Inleiding tot de filosofie
Les 1: 19/02/2025
Thema 1: Ethiek over het goede en het juiste
Begrippenkader
Waarden en deugden
WAARDEN: algemene morele uitgangspunten, aspecten van het leven die
we belangrijk (‘waardevol’) vinden. Drukken een beoordeling of evaluatie
uit:
-> waarde is vaak positief
-> een waarde zegt niet hoe je iets moet doen
o Bv: “Tolerantie is de basis van onze democratie.”
“Alles staat of valt bij eerlijkheid.”
“Gezondheid is een kostbaar goed.”
Waardevolle karaktereigenschappen noemen we DEUGDEN:
Bv: vriendelijkheid, eerlijkheid, bescheidenheid
Over waarden en deugden gaat men vaak niet discussiëren het is zo punt
Normen
NORMEN: concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons
voorschrijven wat we moeten of mogen doen
Toepassing van een waarde
Drukken een plicht of een permissie of een verbod uit.
Bv: “breek nooit je belofte”
“een leugentje om bestwil is toegestaan”
“je moet de waarheid spreken”
Afbakening van de ethiek
MOREEL: wat overeenstemt met de heersende waarden en normen
Bv: de zieken verzorgen
IMMOREEL: wat de heersende waarden en normen schendt
Bv: uitsluiting op basis van racisme, iemand in nood niet helpen
A-MOREEL: waarbij geen waarden en normen betrokken zijn
Bv: “De zon komt op in het oosten.”
afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel
-> ethiek is morele en immorele zaken
-> moreel hangt af van wat je als tegenhanger ziet (moreel is iets
anders tegenover immoreel dan tegenover a-moreel)
Moraal en ethiek
, MORAAL: stelsel van normen en waarden, dat betrekking heeft op het
handelen van mensen
Bv: “in de moraal van de antiek-Griekse cultuur stond dapperheid hoog
aangeschreven”
ETHIEK: studie van normen en waarden (van de moraal), die zich richt op
de vraag welke normen en waarden we kunnen rechtvaardigen
Bv: “Waarom moeten we gezondheid beschouwen als een belangrijke
waarde?”
Rechtvaardiging
KERNTAAK VAN DE ETHIEK
o niet beschrijven (descriptief) van normen en waarden
Bv: antropologie, rechtsgeleerdheid
o niet verklaren (oorzaken) van normen en waarden
Bv: sociologie, geschiedenis
o wel de geldigheid onderzoeken van waarden en normen
HOE RECHTVAARDIG JE EEN NORM?
o NIET door oorzaken te formuleren (descriptief)
o WEL door redenen te formuleren voor die norm
o Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen
verdedigen?
o Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?
o de ethiek is zelf normatief: ze vormt een oordeel over de geldende
normen en waarden en geeft dus aan welke normen en waarden we
zouden moeten naleven (moreel versus immoreel)
-> geen neutrale wetenschap
Ethiek: wetenschappelijke discipline
Een raadseltje uit de fysica (situatie zonder luchtweerstand)
o Een steen die twee keer zo zwaar is, komt twee keer sneller neer
o Een steen die twee keer zo zwaar is, komt vier keer sneller neer
o Het gewicht speelt geen rol: zelfs een pluimpje en een betonblok
zouden even snel neerkomen
Analogie met exacte wetenschap:
o systematisch nadenken over moraal
o ethiek streeft naar een vorm van objectieve geldigheid
o geen kwestie van persoonlijke mening
Verschil met wetenschap:
o geen verklaring of loutere beschrijving van fenomenen
o onderzoek of er goede redenen zijn voor een norm
o = vraag naar rechtvaardiging
Het funderingsprobleem
,Uit feiten geen normen
LOGISCHE KLOOF TUSSEN ZIJN EN BEHOREN (MOETEN)
Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat we iets moeten
doen (of nalaten); uit een feit kan niet zonder meer een norm worden
afgeleid.
