KA Tijdvak 1-4
KA British Empire Tijdvak 5-8
Tijdlijn British Empire Tijdvak 5-8 (1585- 1900)
, KA
Tijd van jagers en boeren
1. De levenswijze van jagers en verzamelaars.
2. Het ontstaan van de landbouw en landbouwsamenlevingen.
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Tijd van Grieken en Romeinen
4. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat.
5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
6. De klassieke vormtaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
7. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-
Europa.
8. De ontwikkeling van het jodendom en christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Tijd van monniken en ridders
9. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
10. Het ontstaan en verspreiding van de islam.
11. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
12. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
Tijd van steden en staten
13. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-
urbane samenleving.
14. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
15. Het conflict inde christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke
macht het primaat behoorde te hebben.
16. De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van
kuistochten.
17. Het begin van staatsvorming en centralisatie.
Tijd van ontdekkers en hervormers (British Empire)
18. Het begin van de Europese overzeese expansie
19. -
20. -
21. De protestantse reformatie de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg
had.
22. -
TIjd van regenten en vorsten (British Empire)
23. -
24. -
KA British Empire Tijdvak 5-8
Tijdlijn British Empire Tijdvak 5-8 (1585- 1900)
, KA
Tijd van jagers en boeren
1. De levenswijze van jagers en verzamelaars.
2. Het ontstaan van de landbouw en landbouwsamenlevingen.
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
Tijd van Grieken en Romeinen
4. De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat.
5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
6. De klassieke vormtaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
7. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-
Europa.
8. De ontwikkeling van het jodendom en christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Tijd van monniken en ridders
9. De verspreiding van het christendom in geheel Europa.
10. Het ontstaan en verspreiding van de islam.
11. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een
zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
12. Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.
Tijd van steden en staten
13. De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-
urbane samenleving.
14. De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
15. Het conflict inde christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke
macht het primaat behoorde te hebben.
16. De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van
kuistochten.
17. Het begin van staatsvorming en centralisatie.
Tijd van ontdekkers en hervormers (British Empire)
18. Het begin van de Europese overzeese expansie
19. -
20. -
21. De protestantse reformatie de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg
had.
22. -
TIjd van regenten en vorsten (British Empire)
23. -
24. -