Statistiek in de criminologie
Examenvragen en kernleerstof, geordend per hoofdstuk
Universiteit Gent
Bachelor Criminologische Wetenschappen — 1ste bachelor
Echte en gereconstrueerde examenvragen met correcte antwoorden
Echte examens & collectieve feedback 2022–2025 · Discord post-examen-discussies juni 2025 – jan 2026
Gebaseerd op 2.269 uitgelezen Discord-berichten en 206 examen-/oefeningsfoto’s
Theorie: Basiscursus Statistiek in de criminologie (SV) · prof. dr. L. Pauwels & prof. dr. C. Vandeviver · assist. dr. A. De
Buck
,Examenfocus — Statistiek in de criminologie
UGent · Bachelor Criminologische Wetenschappen, 1ste bachelor · prof. dr. L. Pauwels & prof. dr. C. Vandeviver · assist. dr. A.
De Buck
THEORIE
Wat is dit document?
Dit is een examenvragen-document, geen samenvatting. De kern is zoveel mogelijk echte en gereconstrueerde
examenvragen, mét volledig uitgewerkte, correcte antwoorden, geordend per hoofdstuk. De theorie is beknopt
gehouden (ongeveer 20 %); de nadruk ligt op oefeningen en toepassingen (ongeveer 80 %), precies zoals het
examen werkt.
Examenformat (bevestigd via de officiële feedback en de studiegroep): 16 meerkeuzevragen (samen op 15
punten) + 1 grote open vraag (op 5 punten). Cesuur voor de MC ± 100,70/160. Formuleblad én rekenmachine zijn
toegelaten. Tussenstappen afronden op 4 decimalen, eindantwoord op 2 (tenzij anders gevraagd).
PROF PAUWELS
“Het kutte aan Lieven is dat hij één grote oefening opsplitst in allerlei verschillende meerkeuzevragen verspreid
over het examen. Dus als je één keer vergeet hoe je iets moet berekenen, ben je genaaid voor alles wat daarop
verdergaat.” — student, examendag. Alle vragen vanaf hoofdstuk 8 (correlatie/regressie/partiële
correlatie/ANOVA) komen vaak uit één en dezelfde gegevenstabel.
TIP
Strategie: maak op het examen éérst de grote open vraag (daar kruipt de meeste tijd in), want verschillende MC-
vragen hebben de resultaten van die open vraag nodig. Bij de MC moet je vaak zélf afleiden welke
techniek/berekening nodig is; bij de open vraag staat dat expliciet.
Examenfrequentie per thema — waar liggen de punten?
Gebaseerd op de officiële collectieve feedback (1ste + 2de zit 2024-2025), het examen-itemrooster V1–V16 en de post-
examen-discussies. Balk = relatief gewicht op het examen.
Thema Examenfrequentie Prioriteit Waarover de vragen gaan
Vaakste grote open vraag (1ste zit 24-
Meervoudige regressie (b, β, R², ██████████ 25). Netto-effecten onder controle,
MUST KNOW
interpretatie) elke zit gestandaardiseerde β, R², voorspelling
Ŷ, in context interpreteren.
Grote open vraag 2de zit 24-25. F-
Variantieanalyse (ANOVA): F, Eta², █████████░ verhouding, kritieke F, Eta², H0
MUST KNOW
besluit elke zit verwerpen of niet. Slaagkans
historisch laag (20,6 %).
Pearson r, covariantie, R²
█████████░ (determinatie), rico b, intercept a, Ŷ,
Correlatie & bivariate regressie MUST KNOW
zeer vaak residu. Zowel MC als deel van open
vraag.
r(xy.z): verband X–Y gecontroleerd
███████░░░ voor Z, via de rekenkundige formule.
Partiële correlatie Hoge prio
vaak Interpretatie t.o.v. de bivariate
correlatie.
Verwachte frequenties, χ²,
████████░░
Chi-kwadraat, phi & Cramér’s V Hoge prio associatiemaat kiezen (φ bij 2×2,
vaak
Cramér’s V bij r×k), interpretatie.
Odds ratio & percentageverschil ████████░░ Hoge prio Odds = voorkomen/niet-voorkomen,
Examenfocus · Statistiek in de criminologie · UGent Criminologie 1BA p. 2
,Thema Examenfrequentie Prioriteit Waarover de vragen gaan
OR tussen 2 groepen, relevant
vaak percentageverschil (percenteren in
richting onafhankelijke variabele).
x→z→p en p→z→x, tabel aflezen,
████████░░
Normale verdeling & z-scores Hoge prio centrale percentages, 68-95-99,7-
vaak
regel.
