Welzijn en justitie:
Hoofdstuk 1: De sociaal werker, werkzaam in de forensische context
1. Inleiding: wat is Forensisch Sociaal Werk
Forensisch Sociaal Werk: gespecialiseerde tak binnen het sociaal werk die zich richt op
(verplichte) begeleiding en ondersteuning van mensen die in aanraking komen met het
gerechtelijk apparaat, zowel slachtoffers als daders en hun context
Werken vanuit mensenrechtenperspectief en sociale rechtvaardigheid, zowel preventief als
curatief.
Constructivistische visie mensenrechtenbenadering: mens in specifieke context geeft
zelf vorm aan zijn begeleiding – vertrekken vanuit specifieke context van
belanghebbenden
Verplicht: stok achter de deur visie over gedwongen begeleiding
Werkgebied Forensisch Sociaal Werkers: alle schakels van het rechtssysteem –
straftoemeting, strafuitvoering … en samenwerking met politie, justitie, gevangenissen en
sociale diensten
Doel: interventies gericht op herstel, re-integratie en het voorkomen van recidive door de
sociaal maatschappelijke omstandigheden van betrokkenen te verbeteren – belanghebbenden
en diens omgeving ondersteunen bij sociaal en psychologisch herstel + re-integratie in de
samenleving bevorderen
Sociaal maatschappelijke omstandigheden: complexiteit aan sociale problemen van
belanghebbenden en belang van netwerking en verbinding met andere diensten vanuit
complexe problematieken van belanghebbenden
Nabije en verbindende houding: betrokken zijn op gebruikers van hulp- en
dienstverlening als sociaal werker
Nabij: dicht en op maat van belanghebbende + nabijheid in samenwerking
tussen professionals en vrijwilligers
Verbindend: samenwerken met partners
National Organization of Forensic Social Work, Forensisch Sociaal Werk: breed en
veelzijdig werkveld dat sociaal werk op micro-, meso- en macroniveau omvat en zich richt op
individuen die in contact staan met strafrechtelijk of juridisch systeem
Doelgroepen: gedetineerde jongeren en volwassenen, ex-gedetineerden, kinderen die
slachtoffer zijn van mishandeling of verwaarlozing, slachtoffers van huiselijk of seksueel
geweld …
Invulling en erkenning forensisch sociaal werk = verschillend per land, afhankelijk van
juridisch kader, onderwijslandschap en mate van specialisatie binnen sociaal werk
Gevolg: andere taakinvulling en opleiding – uiteenlopende competentieprofielen en niveaus
van professionalisering
Bevinding internationaal vergelijkend onderzoek in 10 landen: grote variatie in mate
waarin Forensisch Sociaal Werk geïntegreerd is in opleiding en praktijk
VS: gespecialiseerde trajecten en certificeringsmogelijkheden via NOFSW
Engeland: via British Association of Social Workers competentiekader uitgewerkt voor
forensisch werk binnen geestelijke gezondheidszorg
Dr. Ruth Allen (CEO BASW en lid stuurgroep in VK): Forensisch Sociaal Werk is een zeer
gespecialiseerd domein waarin sociaal werkers mensenrechten bewaken binnen
complexe juridische, sociale, psychologische en medische contexten
1
, Sociaal werkers werken vaak met mensen die onder de strengste
vrijheidsbeperkende maatregelen vallen en spelen een cruciale rol in hun herstel,
het behoud van hoop en het versterken van familie- en sociale banden.
Nederland en Zuid-Afrika: formele specialisatietrajecten verankerd binnen hoger onderwijs
Kenia en Australië: Forensisch Sociaal Werk benaderen vanuit generalistisch
opleidingsmodel
Studie benadrukt: wereldwijde nood aan meer gestructureerde opleidingstrajecten en
erkenning van Forensisch Sociaal Werk als gespecialiseerd domein
Historische, culturele en institutionele factoren bepalen de mate van ontwikkeling,
maar gebrek aan uniformiteit leidt tot ongelijkheid in kwaliteit en praktijk.
