Deel 1: Verworven: motorische spraakstoornissen
Hoofdstuk 1: Algemene beschouwingen in de behandeling van motorische spraakstoornissen
1.1 Leerdoelen
Na dit hoofdstuk ben je in staat om:
- De drie benaderingen in de behandeling van motorische spraakstoornissen (MSS’en) te begrijpen en
toe te lichten:
o De medische benadering
o De prothetische benadering
o De gedragsinterventie
- De beïnvloedende variabelen die gerelateerd zijn aan de doeltreffendheid van een
gedragsinterventie bij MSS’en te begrijpen en toe te lichten.
- De neurale herstelmechanismen, neurale reactivatie en neurale aanpassing (reorganisatie en
compensatie) en hun bijhorende therapiebenaderingen (stimulatie/facilitatietherapie en
strategietraining waaronder faciliterende strategietraining en adaptieve strategietraining) te
begrijpen en toe te lichten.
- De motorische leerprincipes en de toepassing ervan in de spraakmotorische therapie te begrijpen en
toe te lichten.
1.2 Inleiding
- Het gesproken woord is de natuurlijke en unieke vorm van menselijke communicatie in het dagelijks
leven.
o Hoewel communiceren via spraak voor ons vanzelfsprekend lijkt, is spreken een complex
gedrag dat de betrokkenheid van een netwerk van concurrerende verwerkingsprocessen in
onze hersenen integreert:
• Talige processen:
Ideeën omzetten in woorden, zinnen, een verhaal.
• Cognitieve processen:
Aandacht en concentratie, geheugen en executieve vaardigheden.
• Sensori-motorische processen:
De sensori-motorische processen van spraak verwijzen naar de interactie tussen:
▪ De zintuigelijke verwerking van spraak:
Voornamelijk auditief maar ook tactiel en proprioceptief.
▪ De motorische verwerking van spraak:
Planning en programmering, controle en uitvoering van spraak.
o Tijdens de spraakontwikkeling in de eerste levensjaren leren deze verwerkingsprocessen
samenwerken door een voortdurende uitwisseling van sensorische en motorische info
afkomstig van spraakbewegingen en spraakgeluiden.
- Door intacte sensori-motorische processen zijn we in staat om woorden en zinnen vloeiend en
accuraat uit te spreken in een opeenvolging van spraakklanken.
Hiervoor wordt de opeenvolging van spraakklanken in syllaben:
o Zorgvuldig gepland en geprogrammeerd in concrete spierinstructies
o Worden de spraakbewegingen haarfijn uitgevoerd, gecoördineerd en eventueel bijgestuurd.
o Hersenschade of schade aan de craniale zenuwen kan de sensori-motorische verwerking van
de spraak aantasten waardoor een motorische spraakstoornis ontsaat, spraakapraxie of
dysartrie.
1
, - Het verlies aan spraakverstaanbaarheid in de communicatie gaat gepaard met het psychosociaal
functioneren van de persoon met een motorische spraakstoornis.
o Hoe kunnen we als logo:
• De gestoorde sensorimotorische processen ten gevolge van neurologische schade
maximaal beïnvloeden? (functieniveau)
• De spraakverstaanbaarheid maximaliseren? (activiteiten)
• De mondelinge communicatie maximaliseren? (activiteiten)
• De participatie maximaliseren? (participatie)
• Het psychosociaal functioneren positief beïnvloeden? (participatie, omgevings- &
persoonsgebonden)
o Therapie bij motorische spraakstoornissen:
• Hindernissen:
▪ Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
▪ Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal
welbevinden
▪ Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
1.3 Managementbenaderingen
Managementbenaderingen:
- Motorische spraakstoornissen hebben geen eenduidige benadering in de behandeling.
- De MSS verschillen in:
o Ernst
o Onderliggende pathofysiologie (afwijkende fysiologische processen, zoals hypokinesie,
hyperkinesie, spierzwakte, spasticiteit, incoördinatie, gestoorde spraakplanning en -
programmering)
o Specifieke spraakkarakteristieken (ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie)
o Multiple begeleidende factoren die de beslissingen in de behandeling beïnvloeden
(bijvoorbeeld prognose, etiologie, mate van onbekwaamheid, sociale beperkingen, omgeving,
communicatienoden)
- Voor elke persoon met een MSS wordt de keuze voor een interventie individueel en op maat
gemaakt, aangepast aan de individuele noden en de noden van de omgeving.
