I. micro- en rechtseconomie
HC1
Wat is economie?
- men gaat willen voldoen aan de behoeften en de wensen van de mens
met de beperkte middelen die er beschikbaar zijn
> beperkte middelen: tijd, kennis, grondstoffen,…
- keuzeprobleem= wat zijn onze preoriteiten met de middelen die we
hebben
- economie is een menswetenschap want het gaat over mensen
(koopgedrag van de mens, hoe ze met elkaar gaan omgaan,…)
- Een sociale wetenschap die bestudeert hoe je welvaart maximaliseert
gegeven schaarste
1. allocatieprobleem => micro-economie
2. verdelingsprobleem => micro-economie
3. stabilisatieprobleem => macro-economie
1) allocatie van middelen
=> Hoe verdeel je schaarste middelen (zoals arbeid, grondstoffen,
kapitaal) over oneindige behoeften
> oneerlijk: niet iedereen krijgt hetzelfde
WANT toewijzing leidt tot ongelijke toegang tot deze middelen of
diensten.
> voorbeeld: snoepjes uitdelen (chokotoff, napoleons en caramels)
> oplossing: prijsafstemming
=> In een vrije markt stemmen prijzen vraag en aanbod op elkaar
af. Dat is
precies wat bedoeld wordt met prijsafstemming als oplossing
voor het
allocatieprobleem.
2) verdelingsprobleem
, => Het verdelingsprobleem is een fundamenteel economisch
vraagstuk dat gaat over de manier waarop de opbrengsten van de
economie worden verdeeld over personen of groepen in een
samenleving.
3) stabilisatieprobleem
=> probleem waarbij de overheid of centrale bank probeert de
conjunctuur te stabiliseren, zodat groei, werkloosheid en inflatie zo
constant mogelijk blijven.
Diverse economische systemen
Centrale planning= een economie die helemaal door de overheid wordt
gepland
Gemengde economie= Een gemengde economie is een economisch
systeem waarin zowel de marktwerking (vraag en aanbod) als
de overheden belangrijke rol spelen bij het oplossen van economische
vraagstukken
> genoeg regels zonder de vrijheid volledig te beperken
> meeste economieën in de wereld hebben een gemengde
economie
Vrije marktsysteem= mensen mogen vrij handelen, prijs wordt volledig
bepaald door vraag & aandbod
> mensen zijn vrij en mogen kiezen wat ze willen
(foto dia 10)
Vrije marktsysteem – Adam Smith
- Grondlegger: Adam Smith
=> Wealth of Nations
- Onzichtbare hand/ invisible hand= als men mensen vrij genoeg laat komt
men na een paar stappen terug in een evenwicht.
De markt gaat zich automatiusch herstellen, in een evenwicht geraken.
> onzichtbaar want het gaat vanzelf
, > Prijsmechanisme= is het systeem waarbij prijzen van goederen en
diensten door vraag en aanbod tot stand komen.
> Weerspiegeling verlangens medeburgers (gratis)
> Formele analyse: wetten van vraag en aanbod
- Werkt enkel onder strikte voorwaarden (zie hoofdstuk 5)
- Voordelen vrije markteconomie vs. centrale planning
1. Vrijheid: van consumptie en productie
2. Coördinatie, maar geen planning
3. Efficiëntie: geen structurele overschotten of tekorten
4. Realistisch mensbeeld: private vice, public virtue
MAAR OOK problemen:
1. Monopolie= een marktsituatie waarin één bedrijf het volledige aanbod
van een product of dienst beheerst, zonder concurrenten.
2. Publieke of collectieve goederen
3. Externe effecten
4. …
Opportuniteitskost
Opportuniteitskost= we moeten kiezen tussen behoeftes en dit is een
manier om die keuze uit te drukken
=> het is de waarde van de beste niet-gekozen alternatief
Voorbeeld: naar een concert gaan vs babysitten OF naar de les gaan vs
werken
Vraag en aanbod: marktwerking
1) (markt)vraag (v)
- Marktvraag (v)= de opsomming van alle individuelen behoeftes. Totale
hoeveelheid die alle consumenten samen willen kopen van een bepaald
product in een bepaalde periode
Hangt af van P (prijs), Q (hoeveelheid), y (inkomen), qv (gevraagde
hoeveelheid), pz (de prijs van andere goederen)
, => q = V(p, pz, inkomen y, reclame, smaak, verwachtingen,…)
- Cetris paribus (c.p)= we willen alle andere determinanten die een effect
kunnen hebben op de vraag gelijk houden
Voorbeeld: ∆p, andere determinanten constant
- Negatief verband tussen p en qv
=> p ↑ qv ↓
p ↓ qv ↑
- Vraag (V) gevraagde hoeveelheid (qv)
- Beweging langs V verschuiving van V
=> zie dia 18 (HC1)
- Marktvraag individuele vraag
- verklaring?
> substitutie-effect= het effect dat optreedt wanneer een goed
relatief duurder wordt, waardoor consumenten overschakelen op een
goedkoper alternatief.
Mensen vervangen duurdere producten door goedkopere
vervangers.
> inkomenseffect= je wordt armer als de prijs van zaken omhoog
gaat
Inflatie zorgt ervoor dat alle prijzen stijgen maar het loon niet
dus de koopkracht daalt
- reservatieprijs= betalingsbereidheid
2) (markt)aanbod (A)
Marktaanbod= Totale hoeveelheid die alle producenten samen willen
verkopen (op de markt brengen) van een bepaald product in een bepaalde
periode
Hangt af van P (prijs), Pa (loon), Pk (interest), technologie, taksen
=> q = A(p, lonen pA, intrest pK, technologie, taksen, …)
- Ceteris paribus (c.p.)= we willen alle andere determinanten die een
effect kunnen hebben op het aanbod gelijk houden
Voorbeeld: ∆p, andere determinanten constant