2. Werkrelatie, rollen, kerncompetenties en kwaliteitsvol werken als Forensisch Sociaal Werker
Vaardigheden Forensisch Sociaal Werker: juridische expertise, kennis van complexe
sociale, psychologische en gezondheidsproblematiek en vermogen om te werken met mensen
die vaak onder dwang op detentie staan
Functie: mensenrechten beschermen en belanghebbenden ondersteunen in de zwaarste
omstandigheden
Justitiële en forensische wereld: aandacht verschuift van individueel falen naar beheersen
van risico’s – burgers worden beoordeeld op basis van ‘risicoprofielen’
Gevolg: algemeen gevoel van uitsluiting of wantrouwen
>< Sociaal werkers: maken omslag van risicodenken naar relationeel werken – bredere
sociale, culturele en economische context proberen begrijpen, vertrouwen en relaties
herstellen zodat mensen weer volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij en richten
op wat mensen helpt om afstand te nemen van crimineel gedrag en een ander levenspad te
kiezen
Verschillende rollen Forensisch Sociaal werker:
- Informateur: organisaties informeren over situatie en context van belanghebbende
- Bemiddelaar: bij conflicten tussen mensen en gespecialiseerde organisaties
(verslavingszorg, schuldbemiddelaars, sociale huisvesting …)
- Sleutelfiguur: overzicht behouden van veelheid aan diensten en problem solved werken
(OGW)
- Vangnet: blijvend follow-up’en – wachtlijsten, uitsluitingscriteria …
- Belangenbehartiger: structurele oplossingen proberen zoeken (recht op …) – hangt
samen met vangenet
Praktijk: nabijheid, generalistisch werken, politiserend werken, verbindend en procesmatig
werekn = cruciaal
Essentiële competenties: risicomanagement combineren met ondersteuning, participatie
waarborgen en vasthouden aan ethische standaarden
Kernvaardigheden Forensisch Sociaal Werker:
Nabijheid en laagdrempelig werken: vertrouwensrelatie met gedetineerden waarbij mens
centraal staat en niet de gepleegde feiten – fysiek aanwezig zijn en proactief contact
onderhouden
Politiserend werken: toegang tot rechten waarborgen en maatschappelijke problemen
collectiviseren – praktijkwerkers signaleren structurele probelemen via overleg en
beleidscoördinatoren
Generalistisch werken: aandacht voor alle levensdomeinen van gedetineerden en fungeren
als brugfiguur tussen verschillende diensten
2
, Verbindend werken: individuen versteren (individueel niveau), verbindingen leggen met
maatschappelijke instituties (samenlevingsniveau)
Initiatieven zoals sociaal bezoeken en samenwerking met externe organisaties
bevorderen verbinding tussen binnen en buiten de gevangenis.
Procesmatig werken: hulpverlening/begeleiding afstemmen op noden en behoeften van
gedetineerden (tempo van belanghebbende met zijn/haar ups en downs, context …), waarbij
inspraak en participatie centraal staan
Essentieel: flexibiliteit om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen
Nederland: competentie-set voor werken binnen forensisch sociaal domein – Forensisch
Sociaal Werker opereert in context van juridische maatregelen, dwang en veiligheid waarbij
hij/zij zowel ondersteuning biedt aan cliënten als aan maatschappelijke bescherming
7 kerncompetenties van Forensisch Sociaal Werker:
1. Vasthoudendheid in de werkalliantie: het opbouwen en onderhouden van een
vertrouwensband met belanghebbenden die verplicht worden tot begeleiding, ondanks
weerstand of tegenwerking
2. Combinatie van risicobeheersing en gedragsverandering: zelfstandig en onder druk
handelen om recidiverisico’s te beperken en gedragsverandering bij belanghebbenden
(en hun context) te stimuleren
3. Sturend en richtinggevend samenwerken binnen juridisch kader: leiding nemen in
netwerkoverleggen en optreden wanneer rechtsorde dat vereist
4. Transparante verantwoording: verantwoording afleggen aan cliënt, samenleving en
rechtstaat met onderbouwde en uitlegbare keuzes
5. Respect voor zelfbeschikking binnen dwang: autonomie van cliënten waar mogelijk
respecteren zonder veiligheid uit het oog te verliezen
6. Mentale veerkracht: professioneel blijven functioneren in stressvolle, risicovolle en
emtioneel beladen situaties
7. Normgericht en ethisch handelen: beslissingen nemen vanuit gedeelde waarden,
professionele normen en maatschappelijke verantwoordelijkheid
Competenties = aanvulling op algemene sociaalwerkvaardigheden (methodisch handelen,
reflectie, samenwerken, communiceren …)
Nederland: Kwaliteitskader Forensische Zorg – biedt handvatten om in praktijk te werken aan
hoogkwalitatieve, gespecialiseerde zorg binnen juridisch kader
5 pijlers:
1. Veiligheid en persoonsgerichte zorg: balans tussen maatschappelijke veiliheid en zorg
op maat
Doel: recidive verminderen via herstelgerichte begeleiding, afgestemd op individuele
cliënt binnen justitiële contexten
2. Samen beslissen: cliënten worden actief betrokken bij behandelkeuze – motivatie
bevorderen en eigenaarschap over eigen herstelproces vergroten
3. Samenwerking in de keten: forensische zorg werkt nauw samen met justitiële,
medische en maatschappelijke partners – heldere communicatie en afstemming in
functie van continuïteit en effectiviteit van zorg
4. Professionalisering en vakmanschap: investeren in opleiding, reflectie en deskundigheid
van forensisch hulpverleners is noodzakelijk om complexe situaties professioneel aan te
pakken
3
, 5. Transparantie en verantwoording: zorginstellingen leggen op transparante manier
verantwoording af over hun kwaliteit en resultaten – bevordert vertrouwen in forensisch
zorgsysteem
Schematische voorstelling (p.13)
2.1 Mensenrechten als fundament
Bevinding onderzoek België en Australië: belangrijk om van als Forensisch Sociaal
Werker te werken vanuit mensenrechtenperspectief, generalistisch te werken, systemen te
verbinden en contextuele en structurele oorzaken van crimineel gedrag te erkennen
Concreet: Forensisch Sociaal Werker heeft een dubbele functie, bekijkt crimineel gedrag
vanuit structurele en contextuele oorzaken en handelt hiernaar op verschillende niveaus
Praktijk draait niet alleen rond individuele hulpverlening, maar ook rond structurele
verandering en beleidsbeïnvloeding.
Model Liesbeth Naessens: nadruk op nabijheid, proceslogica, generalistische aanpak en
politisering als leidende principes
Sociaal werk moet streven naar sociale rechtvaardigheid binnen instellingen waar
mensenrechten onder druk staan.
3. Historische situering van Forensisch Sociaal Werk
Vlaanderen en België: evolutie van liefdadigheid en vrijwilligerswerk naar professioneel,
breed welzijnsgericht domein dat nauw samenwerkt met justitie, maar ook eigen kritische en
emancipatorische rol blijft opeisen binnen samenleving
19e eeuw: burgerlijke en religieuze initiatieven
Ontstaan eerste vormen Forensisch Sociaal Werk: buitenstaanders (burgerlijke
groeperingen en religieuze orden) trokken zich het lot van gevangen aan
Vanaf 1888: officiële erkenning van dit werk via oprichting van Beschermingscomités
die zich bekommerden om re-integratie van ex-gedetineerden
Begin 20ste eeuw: professionalisering en overheidsbemoeienis
WOI: start publieke reclassering – professionele ambtenaren van Ministerie van Justitie
verzorgden begeleiding en voorlichting aan gedetineerden
1920: oprichting Peniteniair Antropologische Dienst
1930: oprichting Sociale Dienst van Bestuur der Strafinrichtingen – maatschappelijk
werkers inzetten voor diagnose en begeleiding van gedetineerden bij hun terugkeer naar de
samenleving
Jaren ’70-’80: periode van evolutie en differentiatie
Eind jaren ’70, begin jaren ’80: evolutie met duidelijke scheiding tussen private en publieke
reclassering
Tot jaren ’70: weinig onderscheid tussen private (vrijwillige) en publieke
(overheids)reclassering
Staatshervorming 1980: maatschappelijke dienstverlening aan gedetineerden werd
bevoegdheid van gemeenschappen, waardoor Vlaamse Gemeenschap verantwoordelijk
werd voor welzijnsgericht aanbod, los van justitie
1985: formele erkenning van autonoom forensisch welzijnswerk
Besluit Vlaamse Executieve, 24 juli 1985: formalisering van opdracht van autonoom
forensisch welzijnswerk
Autonoom forensisch welzijnswerk: richt zich niet enkel op justitiecliënt zelf, maar ook
op diens directe sociale omgeving en slachtoffers
Duidelijk onderscheid tussen diensten die autonoom vanuit welzijn werken en diensten
die nauw verbonden zijn met justiële opdrachten zoals controle en rapportage.
