1.1: Wat is zelfrapportage?
Zelfrapportage = informatie die iemand zelf over zichzelf vertelt.
Wat iemand voelt
Wat iemand denkt
Hoe iemand iets ervaart
Hoe iemand een situatie beleeft
Het gaat altijd om het perspectief van de persoon zelf.
Waarom is zelfrapportage belangrijk?
Het is de enige manier om te weten hoe iemand zich voelt, wat iemand
denkt of hoe iemand iets beleeft
Want gevoelens kan je niet meten met een machine, gedachten kan je niet
direct observeren en ervaringen zitten “in het hoofd” van de persoon
Voorbeeld
Je kan iemands hartslag meten → maar niet zijn verdriet.
Je moet het vragen → zelfrapportage.
Definitie
Zelfrapportage = informatie die iemand zelf geeft, over gevoelens en gedachten
op een bepaald moment en in een bepaalde context
Belangrijk: het is een momentopname.
Vormen van zelfrapportage
Er zijn verschillende manieren om mensen zichzelf te laten beschrijven.
1: Vragenlijsten
2: Dagboeken
3: Interviews
4: Narratieven (verhalen)
Belangrijk: zelfrapportage hangt af van context
1
, Wat iemand zegt is niet altijd vast of objectief.
Het kan veranderen door omstandigheden.
Daarom moet je antwoorden altijd in context bekijken (= contextualiseren).
Perspectief kan verschillen naargelang
Tijdstip (vandaag, morgen?)
Context (op school, thuis?)
o De huidige belevingen van de respondent
o De vragen die je stelt en hoe je ze stelt
o De relatie tussen respondent en interviewer (docent minder eerlijk
dan ouder?)
→ Contextualiseren is raadzaam!
Groot inzicht van deze les
Zelfrapportage geeft toegang tot:
Gevoelens
Gedachten
Ervaringen
Maar:
Antwoorden zijn afhankelijk van tijd, context en situatie.
Daarom moet je ze altijd in context interpreteren.
Samenvatting
Zelfrapportage
Info die persoon zelf geeft
Over gevoelens en gedachten
Perspectief op een moment
Contextafhankelijk
Vormen: vragenlijst, dagboek, interview, narratief
1.2: Wanneer gebruik je zelf-rapportage?
2
, Problemen met zelfrapportage
Kwantitatieve onderzoekers (positivisme)
Mensen kennen hun motieven soms niet → ze weten niet precies waarom
ze iets doen.
Mensen zijn soms niet eerlijk → sociale wenselijkheid: ze geven
antwoorden die goed lijken of gewenst zijn.
Voorbeeld:
“Waarom draag je een mondkapje?” → mensen verzinnen vaak een reden die niet
de echte oorzaak is.
Kwalitatieve onderzoekers (constructivisme)
Antwoorden zijn altijd gekleurd door sociale context → hoe iemand zich
voelt, denkt of antwoordt hangt af van omgeving, tijd en gesprekspartner.
Zelfrapportage is co-constructie van betekenis → het antwoord ontstaat in
interactie tussen onderzoeker en respondent.
Wat betekent dat in de praktijk?
Je moet context zichtbaar maken: Wie is de onderzoeker? Wat is de relatie met de
respondent? Hoe belangrijk is het onderwerp voor de respondent? Hoe wil de
respondent zich presenteren?
De vraag “kan de respondent zijn motieven kennen?” is positivistisch. Kwalitatief
gaat het om interpretatie en context.
Wat je WEL kan meten via zelfrapportage
1. Achtergrondinformatie van de deelnemer
2. Gevoelens en emoties
3. Attitudes en meningen
4. Intenties en verwachtingen
5. Kennis (voorzichtig, kan overschat worden)
6. Gedrag (voorzichtig, zelfinschatting ≠ werkelijkheid)
Tip: Wees voorzichtig bij kennis en gedrag.
Voorbeeld: “Hoe goed kan je overweg met ChatGPT?” → zelfinschatting kan
afwijken van wat je echt doet.
Wat je NIET goed kan meten via zelfrapportage
3