differentiatie
15.1: Tumoren kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn
Normale celgroei, celdeling en differentiatie
Ons lichaam maakt voortdurend nieuwe cellen aan.
Dat gebeurt voor:
Groei
Herstel van beschadigingen
Vervanging van oude cellen.
Differentiatie
Differentiatie betekent dat een cel een speciale functie krijgt.
Bijvoorbeeld:
Een spiercel wordt een spiercel
Een zenuwcel wordt een zenuwcel.
De cellen blijven dus:
Op hun juiste plaats
Hetzelfde type cel
Netjes gecontroleerd delen
Regulatie van celdeling (hyperplasie)
Soms moet het lichaam tijdelijk extra cellen maken. Dat heet hyperplasie = een
toename van het aantal cellen.
Voorbeelden:
Het baarmoederslijmvlies groeit tijdens de menstruatiecyclus
Wondgenezing
Borstweefsel groeit tijdens zwangerschap
De snelheid van celdeling wordt geregeld door:
Hormonen
Groeifactoren
Contactinhibitie
Contactinhibitie?
Normale cellen voelen wanneer ze andere cellen raken.
Dan stoppen ze met delen.
Dus normale cellen: groeien gecontroleerd, blijven op hun plaats en verspreiden
zich niet.
1
, Abnormale celgroei (kanker)
Bij kanker raken genen beschadigd (= genetische veranderingen of mutaties).
Daardoor werken belangrijke controlesystemen niet meer goed:
DNA-herstel
Controle van de celcyclus
Apoptose (geprogrammeerde celdood)
Differentiatie
Gevolg:
Cellen delen ongecontroleerd
Stoppen niet meer met groeien
Reageren niet op contactinhibitie
Kunnen migreren en andere weefsels binnendringen
Zien er anders uit en gedragen zich anders.
Tumor (neoplasma)
Een groep abnormaal delende cellen vormt een tumor of neoplasma.
Er bestaan twee soorten:
1. Goedaardige tumor (benigne)
2. Kwaadaardige tumor (maligne = kanker)
Benigne tumor (goedaardig)
Een benigne tumor:
Groeit langzaam
Blijft op één plaats
Vormt een duidelijke, afgebakende massa
Lijkt nog sterk op normale cellen
Verspreidt zich niet
Vaak zit er een kapsel van bindweefsel rond.
Voorbeelden:
Lipoom = tumor van vetcellen
Adenoom = tumor van kliercellen
Moedervlekken
Benigne tumoren zijn meestal niet gevaarlijk, behalve als ze:
Erg groot worden
Op belangrijke organen drukken (bijvoorbeeld in de hersenen).
Ze kunnen vaak gemakkelijk operatief verwijderd worden
Soms kan een benigne tumor veranderen in kanker.
2
, Bijvoorbeeld: een moedervlek kan evolueren naar een melanoom (huidkanker).
Ontstaan van een benigne tumor
1. Een normale cel krijgt een genetische verandering
2. Die cel begint sneller te delen
3. Er ontstaat een massa cellen.
4. De tumor blijft lokaal en goed begrensd.
Dus:
De cellen groeien sneller
Maar blijven nog relatief normaal georganiseerd
15.2: Kankercellen ondergaan structurele en functionele
veranderingen
Kenmerken van benigne tumoren en kanker
Veranderingen bij kanker
Wanneer cellen kankerachtig worden, veranderen ze zowel:
Structureel (hoe ze eruitzien)
Als functioneel (hoe ze werken).
Typische veranderingen:
De celkern wordt groter
De hoeveelheid cytoplasma verandert
Cellen verliezen hun gespecialiseerde functie
Cellen delen sneller dan normaal
De organisatie van het weefsel verdwijnt
Dysplasie
Wat is dysplasie?
Dysplasie betekent: abnormale ontwikkeling van cellen.
De cellen beginnen er afwijkend uit te zien en gedragen zich minder
normaal.
Dit is vaak een voorstadium van kanker.
De cellen:
Verliezen hun normale vorm
Liggen ongeordend
Functioneren minder goed
Van normale cel naar kanker
3