We volgen de verdeling in managementbenaderingen volgens duffy:
o Medische benadering
o Prothetische benadering
o Gedragsinterventie
2
,1.3.1 Medische benadering
- Vanuit medisch standpunt kan er chirurgisch of met het toedienen van medicatie ingegrepen
worden.
o Medicatie kan genezend werken door op de onderliggende ziekte in te werken (bvb in geval
van infecties). Hierdoor klaart de spraakstoornis op wanneer de onderliggende ziekte
geneest.
• Medicatie die wordt toegediend bij neurologische aandoeningen kunnen ook het
spreken gunstig beïnvloeden.
• Sommige medicatie kunnen ook neveneffecten vertonen en symptonen van bvb
dysartrie verslechteren.
Voordat een gedragsinterventie met spraaktherapie wordt gestart is het dus belangrijk om
als clinicus te weten of:
• De persoon met een MSS medicatie neemt die de spraak zou kunnen verbeteren
en/of beïnvloeden
• Er gepland werd om medicatie op te starten
• Medicatie toegediend en stopgezet werd
Samenwerking met de arts is dus belangrijk.
o Chirurgie wordt bvb toegepast in de aanwezigheid van een tumor, een aneurysma,…
• De oorzaak van de neurologische problemen wordt in dit geval direct aangepakt.
• Soms worden de spraaksymptonen hiermee opgelost, verbeterd, gestabiliseerd of
verslechterd.
1.3.2 Prothetische benadering
- De prothetische benadering verwijst naar het gebruik van mechanische en elektronische
hulpmiddelen.
o Sommige hulpmiddelen verbeteren de spraak en de verstaanbaarheid, andere versterken of
vervangen de mondelinge communicatie.
1.3.3 Gedragsinterventie
- De gedragsinterventie omvat alle interventies die niet alleen medisch en/of prothetisch gericht zijn.
o Spraaktherapie wordt toegepast bij het grootste deel van de populatie met een MSS in
vergelijking met de medische en de prothetische benadering.
o Spraaktherapie stelt altijd als doel om de communicatie te maximaliseren met de strategie
die de meest natuurlijke en effectieve resultaten oplevert.
• Voor de meeste personen betekent dit dat de therapie spraak georiënteerd is en dat
de spraak direct aangepakt wordt.
o Spraaktherapie kan daarnaast ook communicatie georiënteerd zijn of spraak- en
communicatie georiënteerd zijn.
3
, 1.4 Therapiedoelen en beïnvloedende variabelen
1.4.1 Therapiedoelen
Therapiedoelen:
- Het doel van de behandeling van MSS richt zich op het maximaliseren van de communicatie en
hiermee op het verbeteren van het welbevinden van de persoon met een MSS.
o De behandeling benadrukt het verbeteren van de spraakverstaanbaarheid, begrijpelijkheid,
efficiëntie en de natuurlijkheid van het spreken.
o Deze verbeteringen kunnen via spreektaken, maar ook door het inzetten van hulpmiddelen
bereikt worden.
o Spraaktherapie is dus hoofdzakelijk gedragsmatig georiënteerd
- Om de maximale efficiëntie, de maximale effectiviteit en de maximale natuurlijkheid van de
communicatie te bereiken, worden er dus inspanningen gevraagd die één of meerdere richtingen
uitgaan.
Zo zal bvb in het geval van een milde aanwezigheid van een MSS, de spreekefficiëntie en de
natuurlijkheid van het spreken benadrukt worden.
o De therapeut richt zich dan op het maximaliseren van de vooruitgang in de spraakmotorische
productie ten aanzien van de vloeiendheid en de accuraatheid in het spreken die gemeten
wordt tijdens de verwervingsfase, retentiefase en de generalisatiefase.
- In het geval van een ernstige MSS zal de therapie zich richten op het gebruik van efficiëntie en
effectieve alternatieve manieren van communiceren.
o De therapiekeuzes hangen samen met de keuze voor het reactiveren, compenseren of
adapteren van de gestoorde functie.
o Therapie is ook counseling en ondersteuning!
