Hoofdstuk 3: De cel- en kerndeling
Leerdoelen
De student bespreekt de cel- en kerndeling:
o De student bespreekt de mitose
De student bespreekt de verschillende fasen van mitose
(profase, metafase, anafase, telofase en cytokinese)
De student bespreekt het verloop van de mitose bij een
plantencel
De student bespreekt de factoren die de mitose beïnvloeden
o De student bespreekt de celcyclus
De student bespreekt de eerste groeiperiode of de G1-fase
De student bespreekt de synthesefase of S-fase
De student bespreekt de tweede groeiperiode of G2-fase
o De student bespreekt de verschillende voortplantingswijzen
De student bespreekt de vegetatieve vermenigvuldiging
De student bespreekt de ongeslachtelijke voortplanting
De student bespreekt de geslachtelijke voortplanting
o De student bespreekt de meiose
De student bespreekt de verschillende fasen van meiose I
(profase I, metafase I, anafase I, telofase I, interfase I)
De student bespreekt de verschillende fasen van meiose II
(profase II, metafase II, anafase II, telofase II, interfase II)
o De student beschrijft de verschillende ontwikkelingscycli
De student bespreekt de cyclus van de haplonten
De student bespreekt de cyclus van de diplohaplonten
De student bespreekt de cyclus van de diplonten
De student karakteriseert de cel- en kerndeling:
o De student maakt het onderscheid tussen (homologe en niet-
homologe) chromosomen en (zuster- en niet-zuster) chromatiden
o De student geeft de DNA-hoeveelheid van een cel weer naargelang
de fase van de celcyclus
o De student vergelijkt onderling de mitose en meiose
o De student vergelijkt onderling de verschillende fasen van de mitose
o De student herkent de verschillende fasen v/d mitose op een
microscopisch preparaat
o De student vergelijkt onderling de verschillende fasen van de
meiose
o De student geeft het gevolg weer van mitotische of meiotische
gebeurtenissen
, BLT03: Biologie
o De student vergelijkt onderling de verschillende ontwikkelingscycli
o De student vergelijkt onderling de verschillende stadia van de
celcyclus
o De student herkent de verschillende types afwijkingen van
spermatozoa
De mitose
Mitose = kerndeling
Cellen worden gevormd uit reeds bestaande cellen die zich delen:
De mogelijkheid tot vermenigvuldiging is nodig voor de
ontwikkeling van eicel tot foetus
2 voorwaarden voor succesvolle vermenigvuldiging:
1. Een regelmatige verdeling van cytoplasmatische
elementen zodat elke dochtercel een normaal metabolisme en
functie kan onderhouden
2. De genetische informatie van elke dochtercel moet identiek
zijn aan deze van de oudercel
Mitose vindt zich plaats bij somatische/lichaamscellen
Uit 1 kern 2 dochterkernen gevormd met identieke samenstelling
Aantal chromosomen (46, 2n, diploïd) blijft gelijk
4 fasen: profase, metafase, anafase en telofase + cytokinese (=
celdeling)
De fasen van mitose
PROFASE
Eigenschappen van deze fase:
2 centriolenparen (gelegen in het centrosoom) stoten elkaar af en
migreren naar polen
Asterfiguur wordt gevormd:
= stervormig microtubuli rond centriolenpaar
Vanuit elk asterfiguur groeit microtubuli naar de andere
asterfiguur
Spoelfiguur wordt gevormd bestaat uit
trekdraden gebonden aan chromosomen en
steundraden gebonden tussen asterfiguren
Chromatine(vezels) worden dikker en korter en
winden op tot chromosomen
Nucleoli en kernmembraan lossen op