3.1 Weefsels = groepen cellen met dezelfde functie
Wat is een weefsel?
Een weefsel is een groep cellen die op elkaar lijken in bouw (structuur),
samenwerken en dezelfde functie hebben.
Waarom bestaan weefsels?
Omdat één cel alleen geen complexe taken kan uitvoeren.
Door samen te werken kunnen cellen moeilijke taken doen.
Voorbeeld: hartspierweefsel
Bestaat uit duizenden hartspiercellen
Werken samen
Pompen bloed door het lichaam → één cel alleen kan dat niet.
Organisatieniveaus in het lichaam
Het lichaam is opgebouwd in lagen: cel → weefsel → orgaan → orgaanstelsel
Orgaan
Opgebouwd uit meerdere soorten weefsels
Voorbeeld: hart
Orgaanstelsel
Meerdere organen die samenwerken
Voorbeeld: bloedsomloop
Vier hoofdtypen weefsels in het lichaam
1. Epitheelweefsel
Bedekt oppervlakken en holtes
Bescherming en transport
2. Bindweefsel
Steun en verbinding tussen structuren
bv. bot, vet, bloed
Organen bevatten meestal een
3. Spierweefsel → zorgt voor beweging combinatie van meerdere
4. Zenuwweefsel → communicatie en signalen weefsels.
1
, 3.2: Epitheelweefsel bedekt lichaamsoppervlakken en -
holtes
Wat is epitheel?
Epitheelweefsel = cellen die een oppervlak of holte bekleden.
Het vormt meestal een laag of meerdere lagen cellen.
Waar vind je epitheel?
Huid, mond, bloedvaten, longen, darmen, blaas, nieren,
voortplantingsorganen etc.
Het zit dus overal waar een oppervlak of kanaal is.
Functies van epitheel
1. Bescherming
Beschermt onderliggende weefsels → bv. huid
2. Verminderen van wrijving
Glad oppervlak → bloed kan makkelijker stromen
3. Opname (absorptie)
bv. darmen nemen voedingsstoffen op
4. Uitscheiding
bv. nieren verwijderen afvalstoffen
5. Transport van stoffen
6. Productie van stoffen (klieren)
Klieren (glandulaire epitheel)
Klieren zijn speciale epitheelcellen die stoffen maken.
Exocriene klieren → naar buiten of naar een kanaal
Voorbeelden:
Speekselklieren
Zweetklieren
Maagklieren
Endocriene klieren → naar het bloed
Maken hormonen
Regelen groei en stofwisseling
2
, Hoe wordt epitheel ingedeeld?
Biologen classificeren epitheel op 2 manieren
1: Volgens celvorm
Plaveiselepitheel (squamous)
Platte cellen
Dun
Snelle uitwisseling mogelijk
Zit in: huid, bloedvaten, longen,
mond
Denk: “platgedrukte cellen”.
Kubisch epitheel (cuboidal)
Kubusvormige cellen
Zit in: nierbuisjes en eierstokken
Cilindrisch epitheel (columnar)
Lange, rechthoekige cellen
Zit in: spijsverteringsstelsel en
voortplantingsorganen
Speciale cellen hierin: goblet cells
Maken slijm
Functie: smeren oppervlak + vangen bacteriën en stof
2: Volgens aantal cellagen
Simple epitheel
1 laag cellen
Dun → stoffen kunnen makkelijk passeren
Stratified epitheel
Meerdere lagen
Dikker → meer bescherming
bv. huid
Basement membrane (basale membraan)
3