Hoofdstuk 6 beschrijft wat een interventie kwalitatief maakt en welke
voorwaarden en principes je moet toepassen om duurzaam, ethisch en
effectief aan gezondheidsbevordering te doen.
Het hoofdstuk bundelt eigenlijk alles uit eerdere hoofdstukken in één
kwaliteitskader.
Het bestaat uit 9 principes die je telkens moet meenemen wanneer je
een interventie ontwikkelt of uitvoert.
6.1 Werk met een mix van strategieën
Gebruik altijd meerdere strategieën tegelijk:
🔹 1. Educatie
Informatie geven
Vaardigheden aanleren
Bewustwording verhogen
🔹 2. Omgevingsinterventies
Fysieke omgeving aanpassen (bv. fietspaden, watertappunten)
Sociale omgeving aanpassen (bv. schoolregels, groepsnormen)
🔹 3. Regels & afspraken
Rookvrije zones
Schoolafspraken rond gezonde lunch
Alcoholbeleid in sportclubs
🔹 4. Zorg & begeleiding
Vroegdetectie
Doorverwijzing
Individuele ondersteuning
➡️
Mix = sterker dan 1 strategie apart.
6.2 Werk op maat van de doelgroep
Goed gezondheidsbeleid is afgestemd op:
taalniveau
, cultuur
leeftijd
SES
motivatie
Je doet dit door:
noden te analyseren
doelgroep te betrekken
materiaal begrijpelijk te maken
➡️
One size fits all werkt niet.
6.3 Werk op maat van de setting
Aanpak hangt af van waar je werkt:
school
zorginstelling
werkvloer
buurt
sportvereniging
Elke setting heeft:
✔️ eigen waarden,
✔️ eigen regels,
✔️ eigen mogelijkheden,
✔️ eigen beperkingen.
➡️
Een interventie moet passen in de structuur en cultuur van de setting.
6.4 Zet in op participatie
Betrek de doelgroep actief bij het:
plannen,
uitvoeren,
evalueren van interventies.
Voordelen: