1. Studiegebied verkennen (plein, wijk, stad, regio…)
1.1. Beleidsdocumenten
1962: studies naar gewestplannen data verzamelen om dit te kunnen maken (werkgelegenheid,
bodemkwaliteit, transport…) aan de hand van een empirisch onderzoek
1969: richtplan Elk stukje grondgebied krijgt een kleur voor wat er moet komen (afhankelijk van
het aantal inwoners, economische activiteiten…)
1980: structuurplanning toekomst plannen (winkelwijken, onderwijs …)
- Bestaande toestand: veel cijfers en analyses
- Trends en evoluties: over toekomst nadenken, waar willen we heen?
2016: ‘verkleutering’ het witboek is met weinig cijfermateriaal onderbouwd, wel veel quotes en
leuke layout
1.2. Secundaire (kwantitatieve) data
Primaire data = zelf verzamelen
Secundaire data = bestaande data nuttig om een gebied te verkennen
- Geografische afbakening!
o Statistische sectoren
o Postcode
o Gemeente
o arrondissement
Waar vind je zo’n data?
- STATBEL verzamelt alle soorten data (is van Belgie)
- Open data (van steden)
1.3. Observatie
Observatie van het gebied
- Profielen van de mensen
- Looproutes/ loopsnelheid
- Gewoontes wat vinden mensen interessante plekken?
Observatie
- Van meer verkennend naar meer systematisch doorheen de jaren
- Passief vs. Actief
o Bij passieve observatie beïnvloedt je de activiteit niet
o Bij actief doe je echt mee bijvoorbeeld zelf meedoen aan een rommelmarkt om
echt die community te begrijpen, je bent er bewust van
Mensen in hokjes steken/ labels plakken op mensen is iets wetenschappelijk, maar die grenzen van
die hokjes zijn niet absoluut
1
,Maud Van Gastel ruimtelijke onderzoeksmethodes 2024-2025
1.4. Samengevat
dus het studiegebied is verkend
- Je hebt alle beleidsdocumenten gelezen
- Je hebt secundaire (kwantitatieve) data verzameld over de buurt en je hebt het vergeleken
met de omliggende buren
- En je hebt geobserveerd (je gaat verbanden zoeken tussen je observaties)
2. Een studiegebied beter leren kennen: interviews en
focusgroepen (basistechnieken bij kwalitatieve
onderzoeksmethodes)
2.1. Expertinterviews/ bevoorrechte getuigen
1. Bevoorrechte getuigen? Iemand dat geïnterviewd wordt omdat hij of zij iets heeft
meegemaakt of direct was betrokken, gaat over het persoonlijk perspectief, levert concrete
verhalen, observaties en ervaringen op informatie vanuit eigen expertise/ gefilterde
informatie
o Bijvoorbeeld bij de kapper of huisarts: er wordt veel gebabbeld en geroddeld, dus
men deelt veel informatie met elkaar uit, maar dat wil niet zeggen dat het feiten
zijn…
o Bijvoorbeeld mensen dat veel naar buiten kijken vanuit hun balkon/ raam, zij weten
ook vaak zaken, zoals bijvoorbeeld iemand die elke dag op hetzelfde tijdstip voorbij
rijdt, maar ze geven hier vaak hun eigen invullen aan (over wat deze persoon
bijvoorbeeld gaat doen)
o “zo ervaar ik het in het dagelijks leven”
2. Wat is dan een expertinterview? Dat is voor als je naar een expert gaat om gegevens te
bekomen die je zelf niet hebt, en daar zit ook informatie in dat niet in een mail gestuurd kan
gestuurd worden
o Bijvoorbeeld een stedelijk socioloog dat vertelt over inclusieve publieke ruimtes,
maar ze zijn nooit neutraal!
o “zo werkt het volgens kennis en theorie”
3. Elite interviews? Mensen die een cruciale rol spelen in een besluitvormingsproces/ mensen
die een beslissingspositie hebben
o Bijvoorbeeld een wethouder of projectleider publieke ruimte dat vertelt waarom
bepaalde ontwerpkeuzes zijn gemaakt, Het zijn niet altijd bekende mensen!