-> het is niet zo omdat iets al altijd zo is, dat het ook zo moet zijn
Niet geldig!
Bv: vlees eten veroorzaakt leed bij dieren → we mogen geen vlees eten
Syllogisme: als a en b waar zijn dan moet de conclusie waar zijn
TWEE VERREGAANDE IMPLICATIES:
o Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten,
verklaringen, experimenteel bewijs, etc. is niet bruikbaar in de
ethiek.
o De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over
hoe we ons leven moeten leiden
-> ze kunnen enkel een uitspraak doen over wat er is
Geen ultieme fundering
Een correcte redenering om normen te rechtvaardigen bevat naast
feitelijke ook normatieve argumenten.
Wel geldig!
-> niet perse juist, maar het is een goede redenering
o vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
o we mogen geen leed veroorzaken bij dieren
o Conclusie: we mogen geen vlees eten
MAAR: Wat rechtvaardigt de bewering dat we geen leed mogen
veroorzaken bij dieren?
Probleem: elke norm die we aannemen, moet opnieuw gefundeerd worden.
Er is in de westerse samenleving (seculiere samenleving) geen algemeen
aanvaarde geldige basis of bron voor morele normativiteit
Bv: god
‘regressus ad infinitum’
-> teruggaan tot het oneindige
Funderingsprobleem: Het is onmogelijk om tot een ultieme fundering voor
ethische stellingnamen te komen.
Tussen objectivisme en relativisme
OBJECTIVISME: De juistheid van algemene morele uitgangspunten kan
bewezen worden.
RELATIVISME: Uiteindelijk zijn normen en waarden altijd relatief; het is
zinloos om te proberen ze te rechtvaardigen.
-> normen en waarden zijn afhankelijk van tijd, ruimte, cultuur, …
TUSSENWEG: Het heeft zin om algemene morele uitgangspunten te
onderzoeken en na te gaan welke morele consequenties ze met zich
meebrengen
, Het probleem van het relativisme
Ten opzichte van wat zijn normen en waarden relatief?
o cultuurrelativisme (geografisch en historisch)
Bv: de doodstraf
- fundamentele verschillen tussen culturen
o Wat met bv: vriendschap? liegen?
- cultuuroverstijgende normen en waarden
- redenen kunnen overtuigend zijn
o subjectivisme
-> normen en waarden zijn niet relatief tegenover de cultuur waarin
je opgroeit, maar tegenover jezelf, het subject, het individu
Bv: Emotivisme
Bv: ik ben tegen liegen, want het geeft me een slecht gevoel
Bv: ik help andere, want anders voel ik me schuldig
- morele uitspraak is uitdrukking van een gevoel
- ethische discussie = uiten en beïnvloeden van gevoelens
DRIE BEZWAREN TEGEN HET EMOTIVISME:
o Afkeer leidt niet altijd tot morele afkeuring en waardering niet altijd
tot morele goedkeuring.
Bv: bewondering voor de schurk
o We hechten veel betekenis aan de rechtvaardiging van onze morele
keuzes.
o Morele gevoelens zijn niet de oorzaak, maar het gevolg van morele
opvattingen.
Bv: ecologische keuze voor trein in plaats van vliegtuig, hierdoor ga
je je goed voelen want je hebt een goede ecologische keuze gemaakt
Vrijheid, authenticiteit, geluk
Het goede leven
WAARDEN
o algemene uitdrukking van wat we in ons leven belangrijk vinden
o vandaar: bestanddelen van het goede leven
o uitwerking in deze les aan de hand van drie centrale waarden
RECHTVAARDIGING?
o tussenweg tussen objectivisme en relativisme: redenen geven
waarom we deze waarden zo belangrijk vinden
o van subjectieve voorkeur naar meer algemeen perspectief
Vrijheid
VOORBEELD: kapitalisme: vrijheid of onvrijheid?
-> “two concepts of liberty” (Isaiah Berlin, 1969)
Les 1: 19/02/2025
Thema 1: Ethiek over het goede en het juiste
Begrippenkader
Waarden en deugden
WAARDEN: algemene morele uitgangspunten, aspecten van het leven die
we belangrijk (‘waardevol’) vinden. Drukken een beoordeling of evaluatie
uit:
-> waarde is vaak positief
-> een waarde zegt niet hoe je iets moet doen
o Bv: “Tolerantie is de basis van onze democratie.”
“Alles staat of valt bij eerlijkheid.”
“Gezondheid is een kostbaar goed.”
Waardevolle karaktereigenschappen noemen we DEUGDEN:
Bv: vriendelijkheid, eerlijkheid, bescheidenheid
Over waarden en deugden gaat men vaak niet discussiëren het is zo punt
Normen
NORMEN: concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons
voorschrijven wat we moeten of mogen doen
Toepassing van een waarde
Drukken een plicht of een permissie of een verbod uit.
Bv: “breek nooit je belofte”
“een leugentje om bestwil is toegestaan”
“je moet de waarheid spreken”
Afbakening van de ethiek
MOREEL: wat overeenstemt met de heersende waarden en normen
Bv: de zieken verzorgen
IMMOREEL: wat de heersende waarden en normen schendt
Bv: uitsluiting op basis van racisme, iemand in nood niet helpen
A-MOREEL: waarbij geen waarden en normen betrokken zijn
Bv: “De zon komt op in het oosten.”
afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel
-> ethiek is morele en immorele zaken
-> moreel hangt af van wat je als tegenhanger ziet (moreel is iets
anders tegenover immoreel dan tegenover a-moreel)
Moraal en ethiek
, MORAAL: stelsel van normen en waarden, dat betrekking heeft op het
handelen van mensen
Bv: “in de moraal van de antiek-Griekse cultuur stond dapperheid hoog
aangeschreven”
ETHIEK: studie van normen en waarden (van de moraal), die zich richt op
de vraag welke normen en waarden we kunnen rechtvaardigen
Bv: “Waarom moeten we gezondheid beschouwen als een belangrijke
waarde?”
Rechtvaardiging
KERNTAAK VAN DE ETHIEK
o niet beschrijven (descriptief) van normen en waarden
Bv: antropologie, rechtsgeleerdheid
o niet verklaren (oorzaken) van normen en waarden
Bv: sociologie, geschiedenis
o wel de geldigheid onderzoeken van waarden en normen
HOE RECHTVAARDIG JE EEN NORM?
o NIET door oorzaken te formuleren (descriptief)
o WEL door redenen te formuleren voor die norm
o Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen
verdedigen?
o Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?
o de ethiek is zelf normatief: ze vormt een oordeel over de geldende
normen en waarden en geeft dus aan welke normen en waarden we
zouden moeten naleven (moreel versus immoreel)
-> geen neutrale wetenschap
Ethiek: wetenschappelijke discipline
Een raadseltje uit de fysica (situatie zonder luchtweerstand)
o Een steen die twee keer zo zwaar is, komt twee keer sneller neer
o Een steen die twee keer zo zwaar is, komt vier keer sneller neer
o Het gewicht speelt geen rol: zelfs een pluimpje en een betonblok
zouden even snel neerkomen
Analogie met exacte wetenschap:
o systematisch nadenken over moraal
o ethiek streeft naar een vorm van objectieve geldigheid
o geen kwestie van persoonlijke mening
Verschil met wetenschap:
o geen verklaring of loutere beschrijving van fenomenen
o onderzoek of er goede redenen zijn voor een norm
o = vraag naar rechtvaardiging
Het funderingsprobleem
,Uit feiten geen normen
LOGISCHE KLOOF TUSSEN ZIJN EN BEHOREN (MOETEN)
Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat we iets moeten
doen (of nalaten); uit een feit kan niet zonder meer een norm worden
afgeleid.