4
Hoofdstuk 1: De sociaal werker, werkzaam in de forensische context
1. Inleiding: wat is Forensisch Sociaal Werk
Forensisch Sociaal Werk: gespecialiseerde tak binnen het sociaal werk die zich richt op
(verplichte) begeleiding en ondersteuning van mensen die in aanraking komen met het
gerechtelijk apparaat, zowel slachtoffers als daders en hun context
Werken vanuit mensenrechtenperspectief en sociale rechtvaardigheid, zowel preventief als
curatief.
Constructivistische visie mensenrechtenbenadering: mens in specifieke context geeft
zelf vorm aan zijn begeleiding – vertrekken vanuit specifieke context van
belanghebbenden
Verplicht: stok achter de deur visie over gedwongen begeleiding
Werkgebied Forensisch Sociaal Werkers: alle schakels van het rechtssysteem –
straftoemeting, strafuitvoering … en samenwerking met politie, justitie, gevangenissen en
sociale diensten
Doel: interventies gericht op herstel, re-integratie en het voorkomen van recidive door de
sociaal maatschappelijke omstandigheden van betrokkenen te verbeteren – belanghebbenden
en diens omgeving ondersteunen bij sociaal en psychologisch herstel + re-integratie in de
samenleving bevorderen
Sociaal maatschappelijke omstandigheden: complexiteit aan sociale problemen van
belanghebbenden en belang van netwerking en verbinding met andere diensten vanuit
complexe problematieken van belanghebbenden
Nabije en verbindende houding: betrokken zijn op gebruikers van hulp- en
dienstverlening als sociaal werker
Nabij: dicht en op maat van belanghebbende + nabijheid in samenwerking
tussen professionals en vrijwilligers
Verbindend: samenwerken met partners
National Organization of Forensic Social Work, Forensisch Sociaal Werk: breed en
veelzijdig werkveld dat sociaal werk op micro-, meso- en macroniveau omvat en zich richt op
individuen die in contact staan met strafrechtelijk of juridisch systeem
Doelgroepen: gedetineerde jongeren en volwassenen, ex-gedetineerden, kinderen die
slachtoffer zijn van mishandeling of verwaarlozing, slachtoffers van huiselijk of seksueel
geweld …
Invulling en erkenning forensisch sociaal werk = verschillend per land, afhankelijk van
juridisch kader, onderwijslandschap en mate van specialisatie binnen sociaal werk
Gevolg: andere taakinvulling en opleiding – uiteenlopende competentieprofielen en niveaus
van professionalisering
Bevinding internationaal vergelijkend onderzoek in 10 landen: grote variatie in mate
waarin Forensisch Sociaal Werk geïntegreerd is in opleiding en praktijk
VS: gespecialiseerde trajecten en certificeringsmogelijkheden via NOFSW
Engeland: via British Association of Social Workers competentiekader uitgewerkt voor
forensisch werk binnen geestelijke gezondheidszorg
Dr. Ruth Allen (CEO BASW en lid stuurgroep in VK): Forensisch Sociaal Werk is een zeer
gespecialiseerd domein waarin sociaal werkers mensenrechten bewaken binnen
complexe juridische, sociale, psychologische en medische contexten
1
, Sociaal werkers werken vaak met mensen die onder de strengste
vrijheidsbeperkende maatregelen vallen en spelen een cruciale rol in hun herstel,
het behoud van hoop en het versterken van familie- en sociale banden.
Nederland en Zuid-Afrika: formele specialisatietrajecten verankerd binnen hoger onderwijs
Kenia en Australië: Forensisch Sociaal Werk benaderen vanuit generalistisch
opleidingsmodel
Studie benadrukt: wereldwijde nood aan meer gestructureerde opleidingstrajecten en
erkenning van Forensisch Sociaal Werk als gespecialiseerd domein
Historische, culturele en institutionele factoren bepalen de mate van ontwikkeling,
maar gebrek aan uniformiteit leidt tot ongelijkheid in kwaliteit en praktijk.