4
Hoofdstuk 1: Algemene beschouwingen in de behandeling van motorische spraakstoornissen
1.1 Leerdoelen
Na dit hoofdstuk ben je in staat om:
- De drie benaderingen in de behandeling van motorische spraakstoornissen (MSS’en) te begrijpen en
toe te lichten:
o De medische benadering
o De prothetische benadering
o De gedragsinterventie
- De beïnvloedende variabelen die gerelateerd zijn aan de doeltreffendheid van een
gedragsinterventie bij MSS’en te begrijpen en toe te lichten.
- De neurale herstelmechanismen, neurale reactivatie en neurale aanpassing (reorganisatie en
compensatie) en hun bijhorende therapiebenaderingen (stimulatie/facilitatietherapie en
strategietraining waaronder faciliterende strategietraining en adaptieve strategietraining) te
begrijpen en toe te lichten.
- De motorische leerprincipes en de toepassing ervan in de spraakmotorische therapie te begrijpen en
toe te lichten.
1.2 Inleiding
- Het gesproken woord is de natuurlijke en unieke vorm van menselijke communicatie in het dagelijks
leven.
o Hoewel communiceren via spraak voor ons vanzelfsprekend lijkt, is spreken een complex
gedrag dat de betrokkenheid van een netwerk van concurrerende verwerkingsprocessen in
onze hersenen integreert:
• Talige processen:
Ideeën omzetten in woorden, zinnen, een verhaal.
• Cognitieve processen:
Aandacht en concentratie, geheugen en executieve vaardigheden.
• Sensori-motorische processen:
De sensori-motorische processen van spraak verwijzen naar de interactie tussen:
▪ De zintuigelijke verwerking van spraak:
Voornamelijk auditief maar ook tactiel en proprioceptief.
▪ De motorische verwerking van spraak:
Planning en programmering, controle en uitvoering van spraak.
o Tijdens de spraakontwikkeling in de eerste levensjaren leren deze verwerkingsprocessen
samenwerken door een voortdurende uitwisseling van sensorische en motorische info
afkomstig van spraakbewegingen en spraakgeluiden.
- Door intacte sensori-motorische processen zijn we in staat om woorden en zinnen vloeiend en
accuraat uit te spreken in een opeenvolging van spraakklanken.
Hiervoor wordt de opeenvolging van spraakklanken in syllaben:
o Zorgvuldig gepland en geprogrammeerd in concrete spierinstructies
o Worden de spraakbewegingen haarfijn uitgevoerd, gecoördineerd en eventueel bijgestuurd.
o Hersenschade of schade aan de craniale zenuwen kan de sensori-motorische verwerking van
de spraak aantasten waardoor een motorische spraakstoornis ontsaat, spraakapraxie of
dysartrie.
1
, - Het verlies aan spraakverstaanbaarheid in de communicatie gaat gepaard met het psychosociaal
functioneren van de persoon met een motorische spraakstoornis.
o Hoe kunnen we als logo:
• De gestoorde sensorimotorische processen ten gevolge van neurologische schade
maximaal beïnvloeden? (functieniveau)
• De spraakverstaanbaarheid maximaliseren? (activiteiten)
• De mondelinge communicatie maximaliseren? (activiteiten)
• De participatie maximaliseren? (participatie)
• Het psychosociaal functioneren positief beïnvloeden? (participatie, omgevings- &
persoonsgebonden)
o Therapie bij motorische spraakstoornissen:
• Hindernissen:
▪ Therapie-effectstudies zijn bijzonder schaars
▪ Geen effectmetingen t.a.v. activiteiten, participatie en psychosociaal
welbevinden
▪ Zeer veel beïnvloedende therapievariabelen
1.3 Managementbenaderingen
Managementbenaderingen:
- Motorische spraakstoornissen hebben geen eenduidige benadering in de behandeling.
- De MSS verschillen in:
o Ernst
o Onderliggende pathofysiologie (afwijkende fysiologische processen, zoals hypokinesie,
hyperkinesie, spierzwakte, spasticiteit, incoördinatie, gestoorde spraakplanning en -
programmering)
o Specifieke spraakkarakteristieken (ademhaling, stem, resonantie, articulatie, prosodie)
o Multiple begeleidende factoren die de beslissingen in de behandeling beïnvloeden
(bijvoorbeeld prognose, etiologie, mate van onbekwaamheid, sociale beperkingen, omgeving,
communicatienoden)
- Voor elke persoon met een MSS wordt de keuze voor een interventie individueel en op maat
gemaakt, aangepast aan de individuele noden en de noden van de omgeving.
