schooltijd
Fysieke groei
De lagerschoolperiode (ongeveer van 6 tot 12 jaar) is lichamelijk een vrij rustige
ontwikkelingsfase. In vergelijking met baby- en peutertijd groeien kinderen
minder snel.
Groei tijdens de lagere schoolleeftijd
Langzame en gestage groei
Tijdens deze periode groeit een kind: langzaam, gelijkmatig, zonder grote
sprongen.
Daarom wordt deze fase soms omschreven als: “langzaam en gestaag”.
De snelle groei van de peutertijd is voorbij, en de puberteit moet nog
beginnen.
Groei tot aan de puberteit
Kinderen blijven groeien tot de pubertaire groeispurt begint.
Verschil tussen meisjes en jongens
Meisjes starten gemiddeld vroeger met de groeispurt.
Vaak ongeveer 2 jaar eerder dan jongens.
Daardoor zijn meisjes rond 10–11 jaar soms tijdelijk groter dan jongens.
Later halen jongens dit meestal weer in.
Veranderingen in het lichaam
Tijdens de lagere schoolperiode verandert het lichaam geleidelijk.
Meer spierkracht
Kinderen worden sterker.
Spieren ontwikkelen verder.
Bewegingen worden krachtiger en beter gecontroleerd.
Verschillen tussen jongens en meisjes
Jongens ontwikkelen gemiddeld meer spiermassa.
Meisjes ontwikkelen gemiddeld iets meer vetweefsel.
Dit zijn normale biologische verschillen.
1
, Botontwikkeling
De botten worden sterker.
Kraakbeen verandert geleidelijk in harder botweefsel.
Het skelet wordt steviger.
Lichaam krijgt meer stabiliteit.
Groeipijn
Sommige kinderen ervaren groeipijn.
Vaak:
Vooral ’s avonds of ’s nachts
In benen of knieën
Zonder echte blessure
Dit kan samenhangen met: groei van spieren en botten + aanpassing van het
lichaam aan veranderingen.
Grote individuele verschillen
Niet elk kind groeit op hetzelfde tempo.
Sommige kinderen:
Zijn vroeg groot
Groeien later
Ontwikkelen sneller spierkracht.
Dat zijn normale verschillen.
Kort samengevat
De lagere schoolperiode is een relatief rustige fase van lichamelijke ontwikkeling:
Groei verloopt trager
Lichaam wordt sterker en gespierder
Botten worden harder
Meisjes groeien gemiddeld vroeger dan jongens
Er bestaan grote individuele verschillen.
2