HOOFDSTUK 1: TAALTHERAPIE
DOEL
Beter communiceren
Functionele communicatie
Verstaanbaar zijn voor de omgeving (adhv aangeboden
compenserende hulpmiddelen)
Goed kunnen praten
Uiteindelijke doel = verbeteren van het functioneren in zijn totaliteit.
Vanuit ICF - behandeling op systematische en methodische manier opbouwen, EBP = centraal. Denk aan de
hulpvraag!
PRINCIPES
Taaltherapie verschilt bij kinderen met taalvertraging tov taalstoornis
Taalvertraging
o Taalbad wordt geadviseerd
o Zeer regelmatig aanbieden van een rijk en gevarieerd taalaanbod om de achterstand in te
halen
Veel verteld en verwoord tijdens therapie
o Kinderen met TV:
Pikken woordenschat en morfosyntactische structuren op
Leren onderliggende regels van taal spontaan
Taalstoornis
o Woordenschat beperken
o Eenvoudige, korte zinnen & ondubbelzinnige taal
o Trager spraaktempo
o Herhalen van uitingen
o Lange zinnen opdelen in korte uitingen
o Grenzen tussen woord- of accentgroepen duidelijk laten horen via pauzes en intonatie in
functie van een vlottere auditieve verwerking
o We / gaan / een oefening / maken
Verschillende belangrijkste principes binnen taaltherapie bij kinderen met TOS. Deze principes zijn zowel van
belang bij kinderen met een vertraagde als een verstoorde taalontwikkeling en kunnen bij andere
ontwikkelingsstoornissen ook zinvol zijn.
1
,Taal: therapie – taalontwikkelingsstoornis (TOS)
WERKEN AAN PROBLEEMBESEF
Kinderen met TOS horen vaak verschil niet tussen een correct en niet-correct uitgesproken woord of tussen
grammaticaal correcte of incorrecte zin
Wat is juist? Wat is fout?
o “Koe gras eet.”
Logopedist toont en verklaart het verschil
Probleembesef en metalinguïstisch bewustzijn vergroten kans op verbetering stijgt
GEÏNTEGREERDE AANPAK VAN ALLE TAALCOMPONENTEN
Wat aan bod komt in therapie is afhankelijk van het taalprofiel van het kind
Taalbegrip taalproductie
Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik
Vaak geïntegreerde aanpak nodig!
AANDACHT VOOR AUDITIEVE PERCEPTIE
Taal komt binnen via auditieve kanaal
Een goede luisterhouding is de basis voor therapie
Indien auditieve perceptie zwak opnemen in behandelplan
Inoefenen van
o Auditieve vaardigheden (waarneming, geheugen, sequentiëren)
o Fonologisch en fonemisch BWZ (auditieve analyse & synthese)
VERSTERKEN INNERLIJKE TAAL
Kind leert eigen handelen beter plannen en sturen door acties, gevoelens, gedachten, ideeën en
strategieën te verwoorden
Koppelen van taal aan actie = groot belang!
o Bv. bij het wassen van handen verwoordt de
therapeut elke opeenvolgende stap (ook
visueel ondersteunen) – versterkt innerlijke
taal
Logopedist tolkt wat het kind beleeft, voelt, doet en
stimuleert zelfstandigheid
PRETEACHING
Tijdens therapie voorbereiden wat er in de klas/thuis aan bod zal komen
o Selecteren van woordenschat van een toekomstig thema Kind kan sneller volgen in de klas
o Voorbereidende leesvaardigheden ifv letterherkenning
Voorsprong geven in functie van het verhogen van de betrokkenheid, leerkans en transfer.
2
,Taal: therapie – taalontwikkelingsstoornis (TOS)
VISUELE ONDERSTEUNING
Compenseren, koppeling maken en versterken (ev. Tactiel, motorisch)
Concreet materiaal, prenten, foto’s, tekeningen, pictogrammen, geschreven taal (ev. Ondersteunende
gebaren)
HERHALING
Drillen adhv visualisaties
Ifv adequaat opslaan van verbale informatie
Ifv automatisatie
SAMENWERKING MET OUDERS EN SCHOOL
Ouders, school en logopedist (en andere hulpverleners)
Ouders zijn co-therapeut ifv transfer naar spontane taal
Open communicatie met de school ifv transfer
Leerkracht geeft huidige thema’s door, brieft moeilijkheden
Logopedist geeft tips en brieft stand van zaken
BENADERINGSWIJZEN
THERAPEUTGESTUURDE BENADERING – CLINICAL DIRECTED
Oefentherapie
Therapeut stuurt de therapie, kiest doel, frequentie, bekrachtiging, …
Voordeel: cliënt krijgt veel oefenmogelijkheden
Nadeel: moeilijke transfer naar spontaan gebruik, veel oefenen kan tot verveling leiden waardoor therapie niet
aanslaat
Voorbeeld: het aanwijzen en benoemen van voorwerpen en plaatjes
CLIËNTGERICHTE BENADERING – CHILD CENTERED
Communicatieve taaltherapie met spel
Therapeut kiest vooraf een doel en stemt dit af op noden van het kind maar kind bepaalt verder
wat er gebeurt in communicatie of SPEL
Therapeut volgt het initiatief van het kind, stimuleert en verbaliseert communicatie, reageert positief
op elke communicatiepoging
o Therapeut vraagt niet aan het kind om bepaalde doelstructuur uit te stellen, maar zal
gekozen doelstructuur toepassen als de situatie zich voordoet
3
, Taal: therapie – taalontwikkelingsstoornis (TOS)
o VAT-principe staat hierbij centraal
HYBRIDE BENADERING
Tussenvorm
Therapeut kiest afgebakend doel
Therapeut kiest activiteit en materiaal dat doelstructuur natuurlijk uitlokt
Therapeut focust op 1 doel, andere taalaspecten blijven eenvoudig
Voorbeeld: werken aan tweewoordzin zal logopedist woorden gebruiken die het kind al kent en daarbij geen
hoge eisen stellen aan de conversatievaardigheden en communicatieve functies
Voordeel: gemakkelijke generalisatie naar spontaan gebruik; situatie manipuleren en controleren zodat doel
vaak aan bod komt
METHALINGUÏSTISCHE BENADERING
Vanaf 7 jaar
Metalinguïstische en metacognitieve vaardigheden ingezet worden
Metalinguïstisch vaardig = nadenken en reflecteren over taal en nadenken over leren en kennis
Voorbeelden: het plannen van taken of het toepassen van strategieën om informatie goed te onthouden, het
toepassen en definiëren van spellingsregels of het begrijpen van grapjes
ACTIVITEITEN
SAMEN SPELEN
Werkt gemotiveerd
Geen/weinig druk
Natuurlijke, ontspannen setting
Gemeenschappelijk plezier
Vertrouwensband – nauw contact tussen cliënt en therapeut
Tijdens het spelen van spelletjes komen verschillende aspecten van taal aan bid:
o Taalinhoud bepaalde woordenschat
o Taalvorm bepaalde weerkerende zinsconstructies
o Taalgebruik beurtnemen, gepast verbaal en non-verbaal reageren
Cursus pagina 15 – spelontwikkeling
4