Cruciale bouwstenen van ontwikkeling
Dit hoofdstuk gaat over:
Genetische constitutie (wat je biologisch meekrijgt bij geboorte)
Genetische overdracht (hoe genen doorgegeven worden)
Aangeboren vs verworven eigenschappen
Gen–omgevingssamenspel
De kernvraag is: In hoeverre bepaalt je biologie je ontwikkeling?
1: Genetische constitutie
Basisidee
Een kind wordt niet geboren als een leeg blad.
De filosoof John Locke sprak vroeger over de mens als tabula rasa
(onbeschreven blad).
Maar moderne wetenschap toont aan dat we geboren worden met een
biologische startpositie.
Wat betekent genetische constitutie?
Elk individu heeft een unieke genetische code
Uitzondering: eeneiige tweelingen
Die genetische code bepaalt: je startpositie in ontwikkeling, je
mogelijkheden en beperkingen en je ontwikkelingspotentieel
We starten dus niet allemaal gelijk.
Voorbeelden van beïnvloede kenmerken: oogkleur, lengte, temperament,
intelligentiepotentieel, gevoeligheid voor ziekten
DNA en chromosomen
Waar zit je genetische informatie?
Je genetische code zit in al je cellen, in de vorm van DNA en opgeslagen op
chromosomen
Chromosomen
De meeste lichaamscellen hebben 46
chromosomen = 23 paren (diploïd)
Per paar: 1 van moeder en 1 van vader.
Je bent dus een combinatie van beide ouders.
1
, Twee soorten celdeling
Er bestaan twee manieren waarop cellen ontstaan.
Mitose (vermenigvuldigingsdeling)
Wat gebeurt er?
Één cel → twee identieke cellen
Kopie van de moedercel
Functie
Groei van het lichaam
Herstel van cellen
Vernieuwing van weefsel
Dit gebeurt bij gewone lichaamscellen
(diploïd).
Meiose (reductiedeling)
Wat gebeurt er?
Vormt geslachtscellen (zaadcel, eicel)
Cellen hebben slechts 23 chromosomen (haploïd)
Uit één cel ontstaan vier unieke cellen
Genetisch materiaal wordt gemengd (crossing-over)
Gevolg
Enorme genetische variatie
Elke geslachtscel is anders
Ongeveer 2²³ mogelijke combinaties
Daarom lijken kinderen nooit exact op ouders.
2
, Bevruchting en zygote
Wat gebeurt er bij bevruchting?
Zaadcel (23 chromosomen) + eicel (23 chromosomen)
Vormen samen één cel → zygote
Zygote heeft opnieuw 23 paren chromosomen
Deze zygote heeft een volledig unieke genetische code. Alleen bij eeneiige
tweelingen wordt dezelfde zygote later opgesplitst.
Geslacht van het kind
Moeder geeft altijd een X-chromosoom
Vader geeft: X → meisje (XX) OF Y → jongen (XY)
Het geslacht wordt dus bepaald door de vader.
DNA en genen
Ontdekking DNA-structuur
In 1953 ontdekten James Watson en Francis Crick, de dubbele helixstructuur van
DNA, gebaseerd op werk van Rosalind Franklin.
Wat is DNA?
DNA is een keten van basenparen: A–T en C–G + bevat genetische instructies
voor kenmerken
Voorbeelden van kenmerken:
Lichamelijk (oogkleur, huidskleur)
Biologisch (bloedgroep)
Psychologisch (temperament, intelligentie)
Wat is een gen?
Een gen = stukje DNA dat codeert voor een eigenschap.
Belangrijk:
Genen bestaan in varianten
Varianten zorgen voor verschillen tussen
mensen
Voorbeeld: bloedgroep (verschillende varianten)
3