2. Werkrelatie, rollen, kerncompetenties en kwaliteitsvol werken als Forensisch Sociaal Werker
Vaardigheden Forensisch Sociaal Werker: juridische expertise, kennis van complexe
sociale, psychologische en gezondheidsproblematiek en vermogen om te werken met mensen
die vaak onder dwang op detentie staan
Functie: mensenrechten beschermen en belanghebbenden ondersteunen in de zwaarste
omstandigheden
Justitiële en forensische wereld: aandacht verschuift van individueel falen naar beheersen
van risico’s – burgers worden beoordeeld op basis van ‘risicoprofielen’
Gevolg: algemeen gevoel van uitsluiting of wantrouwen
>< Sociaal werkers: maken omslag van risicodenken naar relationeel werken – bredere
sociale, culturele en economische context proberen begrijpen, vertrouwen en relaties
herstellen zodat mensen weer volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij en richten
op wat mensen helpt om afstand te nemen van crimineel gedrag en een ander levenspad te
kiezen
Verschillende rollen Forensisch Sociaal werker:
- Informateur: organisaties informeren over situatie en context van belanghebbende
- Bemiddelaar: bij conflicten tussen mensen en gespecialiseerde organisaties
(verslavingszorg, schuldbemiddelaars, sociale huisvesting …)
- Sleutelfiguur: overzicht behouden van veelheid aan diensten en problem solved werken
(OGW)
- Vangnet: blijvend follow-up’en – wachtlijsten, uitsluitingscriteria …
- Belangenbehartiger: structurele oplossingen proberen zoeken (recht op …) – hangt
samen met vangenet
Praktijk: nabijheid, generalistisch werken, politiserend werken, verbindend en procesmatig
werekn = cruciaal
Essentiële competenties: risicomanagement combineren met ondersteuning, participatie
waarborgen en vasthouden aan ethische standaarden
Kernvaardigheden Forensisch Sociaal Werker:
Nabijheid en laagdrempelig werken: vertrouwensrelatie met gedetineerden waarbij mens
centraal staat en niet de gepleegde feiten – fysiek aanwezig zijn en proactief contact
onderhouden
Politiserend werken: toegang tot rechten waarborgen en maatschappelijke problemen
collectiviseren – praktijkwerkers signaleren structurele probelemen via overleg en
beleidscoördinatoren
Generalistisch werken: aandacht voor alle levensdomeinen van gedetineerden en fungeren
als brugfiguur tussen verschillende diensten
2
, Verbindend werken: individuen versteren (individueel niveau), verbindingen leggen met
maatschappelijke instituties (samenlevingsniveau)
Initiatieven zoals sociaal bezoeken en samenwerking met externe organisaties
bevorderen verbinding tussen binnen en buiten de gevangenis.
Procesmatig werken: hulpverlening/begeleiding afstemmen op noden en behoeften van
gedetineerden (tempo van belanghebbende met zijn/haar ups en downs, context …), waarbij
inspraak en participatie centraal staan
Essentieel: flexibiliteit om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen
Nederland: competentie-set voor werken binnen forensisch sociaal domein – Forensisch
Sociaal Werker opereert in context van juridische maatregelen, dwang en veiligheid waarbij
hij/zij zowel ondersteuning biedt aan cliënten als aan maatschappelijke bescherming
7 kerncompetenties van Forensisch Sociaal Werker:
1. Vasthoudendheid in de werkalliantie: het opbouwen en onderhouden van een
vertrouwensband met belanghebbenden die verplicht worden tot begeleiding, ondanks
weerstand of tegenwerking
2. Combinatie van risicobeheersing en gedragsverandering: zelfstandig en onder druk
handelen om recidiverisico’s te beperken en gedragsverandering bij belanghebbenden
(en hun context) te stimuleren
3. Sturend en richtinggevend samenwerken binnen juridisch kader: leiding nemen in
netwerkoverleggen en optreden wanneer rechtsorde dat vereist
4. Transparante verantwoording: verantwoording afleggen aan cliënt, samenleving en
rechtstaat met onderbouwde en uitlegbare keuzes
5. Respect voor zelfbeschikking binnen dwang: autonomie van cliënten waar mogelijk
respecteren zonder veiligheid uit het oog te verliezen
6. Mentale veerkracht: professioneel blijven functioneren in stressvolle, risicovolle en
emtioneel beladen situaties
7. Normgericht en ethisch handelen: beslissingen nemen vanuit gedeelde waarden,
