeft oog voor vaste gedragspatronen. Minder aandacht voor het
particuliere, het hoogst persoonlijke.
- Is niet hetzelfde als psychologie: kijkt naar het menselijk gedrag vanuit persoonlijke
factoren. In de maatschappij groeiende nadruk hierop (=psychologisering)
- Interdisciplinariteit !!!!
o Als je aan de slag gaat met mensen moet je vanuit verschillende invalshoeken
aan de slag gaan met hen.
- Socioloog kijkt niet naar persoonlijkheidsfactoren, maar naar factoren in de context
4
Wat blijkt? Cupido
- Cupido werkt met een soort-zoekt-soortgedrag, vooral op vlak van:
o Leeftijd
o Religiositeit
o Scholing
- Verliefdheid wordt sociaal bepaald
o Gemeenschappelijkheid → minder risico op conflicten
o Sociale druk van omgeving
- We laten ons leiden door maatschappelijke regels en normen in het zoeken naar een
partner (de vrouw mag niet groter zijn dan de man)
Waarom sociologie in de opleiding SRW
Theoretisch belang
- De mens is een sociaal wezen
o Een kind maakt altijd deel uit van een context, een gezin, familie, buurt,
vriendenkring, samenleving…
- De sociale dimensie (zowel structuur als cultuur) beïnvloedt de mens
- Doel = de structurele en culturele bepaaldheid van het menselijk handelen inzien
o Kijken naar structuren in de maatschappij: de gelaagdheid: wie wordt er meer
of minder gewaardeerd in de groep, hoe zit de structuur van het onderwijs in
elkaar?
- Geen sociaal determinisme, wel sociale conditionering
o = welke context bepaalt het gedrag van personen, persoon wordt in het
maken van keuze beïnvloed door de context (door de maatschappij)
o Sociale beïnvloeding, maar toch ook ruimte voor persoonlijke
verantwoordelijkheid.
Praktisch belang
- Maatschappelijke problemen door een sociologische bril bekijken → tot mogelijke
verklaringen (en eventueel oplossingen) komen
- Doel = hulpvraag in sociale context plaatsen, bekijken in bredere context. Het
individueel probleem in onderliggende noemer plaatsen.
- Scheiding = wanneer je feitelijk samenwoont en dan uit elkaar gaan
- Echtscheiding = wanneer je feitelijk gaat samenwonen en dan uit elkaar gaat
1
,Toepassing
‘ Hoe kunnen we verklaren dat jongens het minder goed doen in ons onderwijs dan meisjes?’
- Mogelijke verklaringen:
o Biologische verklaring: geen bewijs dat een geslacht slimmer is dan andere:
wel verschil in tijdsstip pubertijd.
o Culturele en sociale aspecten (sociologische verklaringen)
▪ Typisch vrouwelijke kenmerken worden meer gewaardeerd in de klas
(orde, stiptheid, stil zijn…)
▪ Genderstereotypen: ‘goed werken voor school is voor mietjes’, druk
om te voldoen aan gendernormen is groter bij jongens en bij jongens
uit de lage klasse nog meer. Jongens die zich niet meer aan
gendernormen houden, voelen zich beter in hun vel.
▪ Ook leerkrachten reageren vaak genderstereotiepp: jongens worden 3
keer meer berispt, terwijl ze maar 1,25 keer meer de les verstoren.
o Leerkrachten gedragen zich heel stereotiepp tegenover hun leerlingen →
gaan feller reageren op jongens → jongens voelen hun minder goed in hun
vel op vlak van onderwijs.
Kritische kijk
- ‘The first wisdom of sociology is this: things are not what they seem’ (Berger)
- Niet zomaar aannemen wat er gezegd wordt
- Voorbeeld mythe = the American dream
o Wie talent heeft en hard werkt, zal succesvol zijn → onderzoek Putnam:
droom is niet voor iedereen toegankelijk
2
, Samenvatting 2: sociologie, een poging tot definitie
Definitie: wat is sociologie?