-> het is niet zo omdat iets al altijd zo is, dat het ook zo moet zijn
Niet geldig!
Bv: vlees eten veroorzaakt leed bij dieren → we mogen geen vlees eten
Syllogisme: als a en b waar zijn dan moet de conclusie waar zijn
TWEE VERREGAANDE IMPLICATIES:
o Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten,
verklaringen, experimenteel bewijs, etc. is niet bruikbaar in de
ethiek.
o De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over
hoe we ons leven moeten leiden
-> ze kunnen enkel een uitspraak doen over wat er is
Geen ultieme fundering
Een correcte redenering om normen te rechtvaardigen bevat naast
feitelijke ook normatieve argumenten.
Wel geldig!
-> niet perse juist, maar het is een goede redenering
o vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
o we mogen geen leed veroorzaken bij dieren
o Conclusie: we mogen geen vlees eten
MAAR: Wat rechtvaardigt de bewering dat we geen leed mogen
veroorzaken bij dieren?
Probleem: elke norm die we aannemen, moet opnieuw gefundeerd worden.
Er is in de westerse samenleving (seculiere samenleving) geen algemeen
aanvaarde geldige basis of bron voor morele normativiteit
Bv: god
‘regressus ad infinitum’
-> teruggaan tot het oneindige
Funderingsprobleem: Het is onmogelijk om tot een ultieme fundering voor
ethische stellingnamen te komen.
Tussen objectivisme en relativisme
OBJECTIVISME: De juistheid van algemene morele uitgangspunten kan
bewezen worden.
RELATIVISME: Uiteindelijk zijn normen en waarden altijd relatief; het is
zinloos om te proberen ze te rechtvaardigen.
-> normen en waarden zijn afhankelijk van tijd, ruimte, cultuur, …
TUSSENWEG: Het heeft zin om algemene morele uitgangspunten te
onderzoeken en na te gaan welke morele consequenties ze met zich
meebrengen
, Het probleem van het relativisme
Ten opzichte van wat zijn normen en waarden relatief?
o cultuurrelativisme (geografisch en historisch)
Bv: de doodstraf
- fundamentele verschillen tussen culturen
o Wat met bv: vriendschap? liegen?
- cultuuroverstijgende normen en waarden
- redenen kunnen overtuigend zijn
o subjectivisme
-> normen en waarden zijn niet relatief tegenover de cultuur waarin
je opgroeit, maar tegenover jezelf, het subject, het individu
Bv: Emotivisme
Bv: ik ben tegen liegen, want het geeft me een slecht gevoel
Bv: ik help andere, want anders voel ik me schuldig
- morele uitspraak is uitdrukking van een gevoel
- ethische discussie = uiten en beïnvloeden van gevoelens
DRIE BEZWAREN TEGEN HET EMOTIVISME:
o Afkeer leidt niet altijd tot morele afkeuring en waardering niet altijd
tot morele goedkeuring.
Bv: bewondering voor de schurk
o We hechten veel betekenis aan de rechtvaardiging van onze morele
keuzes.
o Morele gevoelens zijn niet de oorzaak, maar het gevolg van morele
opvattingen.
Bv: ecologische keuze voor trein in plaats van vliegtuig, hierdoor ga
je je goed voelen want je hebt een goede ecologische keuze gemaakt
Vrijheid, authenticiteit, geluk
Het goede leven
WAARDEN
o algemene uitdrukking van wat we in ons leven belangrijk vinden
o vandaar: bestanddelen van het goede leven
o uitwerking in deze les aan de hand van drie centrale waarden
RECHTVAARDIGING?
o tussenweg tussen objectivisme en relativisme: redenen geven
waarom we deze waarden zo belangrijk vinden
o van subjectieve voorkeur naar meer algemeen perspectief
Vrijheid
VOORBEELD: kapitalisme: vrijheid of onvrijheid?
-> “two concepts of liberty” (Isaiah Berlin, 1969)