professionele normen en maatschappelijke verantwoordelijkheid
Competenties = aanvulling op algemene sociaalwerkvaardigheden (methodisch handelen,
reflectie, samenwerken, communiceren …)
Nederland: Kwaliteitskader Forensische Zorg – biedt handvatten om in praktijk te werken aan
hoogkwalitatieve, gespecialiseerde zorg binnen juridisch kader
5 pijlers:
1. Veiligheid en persoonsgerichte zorg: balans tussen maatschappelijke veiliheid en zorg
op maat
Doel: recidive verminderen via herstelgerichte begeleiding, afgestemd op individuele
cliënt binnen justitiële contexten
2. Samen beslissen: cliënten worden actief betrokken bij behandelkeuze – motivatie
bevorderen en eigenaarschap over eigen herstelproces vergroten
3. Samenwerking in de keten: forensische zorg werkt nauw samen met justitiële,
medische en maatschappelijke partners – heldere communicatie en afstemming in
functie van continuïteit en effectiviteit van zorg
4. Professionalisering en vakmanschap: investeren in opleiding, reflectie en deskundigheid
van forensisch hulpverleners is noodzakelijk om complexe situaties professioneel aan te
pakken
3
, 5. Transparantie en verantwoording: zorginstellingen leggen op transparante manier
verantwoording af over hun kwaliteit en resultaten – bevordert vertrouwen in forensisch
zorgsysteem
Schematische voorstelling (p.13)
2.1 Mensenrechten als fundament
Bevinding onderzoek België en Australië: belangrijk om van als Forensisch Sociaal
Werker te werken vanuit mensenrechtenperspectief, generalistisch te werken, systemen te
verbinden en contextuele en structurele oorzaken van crimineel gedrag te erkennen
Concreet: Forensisch Sociaal Werker heeft een dubbele functie, bekijkt crimineel gedrag
vanuit structurele en contextuele oorzaken en handelt hiernaar op verschillende niveaus
Praktijk draait niet alleen rond individuele hulpverlening, maar ook rond structurele
verandering en beleidsbeïnvloeding.
Model Liesbeth Naessens: nadruk op nabijheid, proceslogica, generalistische aanpak en
politisering als leidende principes
Sociaal werk moet streven naar sociale rechtvaardigheid binnen instellingen waar
mensenrechten onder druk staan.
3. Historische situering van Forensisch Sociaal Werk
Vlaanderen en België: evolutie van liefdadigheid en vrijwilligerswerk naar professioneel,
breed welzijnsgericht domein dat nauw samenwerkt met justitie, maar ook eigen kritische en
emancipatorische rol blijft opeisen binnen samenleving
19e eeuw: burgerlijke en religieuze initiatieven
Ontstaan eerste vormen Forensisch Sociaal Werk: buitenstaanders (burgerlijke
groeperingen en religieuze orden) trokken zich het lot van gevangen aan
Vanaf 1888: officiële erkenning van dit werk via oprichting van Beschermingscomités
die zich bekommerden om re-integratie van ex-gedetineerden
Begin 20ste eeuw: professionalisering en overheidsbemoeienis
WOI: start publieke reclassering – professionele ambtenaren van Ministerie van Justitie
verzorgden begeleiding en voorlichting aan gedetineerden
1920: oprichting Peniteniair Antropologische Dienst
1930: oprichting Sociale Dienst van Bestuur der Strafinrichtingen – maatschappelijk
werkers inzetten voor diagnose en begeleiding van gedetineerden bij hun terugkeer naar de
samenleving
Jaren ’70-’80: periode van evolutie en differentiatie
Eind jaren ’70, begin jaren ’80: evolutie met duidelijke scheiding tussen private en publieke
reclassering
Tot jaren ’70: weinig onderscheid tussen private (vrijwillige) en publieke
(overheids)reclassering
Staatshervorming 1980: maatschappelijke dienstverlening aan gedetineerden werd
bevoegdheid van gemeenschappen, waardoor Vlaamse Gemeenschap verantwoordelijk
werd voor welzijnsgericht aanbod, los van justitie
1985: formele erkenning van autonoom forensisch welzijnswerk
Besluit Vlaamse Executieve, 24 juli 1985: formalisering van opdracht van autonoom
forensisch welzijnswerk
Autonoom forensisch welzijnswerk: richt zich niet enkel op justitiecliënt zelf, maar ook
op diens directe sociale omgeving en slachtoffers
Duidelijk onderscheid tussen diensten die autonoom vanuit welzijn werken en diensten
die nauw verbonden zijn met justiële opdrachten zoals controle en rapportage.
4