- Geen eenduidige definitie
- 3 belangrijkste elementen in de definitie:
o Het is een wetenschap
o Van sociaal handelen (tussen mensen)
o Vaste gedragspatronen
- Sociologie is een samenstelling van:
o Socius (Latijn voor ‘metgezel’) / sociates (samenleving)
o Logos (Grieks woord voor ‘wetenschap’)
- Voorlopige definitie = wetenschap van de menselijke samenlevingen
- Sociologie bestudeert de sociale werkelijkheid
Wetenschapskennis versus ervaringskennis
Ervaringskennis Wetenschapskennis
Beperkt Onbeperkt, aselect
Absoluut Altijd aanvechtbaar
Moeilijk verwoordbaar Perfect mededeelbaar
Gericht op het totale object Aspectueel
Strikte voorwaarden bij verzamelen,
verwerken en analyseren van gegevens
(geldigheid en betrouwbaarheid)
Ervaring:
- Absoluut = je bent zeker van wat je zelf ervaart
- Moeilijk verwoordbaar = het is niet altijd makkelijk om te verwoorden wat je voelt of
ervaart
- Focust zich niet op 1 ding
- Subjectief, het hangt af van de persoon
Wetenschap:
- Niet subjectief, moet objectief zijn
- Onbeperkt, streeft naar onbeperktheid
- Het wil generaliseren = uitspraken doen die gelden voor een hele groep
- Altijd aanvechtbaar = elementen in vraag stellen om te kijken of het wel klopt
- Perfect mededeelbaar = ze hebben een vakjargon, maakt het makkelijker om het op
papier te zetten of om het uit te leggen aan elkaar
- Gaat zich specialiseren op een bepaald aspect
3
, - Wetenschapskennis vertrekt vanuit onderzoekscyclus
- Oriënteren kan op basis van ervaringsdeskundigheid zijn
Sociale wetenschappen versus natuurwetenschappen
- Onderzoekselementen: identiek versus verschillend
o Onderzoekselementen = hetgene dat je onderzoekt
o Zijn verschillend bij de sociale wetenschappen
- Wetmatigheden: overal geldig (universeel) versus niet universeel
o Elke wetenschap gaat op zoek naar wetmatigheden
o Natuurwetenschappen = zijn overal geldig, universeel (zwaartekracht)
o Sociale wetenschappen = wetmatigheden zijn niet identiek, ze kunnen sterk
verschillen van samenleving tot samenleving (niet universeel)
- Onderzoeker: buiten het onderzoeksveld versus deel van het veld
o Discussie: is sociologie 100% objectief, neutraal en waardevrij?
▪ Wat met een onderzoeker die onderzoek doet naar de gevolgen van
een echtscheiding die zelf gescheiden is?
Onderscheid tussen sociologie en andere sociale wetenschappen
- Er zijn verschillende menswetenschappen (zie overzicht vorige pagina)
- Hebben dingen gemeen:
o Studieobject: de mensen, individuen, de mensensamenleving
o De zoektocht naar wetmatigheden
o Wetenschappelijke analyse
Waar ligt het verschil tussen sociologie en andere menswetenschappen
- Sociologie kijkt vanuit de samen-leving naar menselijk gedrag, vanuit de sociale
structuur en cultuur en probeert zo het menselijk gedrag te verklaren.
- Sociologie heeft oog voor vaste gedragspatronen. Minder aandacht voor het
particuliere, het hoogst persoonlijke.
- Is niet hetzelfde als psychologie: kijkt naar het menselijk gedrag vanuit persoonlijke
factoren. In de maatschappij groeiende nadruk hierop (=psychologisering)
- Interdisciplinariteit !!!!
o Als je aan de slag gaat met mensen moet je vanuit verschillende invalshoeken
aan de slag gaan met hen.
- Socioloog kijkt niet naar persoonlijkheidsfactoren, maar naar factoren in de context
4