14.1: De celcyclus creëert nieuwe cellen
1. Interfase (groei en voorbereiding)
G1-fase (Growth 1) Dit is de langste fase. De cel
De cel groeit snel. groeit en maakt zich klaar
om te delen.
Er worden nieuwe onderdelen van de cel
gemaakt.
De cel doet haar normale werk.
S-fase (Synthese)
Het DNA wordt gekopieerd.
Hierdoor krijgt de cel twee identieke sets DNA.
Groei gaat langzaam verder.
G2-fase (Growth 2)
De cel groeit nog wat verder.
Controleert of het DNA correct is gekopieerd.
Bereidt zich voor op deling.
2. Mitotische fase (deling)
Mitosis (mitose)
Dit is de korte fase
De celkern (nucleus) deelt zich. waarin de cel zich echt
Het gekopieerde DNA wordt verdeeld in twee gelijke splitst.
sets.
Cytokinesis
De rest van de cel splitst zich.
Er ontstaan twee nieuwe dochtercellen.
3. G0-fase (rustfase)
Sommige cellen stoppen tijdelijk of permanent met delen.
Ze blijven leven, maar delen niet meer.
Bijvoorbeeld zenuwcellen blijven vaak in G0.
Samengevat
G1 → S → G2 → Mitosis → Cytokinesis → nieuwe cellen
De celcyclus herhaalt zich steeds opnieuw zodat het lichaam kan: groeien,
beschadigde cellen vervangen en oude cellen vernieuwen. Een volledige
celcyclus duurt bij mensen meestal ongeveer 18–24 uur.
1
, 14.2: DNA-structuur en -functie: een overzicht
Wat zijn chromosomen?
Chromosomen zijn pakketjes van
DNA en eiwitten in de celkern.
Mensen hebben 46 chromosomen
Dat zijn 23 paren
Eén chromosoom van de moeder en
één van de vader
Chromosomen bevatten alle
genetische informatie van je lichaam
Soorten chromosomen
Autosomen = gewone chromosomen (22 paren)
Geslachtschromosomen = bepalen geslacht → vrouw: XX en man: XY
DNA en chromosomen
DNA is een lange dubbele streng in een spiraalvorm (dubbele helix).
Gen
Een gen is een stukje DNA met de code voor een
eiwit.
Bijvoorbeeld:
Gen voor oogkleur
Gen voor huidkleur
Gen voor bepaalde enzymen
Histonen: eiwitten die structuur bieden
Chromosoomstructuur
Voor de S-fase
Chromosoom bestaat uit 1 DNA-streng
Los verpakt = chromatine
Na de S-fase
DNA wordt gekopieerd
Chromosoom bestaat uit 2 identieke chromatiden
Verbonden via een centromeer
Drie belangrijke processen van DNA
2
, 1. Replicatie = DNA kopiëren
Dit gebeurt vóór celdeling (in de S-fase)
Doel: elke nieuwe cel krijgt hetzelfde DNA
Hoe werkt replicatie?
1. DNA opent zich (“rits gaat open”)
2. Beide strengen worden gekopieerd
3. Nieuwe complementaire strengen worden
gemaakt
Basenparing:
A↔T
C↔G
DNA-polymerase
Een enzym dat nieuwe DNA-strengen bouwt.
Mutaties = veranderingen in DNA
Een mutatie is een fout in DNA.
Oorzaken:
Fout bij replicatie
UV-straling
Chemicaliën
Beschadiging
Gevolgen: soms geen effect, soms ziekte of kanker, soms erfelijk
Somatische mutatie
In lichaamscellen
Niet erfelijk
Gametenmutatie
In zaadcel of eicel
Wel erfelijk
DNA-herstel
Cellen kunnen DNA repareren.
3