immuniteit
1. Ziekteverwekkers voorkomen en bestrijden
▪ pathogenen = ziekteverwekkers
- extern: virussen, bacteriën, schimmels, parasieten
- intern: kankercellen
▪ barrière mechanisme =1ste lijn
▪ afweersysteem = immuunsysteem
- niet specifieke afweer: alle indringers 2de lijn
- specifieke afweer: specifieke indringer 3de lijn
1.1 Infecties voorkomen
1) hygiënische houding
- douchen, handen gewassen, tanden poetsen, wassen aan lavabo, haren wassen
2) ontsmetting
- bacteriën en ziekteverwekkers doden tot aanvaardbaar laag besmettingsrisico
- 2 soorten
➢ antiseptica: ontsmetten levend weefsel
➢ desinfectantia: handen en voorwerpen ontsmetten
3) sterilisatie = opzettelijk doden van micro-organismen op of in materiaal
- UV-stralen: doodt organismen wanneer er niet gewerkt wordt
, - heteluchtsterilisator: glas en metalen instrumenten met warme droge lucht
- autoclaaf: glas, metalen instrumenten, doeken en sommige kunststoffen met
stoom onder hoge druk
- waterstofperoxide: instrumenten die geen hoge temperaturen verdragen
1.2 De eerste barrière voorkomt het binnendringen
1) fysische barrière
- huid bestaat aan buitenkant uit ondoordringbare laag
= epidermis
2) chemische barrière
- lichaamsvochten die chemische stoffen bevatten: indringers vernietigen
➢ zweetklieren en talgklieren in de huid
➢ traanvocht, slijm en speeksel
➢ antistoffen en lysozymen
➢ maagzuur
3) mechanische barrière
- voortgang pathogenen belemmeren
➢ trilhaartjes van luchtwegen
➢ urinewegen
4) competitie
- lichaamseigen bacteriën
➢ melkzuurbacteriën in de vagina
➢ bacteriën op de huid in de darmflora