Betrouwbaarheidsinterval & ███████░░░ BI met z (σ bekend), foutmarge,
Hoge prio
steekproefomvang vaak benodigde n = (z·σ/m)². σ ≠ s (valkuil).
Modus/mediaan/gemiddelde kiezen,
Univariate: centrum, spreiding & ██████░░░░ variantie/sd via frequenties,
Middelgroot
vorm regelmatig variatieratio, index diversiteit,
scheefheid, boxplot.
Juist/fout-stellingen: p < 0,05 → H0
Type I/II fouten, p-waarde,
██████░░░░ MC Hoge prio verwerpen; type I = verwerpingsfout,
significantie
type II = aanvaardingsfout.
Nominaal/ordinaal/interval-ratio,
█████░░░░░ discreet/continu,
Meetniveaus & basisconcepten Middelgroot
regelmatig afhankelijk/onafhankelijk,
populatie/steekproef.
Voorwaardelijke kans via kruistabel,
Kansrekenen (combinaties, ████░░░░░░
Middelgroot som-/productregel, complement,
binomiaal, kansregels) soms
permutaties/combinaties.
Ordinale symmetrische
Gamma & rangcorrelatie ██░░░░░░░░
Lager associatiematen; ken de formule en
(Spearman, Kendall) zelden
interpretatie (−1, 0, +1).
Examenfocus · Statistiek in de criminologie · UGent Criminologie 1BA p. 3
, 1 · Basisconcepten en meetniveaus
Meetniveaus, variabelen, populatie/steekproef, beschrijvende vs. verklarende statistiek, afrondingsregels, sommatie.
THEORIE
Meetniveaus (van laag naar hoog): nominaal (categorieën zonder rangorde, bv. nationaliteit, type straf) →
ordinaal (rangorde maar geen gelijke afstanden, bv. Likert-schaal, opleidingsniveau) → interval (gelijke
afstanden, geen vast nulpunt, bv. temperatuur °C) → ratio (gelijke afstanden én absoluut nulpunt, bv. leeftijd,
aantal delicten). Interval en ratio samen = metrisch.
Vuistregel: hoe hóger het meetniveau, hoe méér informatie en hoe meer statistische technieken toegelaten. Je
mag een hoger niveau altijd herleiden naar een lager (bv. leeftijd in jaren → leeftijdsklassen), nooit omgekeerd.
Discreet vs. continu: discreet = alleen aparte (meestal gehele) waarden (aantal arrestaties); continu = alle
tussenwaarden mogelijk (lengte, tijd, gewicht).
Beschrijvend vs. verklarend: een beschrijvende onderzoeksvraag beschrijft één (univariaat) of de samenhang
van twee (bivariaat) kenmerken; een verklarende vraag toetst een oorzaak-gevolgrelatie en vereist minstens
bivariate/inferentiële statistiek. Onafhankelijke variabele = vermoedelijke oorzaak (X), afhankelijke = gevolg (Y).
TIP
Valkuil (juist/fout-MC): het intervalniveau heeft géén vast (absoluut) nulpunt — dat is fout als stelling.
“Multivariate statistiek bestudeert de relatie tussen twéé variabelen” is fout (dat is bivariaat; multivariaat = meer
dan twee). Een discrete meetschaal laat NIET alle tussenwaarden toe (dat is continu).
VRAAG
MC 1.1
Meetniveau — terugkerend type
Een onderzoeker rangschikt delicten van “minst ernstig” tot “meest ernstig”. Op welk meetniveau werkt de
onderzoeker?
A) Nominaal
B) Ordinaal
C) Interval
D) Ratio
Optie Waarom (wel/niet) juist
A ✘ Nominaal = louter categoriseren zonder rangorde. Hier is er wél een orde (ernst).
Er is een rangorde (minst → meest ernstig) maar de afstanden tussen de categorieën zijn
B ✔
niet gelijk/gekend → ordinaal.
C ✘ Interval vereist gelijke, meetbare afstanden. Die zijn er niet.
D ✘ Ratio vereist bovendien een absoluut nulpunt.
ANTWOORD
Juiste antwoord: B — ordinaal
Zelfde logica: een Likert-schaal (“helemaal akkoord … helemaal niet akkoord”), opleidingsniveau en “ernst van
verwondingen” zijn allemaal ordinaal. Aantal keren slachtofferschap, leeftijd in jaren, aantal delicten = ratio.
Examenfocus · Statistiek in de criminologie · UGent Criminologie 1BA p. 4