o “zo zijn de beslissingen genomen”
MAAR, Je moet bewust zijn van gatekeeping! De toegang tot een groep mensen/ informatie
afschermen en sturen hier moet je als onderzoeker heel bewust van zijn
EN bereid je goed voor als je iemand gaat interviewen! Lees je in, weet alles over het onderwerp
wanneer de persoon dat je interviewt merkt dat je er veel van weet en merkt dat je geïnteresseerd
bent, zijn ze sneller bereid je informatie te geven
2
,Maud Van Gastel ruimtelijke onderzoeksmethodes 2024-2025
2.2. Diepte-interviews
Als je nog een stapje verder wil gaan, kan je doen aan diepte interviews goed interviewen = data
verzamelen!, wat je niet mag doen in de geïnterviewde woorden in de mond leggen (= objectief, dus
je geeft mee betekenis aan zijn woorden)
Kwalitatief onderzoek gaat over de betekenis die de geïnterviewden aan hun leefwereld
geeft dus mensen in hun eigen woorden laten praten is key!
Wat komt er allemaal bij kijken bij diepte interviews? COREQ lijst
1. Persoonlijke kenmerken: wie heeft het interview gedaan (oude man of jonge vrouw
bieden een totaal ander gesprek)
2. Relatie met de deelnemers: vrienden ga je anders interviewen dan vreemde
3. Welk theoretisch kader gebruikt je
4. Hoe worden mensen geselecteerd: steekproeven?
5. Waar worden ze geïnterviewd: waar voelen ze zich meer comfortabel?
6. Het analyseren
7. De resultaten dat worden gerapporteerd
De rol van de interviewen beïnvloedt de geïnterviewde (leeftijd, geslacht, uiterlijk,
taalgebruik/ dialect,…)
2.2.1. Persoonlijke kenmerken
Hoe moet de interviewer dan zijn bij zo’n diepte interviews?
- Je moet organisatorisch talent hebben: afspraken maken, vragenprotocol uitwerken…
- Inhoudelijke talenten: horen wanneer relevante informatie gegeven wordt…
- Interview technische talenten: subtiel kunnen doorvragen, inspelen op antwoord…
- Sociaal-emotionele talenten: vertrouwen opbouwen
2.2.2. Theoretisch kader
Zie verder
2.2.3. De selectie van deelnemers
Zie hoofdstuk over steekproeven!
Kwantitatieve steekproef = meer gericht op analyse met cijfers
Kwalitatieve steekproef = wie kies je om te gaan interviewen theoretische steekproef
2.2.4. Setting
Waar doe je een interview? De persoon moet zich er comfortabel voelen om vrijuit te kunnen
spreken, heeft ook te maken met de aanwezigheid van anderen. Dit kan ervoor zorgen dat er
bepaalde zaken misschien niet gezegd worden. Men moet ook mentaal aanwezig zijn. Het interview
houden in een huishouden met veel kinderen rondom, is niet handig. En wanneer het gaat over de
omgeving eventueel walking interviews
dus: Comfortabel, Aanwezigheid van anderen, Mentaal aanwezig, omgeving
3
, Maud Van Gastel ruimtelijke onderzoeksmethodes 2024-2025
2.2.4.1. Wat als de geïnterviewde afwezig is?
We leven daarnaast ook in een digitale wereld ondertussen voorbeeld voor wanneer iemand in
een ander land geïnterviewd moet worden bij sommige doelgroepen is dit geen probleem (bij
mensen die al veel ervaring hebben)
Ze hebben ook in ander onderzoek al gevonden dat mensen vaak veel meer op internet vertellen dan
in interviews… mensen delen heel hun leven op Instagram… dus dit is ook interessant voor
onderzoekers.
Dus setting samengevat: je moet een interview doen waar de persoon zich comfortabel voelt je
kan het al wandelend doen of digitaal
2.2.5. Data verzamelen
Nu ga je interviewen! Hierbij heb je een graad van formalisering
- Van vrije conversatie tot semigestructureerd interview (je hebt vragen, maar er is ook
flexibiliteit)
- Vragenprotocol mag geen dwangbuis zijn!
- Vragenprotocol: vragen naar relevante informatie, geen dingen vergeten, vergemakkelijkt
vergelijking tussen interviews
- Vragenlijst = vastgestelde set vragen, meestal schriftelijk (iedereen krijgt dezelfde vraag)
o Bij kwantitatief onderzoek
- Vragenprotocol = uitgeschreven leidraad voor interview, met vragen in een vaste volgorde
o Bij semi gestructureerde interviews
- Topiclijst = lijst van onderwerpen die tijdens interview aan bod moeten komen, geen vaste
vragen (meest spontaan)
4