Samenvatting Kritisch Redeneren hoofdstuk 2
2.1 Het innemen van een standpunt
Drie soorten standpunten:
1. positief standpunt: je bent voor
2. negatief standpunt: je bent tegen
3. neutraal standpunt: je weet nog niet of je voor of tegen bent, (je wilt er eerst meer over
weten)
Bij het uiten van een standpunt staat zelden de aannemelijkheid vast.
2.2 Hoe herken je standpunt en argumenten?
Signaalwoorden die vaak aan een standpunt of stelling voorafgaan zijn standpuntindicatoren.
Voorbeelden: dus, daarom, immers, vandaar, hieruit volgt, concluderend.
Een signaalwoord dat voorafgaat aan een argument zijn argumentindicatoren
Voorbeelden: sinds, want, omdat, om de volgende redenen.
Veelvoorkomende standpunt- en argumentindicatoren:
- Standpunt… is bewezen door argument ...
- Standpunt… volgt uit argument …
- Standpunt.... wordt geïmpliceerd door argument ....
Veelvoorkomende argument- en standpuntindicatoren:
- Argument … laat zien dan standpunt …
- Argument … wijst op standpunt …
- Argument … bewijst dat standpunt …
- Argument … hieruit volgt dat standpunt ....
- Argument … houdt in dat standpunt …
- Argument … impliceert dat standpunt …
- Argument … geeft ons reden om aan te nemen dat standpunt …
Als er geen standpunt en/of argumentindicatoren zijn kan je het standpunt en argument
opsporen door het volgende stappenplan:
1. Om te beginnen schrijf je alle uitspraken op en zet ze onder elkaar
2. Vervolgens maak je van elke uitspraak om de beurten het standpunt van de tekst met
behulp van de standpuntindicator ‘dus’. De overige uitspraken krijgen de rol van
argument en moeten laten zien dat ze als onderbouwing kunnen functioneren voor de
uitspraak die als standpunt dient.
2.3 Verschillende typen argumentaties
2.1 Het innemen van een standpunt
Drie soorten standpunten:
1. positief standpunt: je bent voor
2. negatief standpunt: je bent tegen
3. neutraal standpunt: je weet nog niet of je voor of tegen bent, (je wilt er eerst meer over
weten)
Bij het uiten van een standpunt staat zelden de aannemelijkheid vast.
2.2 Hoe herken je standpunt en argumenten?
Signaalwoorden die vaak aan een standpunt of stelling voorafgaan zijn standpuntindicatoren.
Voorbeelden: dus, daarom, immers, vandaar, hieruit volgt, concluderend.
Een signaalwoord dat voorafgaat aan een argument zijn argumentindicatoren
Voorbeelden: sinds, want, omdat, om de volgende redenen.
Veelvoorkomende standpunt- en argumentindicatoren:
- Standpunt… is bewezen door argument ...
- Standpunt… volgt uit argument …
- Standpunt.... wordt geïmpliceerd door argument ....
Veelvoorkomende argument- en standpuntindicatoren:
- Argument … laat zien dan standpunt …
- Argument … wijst op standpunt …
- Argument … bewijst dat standpunt …
- Argument … hieruit volgt dat standpunt ....
- Argument … houdt in dat standpunt …
- Argument … impliceert dat standpunt …
- Argument … geeft ons reden om aan te nemen dat standpunt …
Als er geen standpunt en/of argumentindicatoren zijn kan je het standpunt en argument
opsporen door het volgende stappenplan:
1. Om te beginnen schrijf je alle uitspraken op en zet ze onder elkaar
2. Vervolgens maak je van elke uitspraak om de beurten het standpunt van de tekst met
behulp van de standpuntindicator ‘dus’. De overige uitspraken krijgen de rol van
argument en moeten laten zien dat ze als onderbouwing kunnen functioneren voor de
uitspraak die als standpunt dient.
2.3 Verschillende typen argumentaties