We volgen de verdeling in managementbenaderingen volgens duffy:
o Medische benadering
o Prothetische benadering
o Gedragsinterventie
2
,1.3.1 Medische benadering
- Vanuit medisch standpunt kan er chirurgisch of met het toedienen van medicatie ingegrepen
worden.
o Medicatie kan genezend werken door op de onderliggende ziekte in te werken (bvb in geval
van infecties). Hierdoor klaart de spraakstoornis op wanneer de onderliggende ziekte
geneest.
• Medicatie die wordt toegediend bij neurologische aandoeningen kunnen ook het
spreken gunstig beïnvloeden.
• Sommige medicatie kunnen ook neveneffecten vertonen en symptonen van bvb
dysartrie verslechteren.
Voordat een gedragsinterventie met spraaktherapie wordt gestart is het dus belangrijk om
als clinicus te weten of:
• De persoon met een MSS medicatie neemt die de spraak zou kunnen verbeteren
en/of beïnvloeden
• Er gepland werd om medicatie op te starten
• Medicatie toegediend en stopgezet werd
Samenwerking met de arts is dus belangrijk.
o Chirurgie wordt bvb toegepast in de aanwezigheid van een tumor, een aneurysma,…
• De oorzaak van de neurologische problemen wordt in dit geval direct aangepakt.
• Soms worden de spraaksymptonen hiermee opgelost, verbeterd, gestabiliseerd of
verslechterd.
1.3.2 Prothetische benadering
- De prothetische benadering verwijst naar het gebruik van mechanische en elektronische
hulpmiddelen.
o Sommige hulpmiddelen verbeteren de spraak en de verstaanbaarheid, andere versterken of
vervangen de mondelinge communicatie.
1.3.3 Gedragsinterventie
- De gedragsinterventie omvat alle interventies die niet alleen medisch en/of prothetisch gericht zijn.
o Spraaktherapie wordt toegepast bij het grootste deel van de populatie met een MSS in
vergelijking met de medische en de prothetische benadering.
o Spraaktherapie stelt altijd als doel om de communicatie te maximaliseren met de strategie
die de meest natuurlijke en effectieve resultaten oplevert.
• Voor de meeste personen betekent dit dat de therapie spraak georiënteerd is en dat
de spraak direct aangepakt wordt.
o Spraaktherapie kan daarnaast ook communicatie georiënteerd zijn of spraak- en
communicatie georiënteerd zijn.
3
, 1.4 Therapiedoelen en beïnvloedende variabelen
1.4.1 Therapiedoelen
Therapiedoelen:
- Het doel van de behandeling van MSS richt zich op het maximaliseren van de communicatie en
hiermee op het verbeteren van het welbevinden van de persoon met een MSS.
o De behandeling benadrukt het verbeteren van de spraakverstaanbaarheid, begrijpelijkheid,
efficiëntie en de natuurlijkheid van het spreken.
o Deze verbeteringen kunnen via spreektaken, maar ook door het inzetten van hulpmiddelen
bereikt worden.
o Spraaktherapie is dus hoofdzakelijk gedragsmatig georiënteerd
- Om de maximale efficiëntie, de maximale effectiviteit en de maximale natuurlijkheid van de
communicatie te bereiken, worden er dus inspanningen gevraagd die één of meerdere richtingen
uitgaan.
Zo zal bvb in het geval van een milde aanwezigheid van een MSS, de spreekefficiëntie en de
natuurlijkheid van het spreken benadrukt worden.
o De therapeut richt zich dan op het maximaliseren van de vooruitgang in de spraakmotorische
productie ten aanzien van de vloeiendheid en de accuraatheid in het spreken die gemeten
wordt tijdens de verwervingsfase, retentiefase en de generalisatiefase.
- In het geval van een ernstige MSS zal de therapie zich richten op het gebruik van efficiëntie en
effectieve alternatieve manieren van communiceren.
o De therapiekeuzes hangen samen met de keuze voor het reactiveren, compenseren of
adapteren van de gestoorde functie.
o Therapie is ook counseling en ondersteuning!
4